Anticiperende rouw

Juist in een tijd waarin we steeds meer levens weten te behouden wordt duidelijk dat daar soms een hoge prijs voor moet worden betaald door het verlies dat daarbij evengoed optreedt.

Een van de meest indrukwekkende anekdotes die ik me herinner uit mijn opleiding ging over een verloren gewaande Amerikaanse soldaat, die na maanden zwerven door de jungle van Vietnam ineens weer opdook. Hij ging terug naar het dorp in de zuidelijke staat waar hij vandaan kwam, in de hoop en de verwachting dat hij het gewone leven daar weer op zou kunnen pakken, samen met zijn jonge vrouw. Nog maar een paar weken voor zijn uitzending naar Vietnam was hij met haar getrouwd. Ze hadden zich toen voorgenomen een gezin te stichten, zodra hij terug was. Dat had veel langer geduurd dan gepland, maar hij was het nooit vergeten.

Nieuwe liefde

Bij thuiskomst was zijn vrouw natuurlijk blij dat hij toch nog in leven was. Zij, en iedereen in haar omgeving, was er vanuit gegaan dat hij waarschijnlijk was omgekomen. En dat zij dus een jonge weduwe was geworden. Dat had haar wel wat tijd gekost, daar aan wennen. Maar sinds enkele weken was er voorzichtig een nieuwe liefde in haar leven verschenen, een oude bekende van de middelbare school. En nu stond ineens haar dood gewaande echtgenoot weer voor haar… De mensen in haar omgeving waren verbaasd dat ze niet alleen maar heel blij was. Maar tegenstrijdige gevoelens streden om voorrang in haar hele lijf…

In de opleiding tot psychiater leerde ik de vakterm die bij deze anekdote hoort: ‘anticiperende rouw’. Hoewel de partner in kwestie nog in leven was, had het rouwproces in het leven van zijn dierbaren al wel een aanvang genomen. Los van hun hoop dat hij nog ‘gewoon’ in leven zou blijken te zijn, waren ze al wel begonnen afscheid van hem te nemen. Vooral in hun hoofd. Dit psychologische proces wordt aangeduid als ‘anticiperende rouw’.

“Men gaat misschien minder snel dood, maar het leven wordt in toenemende mate gekenmerkt door onherstelbaar verlies tijdens dat steeds langere leven.”

Dementie

Al tijdens iemands leven moet afscheid worden genomen van de gezonde eigenschappen of kenmerken die iemand had, maar die onomkeerbaar verdwenen zijn. Het komt veel meer voor dan we ons realiseren. Denk bijvoorbeeld aan chronisch zieke mensen die hulpbehoevend worden en nooit meer de rol van gelijkwaardige partner kunnen vervullen. Door uiteenlopende handicaps verandert het leven van een zieke, maar ook dat van de mensen er direct omheen. Een veel voorkomend voorbeeld is dementie: iemand verliest bij deze ziekte onder meer het geheugen, maar de mensen in zijn/haar omgeving verliezen vooral een gezond persoon. De impact daarvan is vaak niet duidelijk zichtbaar of voelbaar, maar daarom niet minder. Het is ook een taboe, omdat er al snel wordt gedacht dat je klaagt als je te kennen geeft dat je iemands gezonde kanten mist.

Juist in een tijd waarin we steeds meer levens weten te behouden wordt duidelijk dat daar soms een hoge prijs voor moet worden betaald door het verlies dat daarbij evengoed optreedt. Men gaat misschien minder snel dood heden ten dage, maar het leven wordt in toenemende mate gekenmerkt door onherstelbaar verlies tijdens dat steeds langere leven. Om te beginnen bij de persoon in kwestie natuurlijk, maar laten we de omgeving ook vooral niet vergeten. ‘Anticiperende rouw’ is geen ziekte, maar wel van grote invloed op onze levens.

Oorspronkelijk gepubliceerd op Joop.nl. Lees de column en reacties op Joop.nl.

 

 

‘Uiteindelijk ben ik ook maar een zacht ei’

– BB

Lees meer

Verslaving aan pijnstillers

Medicijnverslaving is de doodsoorzaak van duizenden mensen. Dat willen we niet, en het is goed dat daar momenteel aandacht voor is.

In de vele jaren die ik nu werkzaam ben in de verslavingszorg is me duidelijk geworden dat verslaving aan alcohol in omvang misschien het grootste probleem op dit terrein is, maar zeker niet het grootste taboe binnen deze ondergewaardeerde discipline in de gezondheidszorg. Dat er mannen verslaafd zijn aan porno is bijvoorbeeld een veel gevoeliger probleem, zeker als ze daarnaast ook nog een duurzame relatie hebben. Hoe onnodig, onterecht en hinderlijk dit ook mag zijn als je probeert iemand als professional terzijde te staan, iedereen begrijpt wel waarom het delicate materie is.

