Bevestiging

Bevestiging

Mijn moeder zei: ‘Maar je had ook altijd zoveel bevestiging nodig…’

Ik beet het puntje van mijn tong, maar zei niet: ‘… en hoe zou dat nou zijn gekomen?’

Ze had wel gelijk, de vrouw die mij als beste kent. Het is een motief bij veel jongens en meisjes die de schijnwerpers zoeken: het verlangen naar bevestiging. Het begint meestal bij een vader en/of moeder die ze onvoldoende heeft gezien. Luister naar “De wedstrijd” van Bram Vermeulen en je begrijpt het precies. Een beetje treurig zijn ze, die uitslovers die nooit genoeg bevestiging kunnen krijgen. Of die zich niet gezien voelen door juist die mensen waarvan ze zo graag bevestiging willen krijgen (nodig hebben). Hoeveel mensen er kijken en hoe hard die ook applaudisseren, het compliment van die ene man of vrouw dat uitblijft doet meer pijn.

Ik zit er weer even middenin: het gaat onverwacht goed met mijn boek “Oud zeer”, het theater was gisteren uitverkocht en van talloze onbekenden krijg ik dankbare berichten. Ik kan hun lof inmiddels wel binnen laten komen, en realiseer me ook hoe bijzonder dit succes is. Dat er een boodschap is overgekomen doordat de boodschapper zichzelf een keer niet overschreeuwde.

Maar ik heb last van de reacties die uitblijven: van familieleden, (vroegere) vrienden en (ex)vriendinnen. Ook de gevestigde orde binnen mijn oude beroepsgroep zwijgt als het graf. Terwijl ik zo verlang naar bevestiging van een autoriteit die nog wel in het systeem zit, naar een hoogleraar die me laat weten dat ik een goed punt heb met het vragen om meer lichaamswerk in de ggz. Dat mag anoniem, en hoeft ook niet op de omslag van een volgende druk van het boek, maar laat even weten dat je ziet wat ik probeer te doen. Vanuit passie voor goede zorg, niet om er zelf beter van te worden. Ik ambieer de aandacht steeds minder, maar bevestiging van mensen die er voor mij toe doen…

In de ‘serieuze’ programma’s op radio en tv hoeven ze me steeds minder, en ik hoor daar uiteenlopende autoriteiten veel zeggen dat naadloos aansluit op mijn boodschap. Maar zij zijn nog aan boord, en met de man die het schip vrijwillig verliet hebben ze niets te schaften. Zo simpel is het, toch?

Maar: we kunnen toch samen strijden voor een beter zorgsysteem? Het gaat toch niet om onze plek in de pikorde? Daar heb ik ook lang in geloofd, maar dat bracht het doel niet dichterbij.

Ik voel me van jongs af vaak minder dan mensen in mijn omgeving. Rationeel gezien onzin, maar cognitieve therapie heeft het toch niet weg kunnen nemen. Ik wil me de gelijke voelen van de mensen waar ik tegenop kijk, het voelt als een wrede paradox. Pogingen om mezelf op te blazen en te doen alsof ik niet onder, maar boven hen sta zijn dramatisch mislukt. Die heb ik als ‘oud-psychiater’ achter me gelaten.

Maar het verlangen naar een schouderklop, juist als ik een keer iets presteer, is onuitroeibaar…

 

Gepantserde kwetsbaarheid

Gepantserde kwetsbaarheid

Met mijn lieve vriend Arold sprak ik over de harde, persoonlijke aanvallen die ik soms te verduren heb. Of beter: waarom ik me soms zo aangevallen voel en/of waarom kritiek op mijn persoon me zo hard kan raken.

Ergens in dat gesprek zei Arold iets heel moois, waar ik nu al dagen op kauw. ‘Jij hebt een soort gepantserde kwetsbaarheid en sommige mensen zien alleen dat pantser, en niet de kwetsbaarheid. Ze richten hun pijlen op het pantser.’

Of dit de exacte weergave is weet ik niet, misschien is dit wat ik er van heb gemaakt. Maar hoe dan ook: mijn vriend gaf me woorden die helpen mezelf beter te begrijpen (‘beet te grijpen’).

Mijn pantser was ooit indrukwekkend stevig, het leek of niets me kon raken. De kwetsbaarheid aan de binnenkant was de zelfverzekerde drager van het pantser zich niet of nauwelijks bewust. Alle kritiek en iedere vorm van afwijzing kwam nooit echt binnen. Stoer he?

Maar met het ouder worden kwamen er zwakke plekken in het pantser, een paar gaatjes zelfs. En misschien nam ook de kwetsbaarheid aan de binnenkant wel toe. Sommige mensen braken ineens door het pantser heen, alsof het niet bestond. In mijn geval vooral vrouwen, maar zeker ook mannen. Ook de inhoud van de ‘aanval’ bepaalde of het pantser doorboord werd: uitgemaakt worden voor dom of arrogant kwam bijvoorbeeld nooit binnen, omdat die aanduidingen niet echt zijn verbonden met mijn kwetsbaarheid (daarom noem ik het ook geen diskwalificaties of afwijzingen).

Maar ‘niet goed je best gedaan’ als recensie krijgen terwijl je hunkert naar een compliment (van je geliefde bijvoorbeeld): het voelt alsof er helemaal geen pantser bestaat, zo hard kan me dat raken. En op een heel gevoelige dag doet ‘best aardig’ in plaats van ‘perfect’ of ‘fantastisch’ al pijn. En dan duiken de basale overtuigingen aan de binnenkant van het pantser op: ‘Ik deug ook helemaal nergens voor, ik ben absoluut waardeloos.’ Boosheid was de vorm waarin ik de pijn uitschreeuwde die achter mijn defensieve schild was aangeraakt. Want jongens huilen niet.

“Mijn pantser was ooit indrukwekkend stevig, het leek of niets me kon raken.”

Een tijd terug had ik een liefdesrelatie met een zeer gevoelige vrouw, die heel goed zag hoe gepantserd ik me door het leven bewoog. Op een dag zei ze, uit het niets: eigenlijk ben jij nog veel gevoeliger dan ik. Die opmerking voelde als een cadeau, even geloofde ik zelfs zonder pantser verder te kunnen, nu het toch gezien was. Een paar weken later gebeurde er iets tussen ons dat me zo raakte dat ik weer geheel in mijn pantser verdween, en er in het contact met haar ook nooit meer uit kon komen. Het betekende het einde van de relatie…

Een pantser is niet goed of fout. Je wordt er alleen niet mee geboren. Het gaat om wat dat pantser probeert te beschermen, en hoe je de gevoelige materie die er door omgeven wordt een beetje leert verdragen. Of in een veel later stadium: aankijken en liefdevol omarmen.
Werken aan oud zeer betekent voor mij dat ik me probeer te ontdoen van dat pantser en/of anderen toegang geef tot die kwetsbare binnenkant.

In een van de mooiste Nederlandstalige liedjes die ik ken heeft Stef Bos het over maskers, als variant op dat pantser. In ‘Maskerman’ zingt hij: ‘Hoeveel maskers moet je dragen, om op een dag jezelf te zijn’

Dat is het wel, he? Dan komt er tegenwoordig een traantje. Mooie dag lieve mensen, ik houd van jullie…

 

Conflict

Conflict

‘Zakelijk conflict’ is een eufemisme.

Kenmerkend voor ieder conflict, dus ook het zakelijke, zijn de emoties die meekomen met de opvattingen van beide partijen. Een verschil van mening kan in een rustige sfeer worden besproken, omdat de emoties niet dominant zijn. Bij conflict (of ruzie ) bepalen die juist zo’n beetje alles.