Toch is er volgens mij een vorm van verslaving die een nog veel groter taboe is: die aan pillen. Er zijn meerdere verklaringen voor aan te voeren, en naar mijn stellige overtuiging kennen we de ware omvang van dit probleem niet. Je kunt online bestellen wat je wilt, als je maar betaalt…

Het begint met artsen die met goede bedoelingen middelen voorschrijven waaraan je verslaafd kunt raken. Op zichzelf nog niet eens een probleem, die mogelijke afhankelijkheid, maar de dokter hoort het wel te melden, en dat gebeurt meestal niet. De artsen die zware pijnstillers voorschrijven alsof het snoepjes zijn, werken bijna nooit in de verslavingszorg. Sterker nog: ze hebben meestal geen flauw benul dat er mensen verslaafd raken aan de pillen die zij als eerste hebben voorgeschreven. En ook nog met de beste bedoelingen, dat maakt het enkel pijnlijker.

“Een van de problemen is dat mensen die verslaafd zijn aan medicatie ogenschijnlijk lang goed blijven functioneren.”

Middelen als oxycodon en fentanyl vallen onder de opiumwet, maar worden vaak achteloos voorgeschreven. De verslaving die sommige gebruikers treft is zeer ernstig en kost mensenlevens. Als we een beetje achter de Verenigde Staten aangaan, zal dit een gezondheidsprobleem van ongekende omvang gaan betekenen. Zelfs president Trump sprak hier publiekelijk zijn bezorgdheid over uit.

Medicijnverslaving is de doodsoorzaak van duizenden mensen. Dat willen we niet, en het is goed dat daar momenteel aandacht voor is.
Een van de problemen is dat mensen die verslaafd zijn aan medicatie (pijnstillers, kalmeringstabletten, slaappillen) ogenschijnlijk lang goed blijven functioneren. Bijvoorbeeld omdat ze veel minder opvallen dan dronken alcoholisten. En omdat pillen slikken op voorschrift van een arts veel minder vragen oproept, maatschappelijk geaccepteerder is.

Zoals altijd is ook hier de grootste winst te boeken door preventie: voorschrijvers moeten veel terughoudender worden en er is veel meer kennis nodig bij de consumenten over de mogelijke nadelen van medicatie. Middelen die goed werken hebben nu eenmaal vrijwel altijd ook bijwerkingen. Die realiteit zouden artsen ook beter onder ogen moeten zien, want goede bedoelingen nemen de gevaren niet weg.

Dat eens te meer duidelijk wordt dat de verslavingszorg meer aandacht behoeft is hopelijk ook een boodschap die duidelijk wordt uit de recente berichtgeving over verslaving aan pijnstillers. Nu nog de professionals vinden die er ook een uitdaging in zien om de vaak jonge mensen en hun omgeving kundig te behandelen…

Oorspronkelijk gepubliceerd op Joop.nl. Lees de column en reacties op Joop.nl.

 

Interview Esther van Fenema met Bram Bakker

De dokter als patiënt is het verhaal van een arts die aan den lijve ervaart hoe ziek zijn je leven en je kijk op het leven compleet op z’n kop zet, maar ook hoe ziek de gezondheidszorg zelf is geworden.

Esther gaat in gesprek met Bram (ze kennen elkaar goed) over de best wel heftige afgelopen periode waar Bram ook een boek over schreef: De Dokter als patiënt.

 

 

De Dokter als patiënt

Je kan het boek hier bestellen.

 

Gisteren enorm genoten van indrukwekkende optredens tijdens dat feestje met die rare naam: het doldrieste Depressiegala

Lees meer
Kom ook naar het Depressiegala!

Kom ook naar het Depressiegala!

Depressiegala 2019

Drie jaar geleden organiseerden we voor het eerst een Depressiegala.

Onze bedoeling was om mensen met psychische klachten ook eens op een positieve manier in beeld te brengen. Dus niet alleen een focus op alles wat er niet kan, op de klachten, maar juist op de positieve eigenschappen die iedereen, en dus ook iemand met psychische problematiek, altijd ook nog heeft.