Om het jaar uitdagend te beginnen belandde ik in twee ‘zakelijke’ conflicten (‘karma is a bitch’), maar de uitwerking die het op me had verschilde totaal. In het ene geval raakte het me niet echt, en kon ik rustig blijven zonder me te laten ontregelen door de emotionele verwijten van de ander. In het andere geval werd me niets verweten, maar werd ik emotioneel zwaar geraakt door iets dat je wellicht als droge mededeling had kunnen zien. Maar dat lukte mij dus niet…

In beide gevallen is het conflict al weer zo’n beetje de wereld uit, en toch blijf ik stoeien met mijn emoties, of het ontbreken daarvan.

“Wanneer lopen conflicten uit de hand? Als aan beide kanten de emoties (te) hoog oplopen, denk ik.”

En wanneer loopt het met een sisser af? Als een van beide partijen zich weet te beheersen. Of in ieder geval geen olie op het vuur gooit, en bij zichzelf blijft. ‘Ja maar jij…’ is vaak het begin van een escalatie.

Emoties zijn het vertrekpunt van ons doen en laten, het kunnen controleren ervan een specifiek menselijk talent. De controle over de emoties volgt niet uit het ontkennen of proberen te negeren ervan, maar eerder uit het omgekeerde: er niet voor weglopen, er goed naar kijken en vol liefde en aandacht bij jezelf inzoomen op wat jou zo triggert. Zonder nog even iets te doen. Focussen op de ‘tegenpartij’ gaat vaak sneller en gemakkelijker, maar helpt nooit een conflict voorkomen.

Hoe heb ik mezelf begrepen? Het gevoel van afwijzing was de trigger. In de ene situatie ging die afwijzing niet over mij, en kon ik het in rust verdragen. Het waren frustraties over mij, van iemand anders. In de andere situatie werd ik wel persoonlijk geraakt. Nu ook daar weer wat rust is gekomen kan ik in gesprek met degene die mij zo raakte. Wat bewoog hem, en wat deed hij al dan niet bewust in mijn richting?

Ook 2023 wordt weer een leerzaam jaar.

Oefenmateriaal

Oefenmateriaal

Een maand of twee geleden werd ik naar aanleiding van het verschijnen van ‘Oud zeer’ geïnterviewd door een journalist van de Telegraaf.

In de tekst die hij over het gesprek schreef stond iets over mijn liefdesrelaties. Dat ik nog altijd niet wist wie de ware is, en dat relaties met vrouwen oefenmateriaal voor mij zijn.

Dat werd niet door iedereen evengoed begrepen, en het was ook niet erg diplomatiek uitgedrukt. Dat spijt me, want ik beoogde niet wie dan ook te kwetsen. Ik schrok zelf ook wel toen ik het concept-artikel las, maar: ik had wel zoiets gezegd, dus dan moet je er ook maar voor gaan staan…

Het is niet vreemd dat sommige lezers dachten dat ik neerkijk op vrouwen vanwege die term ‘oefenmateriaal.’

Maar het is niet waar. Ik heb altijd enorm veel ontzag voor al mijn liefdespartners gehad, en ik deed steeds mijn uiterste best om hun liefde te verdienen, waard te zijn. Mijn verlangen was (en is) verbinding vanuit gelijkwaardigheid. En in mijn relaties voel ik me al snel de mindere, degene die het gevoel heeft dat hij zich moet bewijzen.

In het label ‘narcist’ dat me door sommigen werd toegekend vanwege dit stuk herkende ik mezelf niet. Natuurlijk heb ook ik me in het verleden vaak genoeg gedragen alsof ik superieur was aan mijn medemens. Maar gelukkig werd ik er nooit van, dus ik probeer dat te vermijden. Gelijkwaardig is het fijnst, en in zo’n relatie is het ook veilig.

Waarom moet ik oefenen in die liefdesrelaties? Omdat ik mijn hele leven het gevoel heb dat ik de liefde van een partner moet verdienen, dat ik die pas kan krijgen nadat ik een heel goed rapport heb overlegd.

En, je voelt het al aankomen, dat begon in de relatie met mijn moeder.

Ik weet als de beste dat een volwassen vrouw met wie ik intiem contact heb een totaal ander iemand is dan mijn moeder. En toch kan ik gevoelsmatig verward raken door dat kwetsbare verlangen naar liefde, liefst onvoorwaardelijk ook nog. En daar moet ik dus nog steeds mee oefenen.

Sneu? Misschien wel, maar ik ben er eerlijk over en respecteer iedere grens bij welke vrouw dan ook…

 

Wrok

Wrok

De uitdrukking ‘Wraak is een gerecht dat men koud serveert’ leerde ik van een collega, zo’n twintig jaar geleden.

Uiteindelijk werd deze zegswijze een soort zelfbezweringsformule voor me. Niet heftig en geëmotioneerd reageren als je het gevoel hebt dat jou onrecht aan wordt gedaan, op je handen blijven zitten en denken: ‘Ik krijg jou nog wel, ooit’

Bijvoorbeeld: de collega-psychiater die me naaide (ook zonder emotie is dat de juiste omschrijving) ging ik portretteren in de roman ‘Onder psychiaters’, een eigentijdse variatie op ‘Onder professoren’ van W.F. Hermans. Dat is een van de grappigste romans die ik ken. Hermans was ook een vuile streek geleverd door collega’s en dat inspireerde hem tot een boek dat ik als tiener las, en waarbij de lachtranen over mijn wangen biggelden…

“Maar inmiddels wil ik van het verlangen naar wraak af. Ik wil geen wrokkig mens meer zijn.”

‘Onder psychiaters’ zal ik nooit gaan schrijven, weet ik inmiddels. En er komt ook geen boek over een liefdesrelatie waarin ik me te kort gedaan heb gevoeld, om nog eens iets gevoeligs te benoemen…

Ik leerde mezelf beheersen door het verlangen naar wraak te parkeren tot de heftigste emoties voorbij waren. Maar inmiddels wil ik van het verlangen naar wraak af. Ik wil geen wrokkig mens meer zijn. Wrok gaat vaak vooraf aan wraak. Het wordt gedefinieerd als een ‘blijvend gevoel van onvrede over geleden of vermeend onrecht’.

Dat herken ik helaas maar al te goed: ik ben een wrokkig mens. Ik bezondig me eigenlijk nooit aan wraak, hoewel ik soms heimelijk bewondering heb voor mensen die dat toch doen (of durven) In mijn jeugd stak een familielid alle banden van de auto van de nieuwe minnaar van zijn ex-vrouw lek. Mijn moeder vond het schandalig en onvolwassen, ik had in stilte sympathie voor de boze man.

We hebben het weinig over wrok, ik kan me niet herinneren dat ik er als psychiater ooit gericht naar heb gevraagd. Maar ik denk dat ik niet de enige ben waarbij het jarenlang een sluimerend bestaan kan leiden, om dan ineens op te laaien door een of andere trigger. Hoe kom ik hierbij? Ik was op vakantie en al mijn frustraties over mijn mislukte relaties kwamen in die idyllische omgeving omhoog. Inmiddels kan ik dat redelijk verdragen, maar ik hoop dat het nog veel minder wordt, dat wrokkige.

Een mooi goed voornemen voor 2023, niet?

Ik wens jullie een fijne jaarwisseling, lieve lezers. En dank voor alle aandacht voor ‘Oud zeer’ dit afgelopen jaar.

 

Uit contact

Uit contact

Een dochter (en kleindochter) die breken met hun moeder/oma: dat komt ook voor, helaas.

In haar boek ‘Uit contact’ beschrijft Vera Van Brakel vd Mark hoe dat voor haar, als moeder, was. Ze gebruikt fictieve namen, maar heeft er nergens een geheim van gemaakt dat het een zeer autobiografisch boek is. Ik las het met grote interesse, vanwege de overeenkomsten en verschillen met mijn eigen situatie: ook bij mij is er geen contact tussen ouders en kind (ik) maar hier was het de keuze van mijn ouders.