Er traden bekende en minder bekende artiesten op, die veelal uit eigen ervaringen konden tappen. Het waren altijd bijzondere avonden, gekenmerkt door intimiteit en kwetsbaarheid, maar niet op een treurige manier. Kwetsbaarheid was kracht bij de drie gala’s die tot nu toe werden georganiseerd. Het was zelfs een keer op de televisie, maar dat gedoe met camera’s kwam de sfeer in de zaal niet ten goede.

Maandag aanstaande, 21 januari, is het weer zo ver. Dan hopen we de grote zaal van Tuschinski te vullen met lotgenoten en sympathisanten die iedereen met een psychische stoornis een hart onder de riem komen steken. Iets eerder en vlakbij (in het Betty Asfalt Complex) speelt cabaretière Marjolijn van Kooten gratis, voor de mensen die het gala niet kunnen bekostigen. Het geheel levert de organisatie geen cent op, ondanks suggesties daarover op sociale media.

Dit jaar willen we de omgeving van de mensen met psychische klachten centraal stellen: als je partner een depressie heeft of je kind verslaafd is, dan lijdt je hoe dan ook mee. En moet je toch blijven proberen om het leven van een positieve kant te bekijken.

We krijgen vaak de vraag of ‘depressie’ en ‘gala’ geen onvergelijkbare grootheden zijn. Op het eerste gezicht lijkt dat te kloppen. Maar waarom zou iemand met een depressie of andere psychische aandoening eigenlijk niet naar een gala kunnen? Je hoeft je niet uit te dossen als een filmster om toch getuige te zijn van een bijzondere avond?

We hebben ook nooit gehoord dat iemand spijt had van zijn of haar bezoek aan de avond, of dat een deelnemende artiest zich misplaatst voelde. En dus gaan we door, op Blue Monday, de dag die de reputatie heeft de somberste dag van het jaar te zijn. Wetenschappelijk is dat nergens op gebaseerd, maar de derde maandag in januari is wel een uitgelezen moment om eens even stil te staan bij het psychische lijden van duizenden mensen om ons heen.

Maar bij het Depressiegala doen we dat wel op een positieve manier.

Ik zou zeggen kom ook naar het Depressiegala!

 

Egmond

Egmond

Bram Bakker De halve van Egmond

In 2006 schreef ik voor het eerst een boek over hardlopen, De halve van Egmond.

Het evenement is enkel gegroeid sindsdien. Ik schreef later nog over de marathon van New York, New York New York (2009), en mijn eerste goede voornemen van dit jaar is het voltooien van een derde (en laatste) boek over hardlopen, Ultra, dat afstanden langer dan een halve marathon als onderwerp heeft.

Maar Egmond blijf ik altijd lopen, als het enigszins kan. Voor menig hardloper begint het nieuwe jaar daar pas echt. Of het nu heel slecht weer is, of juist opvallend mooi, het is altijd bijzonder in Egmond. Zoals de keer die werd afgelast vanwege een tekort aan hulptroepen. Er was natuurijs, en dat ging voorbij ambulances en ziekenauto’s. Wij liepen toch, stiekem. Zoals bij de marathon van New York, die werd afgelast vanwege een storm, een paar dagen eerder.

Bij de inschrijving vraagt men altijd hoe vaak je hebt meegedaan, maar ik ben serieus de tel kwijt. Zeker meer dan twintig keer, schat ik. Al in de tijd dat we over het strand terug renden was ik erbij. Ooit zelfs met meewind en een zonnetje demonstratief in de blote bast over dat strand…

Egmond is gegroeid, maar ook geprofessionaliseerd. De massale start die ik me herinner is er niet meer. We vertrekken gespreid, afhankelijk van de kleur van je startnummer. Als je geen wedstrijdloper, VIP, lid van Le Champion of deelnemer aan de businessrun bent loop je zeker over een omgeploegd strand. De prijs van de vooruitgang, zou ik zeggen.

De terugweg door het duingebied is er echter alleen maar mooier op geworden, en als je nog niet kapot bent als je vanaf het strand komt kun je daar flink gas geven. De tijden zijn trouwens altijd een stuk minder langzaam dan gevreesd: het is natuurlijk geen snel parkoers, door dat zand, maar het is verder niet uitgesproken bochtig of heuvelachtig.

Omdat het nogal lastig is om met duizenden hardlopers Egmond te bereiken, duurt het wel even voor je er bent, en voor je weer thuis bent. De pendelbussen vanaf Alkmaar werken perfect, maar vragen wel extra tijd. En toch zijn de meeste lopers verknocht aan dit evenement, en hoor je eigenlijk nooit iemand afsluiten met ‘eens, maar nooit meer’.

Sterker nog: na korte of langere tijd komen we allemaal weer terug, voor ons nieuwjaarsfeestje!