Vera beschrijft hoe ze haar hele leven haar stinkende best heeft gedaan om de dochter zo goed mogelijk groot te brengen en ook in haar volwassen leven te steunen, onder meer met zorg voor de kleindochter. En toch is het niet gelukt: de dochter heeft haar uit haar leven verbannen. Het is een kwaliteit van het boek, vermoed ik, dat je als lezer steeds wel voelt dat het niet helemaal lekker loopt tussen moeder en dochter. En dat herken ik uit mijn eigen leven: ook al was er ogenschijnlijk ‘normaal’ contact, er zat toch altijd ergens wat ruis.

Het gevoel dat me bekruipt is dat Vera boos is, omdat ze dit toch niet heeft verdiend. Dat kan projectie zijn: mijn moeder is vrij zeker ook boos, vanwege mijn ontboezemingen over het verleden. En ook zij deed alles wat in haar macht lag om me tot bloei te laten komen…

Vera krijgt veel dankbare woorden van ouders die hetzelfde is overkomen, op mijn boek ‘Oud zeer’ reageren veel kinderen die zich door hun ouders in de steek voelen gelaten, letterlijk en/of figuurlijk.

Met ‘Uit contact’ wil Vera een stem geven aan al die ouders die door kinderen in de ban zijn gedaan. Ik begrijp ook dat dit vaak wordt ervaren als ondankbaarheid of onrecht. En tegelijkertijd geloof ik dat de enige kans op herstel van het contact vooral gebaat is bij het niet-oordelen over de andere partij.

Bij een breuk tussen ouders en kinderen wordt aan beide kanten pijn geleden, ongeacht wie het besluit nam om het contact te verbreken. Ik denk dat je het vooral moet zien als onverdraaglijke pijn, zo’n geforceerde breuk. Die vervolgens weinig oplost, omdat pijn niet verdwijnt door een poging die te ontkennen.

“Voor iedereen is ‘helen’ het gezondst, en dan moet je de deur niet voor eeuwig in het slot gooien.”

Vooral bij ouders op leeftijd is er een grote kans dat ze overlijden zonder dat er ooit herstel van contact werd geprobeerd. Niet zelden leidde dit tot serieuze psychische klachten bij de achterblijvers, weet ik uit mijn werk. Wat dat betreft hoop ik dat haar dochter dit leest, en nog eens achter haar oren krabt…

Nog één dingetje: laat de kleinkinderen erbuiten. Ik vind het lastig dat mijn kinderen wel contact hebben met mijn ouders, maar liever verdraag ik dat dan ze mee te sleuren in een conflict dat aan beide kanten pijn doet. En mijn ouders zijn hele fijne grootouders ook nog…

Iedereen een fijne Kerst gewenst, met of zonder familie.

 

Alleen op reis

Alleen op reis

Op Bali ben ik, voor het eerst van mijn leven zonder reisgenoot.

Bali is voor niemand een straf, maar het is nog wel onwennig. Altijd was ik in gezelschap, en me verhouden tot mijn partner, het gezin of de vriend(en) waarmee ik reisde zorgde ook voor structuur. Maar dat bedenk ik me nu pas, doordat ik me enkel tot mezelf hoef te verhouden…

De digitale detox was een eerste hobbel, ik moest mezelf dwingen de telefoon gedurende de hele dag thuis te laten of er slechts een foto mee te maken. Het confronteerde me met de enorme rol die het apparaat in mijn leven is gaan spelen, en dat was best schokkend. Zoiets als de man die te veel drinkt ervaart na te zijn overgehaald om te stoppen met alcohol: pas dan wordt duidelijk hoeveel invloed de gewoonte had. Terwijl hij oprecht geloofde dat er weinig mis mee was…

Ik slaap, lees en schrijf vooral. Zonder vooropgesteld plan. De dutjes dienen zich op de raarste momenten aan, mede door de jetlag. Mijn hoofd wordt geleidelijk rustiger, ik ben alleen met mezelf en dat is goed.

Ik lees Annie Ernaux, dat zou iedereen moeten doen, haar fenomenale boeken over gebeurtenissen van decennia terug roepen een vreemd gevoel van herkenning bij me op. Je geestverwant voelen met een Franse schrijfster van 82 jaar, dat kan dus. Niet dat ik met mijn schrijfsels in haar buurt kom, die boeken zijn bijna een reden om zelf niets meer te publiceren.

Ik ben ook geen lid van het schrijversgilde, ik doe het er een beetje bij. Geen journalist, geen columnist, geen romancier. En ook al was ik lang psychiater: ik voelde me nooit een vanzelfsprekend lid van de beroepsgroep.

Nog eerder in mijn leven deed ik allerlei sporten in teamverband, maar ook daar voelde ik me vaak het buitenbeentje. Hardlopen in mijn eentje past me beter. Hoe komt dat toch? Zijn het de frequente verhuizingen geweest toen ik jong was? Heb ik een aangeboren of door omstandigheden veroorzaakt probleem om me te hechten? Ik mis het voor velen vanzelfsprekende vermogen volledig te verdwijnen in een groep. Terwijl ik er wel vaak naar verlangd heb.

“Ik ben ook geen lid van het schrijversgilde, ik doe het er een beetje bij. Geen journalist, geen columnist, geen romancier.”

De laatste maanden spookt steeds het begrip ‘dolende ziel’ door mijn hoofd. Dat is hoe ik me voel. En ik meen het ook te herkennen bij sommige mensen die ik ontmoet, dan klikt het direct.

Over een tijdje is mijn dochter klaar met haar middelbare school, en ga ik de plek verlaten waar ik nu woon. Een comfortabel appartement met een prachtig uitzicht op Haarlem, vanaf de twaalfde verdieping. Maar ik voel me er niet thuis. En ik heb nog geen enkel idee waar ik over een paar jaar woon, ik ben na bijna zestig jaar nog altijd niet geworteld op een plek in ons land. Is dat een drama? Ik denk het niet.

De ambitie om ‘erbij te willen horen’ opgeven is mijn belangrijkste doel in deze fase van mijn leven. Dan maar een rare snijboon. Pas als ik me goed met mezelf kan vermaken begint er een nieuw hoofdstuk van mijn reis door het leven, heb ik me bedacht.

Het is hier op Bali prettig oefenen.

 

Goed bedoeld, maar niet goed uitgepakt

Goed bedoeld, maar niet goed uitgepakt

Het gaat te ver om te zeggen dat ik me er over opwind, maar soms kan ik het echt even niet meer horen: het beschadigde mensenkind dat maar blijft herhalen dat zijn/haar ouders het goed hebben bedoeld.

Het is toch jezelf niet helemaal serieus nemen, ben ik bang. Terwijl ouders het in de regel natuurlijk allemaal prima bedoelen zijn er toch best veel die het er als opvoeder niet al te best van afbrengen. En hoe kun je dat wat je zelf als kind niet hebt gehad als ouder wel bieden aan je eigen kroost?

Mijn moeder wist niet goed hoe ze een kind moesten grootbrengen, heeft ze op een kwetsbaar moment wel eens gezegd. Dat begrijp ik heel goed, ze was pas 21 jaar toen ik werd geboren. Ikzelf was tien jaar ouder toen mijn oudste zoon ter wereld kwam, en ik had er ook weinig sjoege van. Inmiddels is mijn jongste telg bijna 18 jaar oud, en durf ik te zeggen dat ik iets van het vaderschap begrijp. Op mijn 59e, een leeftijd waarop veel mensen opa zijn…

Mijn pijn en verdriet van vandaag gaat over de weigering van mijn ouders het gesprek over een moeizame jeugd met me te voeren. Ik twijfel niet aan hun liefde voor mij en mijn zus, maar mijn verlangen naar erkenning voor dat wat niet goed is gegaan verdwijnt er niet door.

” ‘Oud zeer’ heelt lastig als het er niet mag zijn bij de mensen die een rol speelden bij het ontstaan ervan…”

Mijn kinderen hebben geen slechte vader, en hij houdt veel van ze. Maar hij was er toch niet altijd voor ze, op voor hen belangrijke momenten. Liep-ie ver van huis belangrijk te doen in tot mislukken gedoemde pogingen zijn gevoel van eigenwaarde op te krikken.

Ik heb nog maar één doel, als ouder: altijd beschikbaar zijn voor een gesprek over wat mijn kinderen hebben gemist. Alles aan de kant als ze me echt nodig hebben. Goed proberen na te voelen wanneer dat is, want heel expliciet communiceren ze hun emotionele behoeften vaak niet, die jonge mensen.

Maar: het lag niet aan hen dat ik liever zelf met mijn hoofd op de buis was dan dat ik thuis met mijn kinderen een spelletje deed aan de eettafel. Zo draag je als afwezige vader bij aan de vorming van ‘oud zeer’.

En onthoud dit: ‘goed bedoeld’ is nooit een excuus…

 

Succes is geen pleister

Succes is geen pleister

Het verlangen dat mijn succes de pijn van vroeger zou verdoven was ik me het grootste deel van mijn leven niet eens bewust.

Ik sloofde me uit, in mijn zucht gezien te worden. Maar de aandacht die ik trok nam het gemis aan wat er niet was toen ik het zo nodig had nooit weg. Ik was een eenzaam kind, maar niemand die het zag. Behalve onze hond, Dago, die trouw aan mijn zijde bleef tijdens de lange tochten door de polders rond het dorp.

De hond begreep me beter dan de mensen.

De afgelopen dagen ben ik me die oude pijn meer bewust dan ooit: ik krijg vanwege ‘Oud zeer’ meer positieve aandacht en welgemeende complimenten dan ooit eerder in mijn leven. En ik kan ze inmiddels aanvaarden, en ook binnen laten komen. Hoewel een stuk verlegenheid nooit ontbreekt in het complexe gevoel dat een lovende recensie oproept. Hebben ze het echt over mij?

Tegelijkertijd word ik nog onverminderd hard getroffen door ieder signaal van afwijzing. Vooral als het in een email, een bericht op sociale media of in een brief gebeurt, en ik het ook nog ervaar als onterecht. Niet tegen mij in persoon geuit, maar van een afstand: ik ben het dus niet eens waard om even te bellen of naar me toe te komen. Ik vind kritiek niet fijn, maar ik luister er goed naar. Als ik dat niet zou doen is eeuwige afwijzing mijn verdiende loon…

Ik mag nooit gaan denken dat ik bijzonder ben, dat zit er goed ingeramd. Ik verbeeld me dat ik weinig capsones heb, en dat mag ik mezelf ook niet toestaan. ‘Doe maar gewoon, etc.’ is een basisschema in psychologisch jargon.

Weet je wat er gebeurt, als ik me afgewezen voel? Ik blokkeer volledig, mijn hersenschors maalt als een dolle, terwijl mijn lichaam koud en dood wordt. Een afwijzing die als onrecht voelt is het ergste dat me kan overkomen, een knal voor mijn kop is er niets bij. Vroeger werd ik in een reflex boos, en sloeg wild om me heen. Tegenwoordig keert het zich meer naar binnen. Wat ook zo lastig is: dat zelfs een wildvreemde dit ieder moment kan triggeren.

Een veilig gevoel is me eigenlijk vreemd. En dat ben ik me nog maar recent bewust geworden.

Juist in een periode waarin ik beloond wordt voor mijn inspanningen ervaar ik hoe kwetsbaar ik nog altijd ben. Succes gaat mij niet redden, het verdooft niet eens. Die illusie ben ik kwijt.

Er is nog veel (lichaams)werk te doen, mijn goede verstand lost weinig op.

 

 

Oud zeer op no. 14 bestsellerlijst van het CPNB

Oud zeer op no. 14 bestsellerlijst van het CPNB

Vandaag vier ik een voorlopig hoogtepunt in mijn carrière als boekenschrijver.

‘Oud zeer’ is de hoogste binnenkomer in de bestsellerlijst van het CPNB.

Dit danken we (bij Uitgeverij Lucht werken veel mensen mee aan zo’n boek…) eerst en vooral aan de supporters op sociale media. Zonder Facebook en Instagram was dit nooit gelukt, dank lieve lezers.

Ondertussen wil ik nog wel een kleine frustratie kwijt: in de publieke media verscheen een interview op de pagina ‘Privé’ van de Telegraaf en mocht ik aanschuiven in een televisieprogramma (Oranjewinter) waar voetbal centraal staat. Dat ‘Oud zeer’ ook puur inhoudelijk een belangrijk thema is, los van Bram, lijkt de ‘kwaliteitskranten’, radiostations en serieuze praatprogramma’s nog niet duidelijk.

Het gaat echt om de boodschap van het boek, niet om de boodschapper…

Maar voorlopig zijn we vooral blij en dankbaar met alle boeken die al wel bij aandachtige lezers zijn beland…

 

 

De boodschap en de boodschapper

De boodschap en de boodschapper

Jarenlang vervulde ik de rol van criticaster van de ggz. Nooit was ik te beroerd om ergens mijn gezicht te laten zien of mijn stem te laten horen. Liever was ik zelf op de buis dan dat ik thuis met de kinderen naar een familieprogramma keek.

‘Hebben jullie papa gezien, jongens?’ De kinderlijke behoefte van een volwassen man, geprojecteerd op zijn eigen kinderen…

Ik was blind voor mijn enorme verlangen gezien te worden. Ik stond rationeel achter mijn kritiek op de organisatie van de psychiatrie, maar mijn emotionele behoefte was een hele andere. Als mensen reageerden met ‘Daar heb je hem weer’ was ik gekwetst. ‘Ze doden de boodschapper, omdat de boodschap ze niet zint’ riep ik als verweer. ‘Word ik weer weggezet als narcist.’

Inmiddels ben ik iets wijzer: de boodschap was destijds niet altijd even zuiver als ik wilde doen geloven, en omdat ik niet helemaal mezelf was (of helemaal niet) kwam de inhoud vaak ook niet goed over.

Pas nu, met ‘Oud zeer’ en alles daaromheen, valt de boodschap echt met mij samen. Het voelt alsof ik de losse lijntjes voor het eerst heb kunnen verbinden: eerdere boeken (onder meer over ademhaling en runningtherapie) krijgen hun context en ik heb de vorm van werken gevonden die mij past. Wat ook gelukt is omdat ik geen psychiater meer hoefde te zijn van mezelf.

Waar gaat de boodschap van ‘Oud zeer’ dan in essentie over? Zoek in het lichaam naar dat wat je van vroeger nog stoort. Durf te voelen wie jij bent, wat jouw verhaal is en ga daar voor staan. Je hebt geen stoornis, de omstandigheden waarin jij als kind moest opgroeien waren gestoord.

Het onzekere, eenzame ventje dat ik lang was begint eindelijk te groeien. En als ik het kan dan jij zeker ook…

Als boodschapper wil ik geleidelijk steeds meer uit beeld. De zorgprofessionals van de Balanskliniek gaan het verhaal van ieders ‘oud zeer’ van mogelijke oplossingen helpen voorzien. Ik hoop een oude opa te worden, die ergens op het platteland woont.

Verlost van zendingsdrang, maar vragen van beschadigde mensenkinderen blijven altijd welkom…

Blijf-Beter!Welkomsgeschenk

Meld je vandaag nog aan voor Bram's maandelijkse nieuwsbrief en ontvang zijn boek Blijf Beter! (in pdf).

Mis 'm niet!