 

p.s. De halve van Egmond was al jaren uitverkocht, tot er onlangs drie dozen tevoorschijn kwamen bij een verhuizing. Die zijn hier exclusief te bestellen, zolang de voorraad strekt….

 

 

Sta stil bij waar je bent in je leven

We doen graag alsof we in balans zijn, zolang ons grote tegenslagen bespaard blijven, maar zijn we het ook?

Aan het einde van het jaar wil iedereen ineens ‘de balans opmaken’. Ook in de media is het een favoriet onderwerp. Vele jaren deed ik er ook braaf aan mee. Wat was er goed gegaan, wat had er beter gekund? En waar zouden we op basis van deze analyse het komende jaar eens de focus op moeten hebben? Om de opbrengst te vergroten en/of fouten te vermijden.

Mijn afgelopen jaar wordt gekenmerkt door disbalans. Dat klinkt niet fijn, maar ik was letterlijk en figuurlijk uit mijn evenwicht. Wat ik onder evenwicht verstond tenminste. Bijna tien maanden geleden begaf mijn cerebellum (‘de kleine hersenen’) het, het deel van ons brein dat ook wel bekend staat als het hersengebied waar het evenwicht wordt bewaakt. Het is nog steeds niet volledig hersteld, en ieder moment van de dag voel ik dat er balans mist. Dat klinkt sneu en frustrerend, en dat is het ook vaak, maar nu voel ik het tenminste. Mijn aandoening heeft me ook geholpen, doordat ik ben gaan voelen wat het is om niet in balans te zijn. Dat ik jaren heel veel ballen tegelijk in de lucht hield had helemaal niets met evenwicht of in balans zijn te maken. We doen graag alsof we in balans zijn, zolang ons grote tegenslagen bespaard blijven, maar zijn we het ook? Is een jaarsalaris ver boven modaal een bewijs van gezond evenwicht?

Leerzaam

Door maanden onvrijwillig thuis te zitten werd ik gedwongen een heel andere balans op te maken, en los van alle ellende die het met zich meebracht, was het ook leerzaam. Net zoals een burn-out tot nieuwe en diepgaande inzichten aanleiding kan geven, leerde ik het leven anders waarderen. Kreeg ik een afkeer van de vluchtigheid die ons bestaan steeds meer kenmerkt. En als er iemand zo druk was dat hij nergens tijd voor had, dan was ik het.

Gelovigen verzekerden me dat mijn kwaal (cerebellaire ataxie heet het officieel) een geschenk van God was. Een heel ander soort gelovigen, de spirituelen, benadrukten dat dit ‘op mijn weg lag.’ De neurologen die geen objectieve lichamelijke afwijking konden vinden om het mee te verklaren, suggereerden dat het dan wellicht psychisch was. Wat mij betreft heeft iedereen gelijk: een gezonde balans ontbrak, en dat weet ik sinds ik het aan den lijve heb ervaren.

Er is geen enkel bezwaar tegen ‘de balans opmaken’. Sterker nog: ik raad het iedereen aan, iedere dag. Het betekent stilstaan bij waar je bent in je leven, en jezelf die ene kritische vraag stellen waar het uiteindelijk allemaal om draait: ‘Ben ik echt daar waar ik wil zijn?’

Steeds meer mensen moeten bekennen dat ze deze vraag ontkennend moeten beantwoorden, als ze eerlijk zijn. Ze hebben goede redenen waarom het zo ver heeft kunnen komen. De vraag is echter: zijn het geen smoezen? Of: wanneer worden excuses nietszeggende stoflappen, om toch vooral niets te hoeven veranderen?

Balans is iets individueels, de uitkomst van een moeilijke zoektocht bij jezelf, van binnen. Of je het ooit zult vinden weet niemand, maar de zoektocht is de moeite waard. En de troostprijs is enorm: iedereen die je werkelijk liefhebt profiteert er van mee!

Oorspronkelijk gepubliceerd op Joop.nl. Lees de column en reacties op Joop.nl.

 

Waarom vinden veel hulpverleners het toch zo lastig hun gevoel te volgen bij behandeling van psychische problemen? En waarom verschuilen ze zich dan maar achter procedures en protocollen?

Lees meer

Modder gooien

Dit onmenselijke systeem is niemand persoonlijk aan te rekenen. Maar het deugt niet

‘Waarom laat je het niet rusten?’

‘Denk nu toch alleen aan je eigen gezondheid!’

‘Zo’n systeem verander je toch niet’

Dat kan allemaal waar zijn, maar er zijn grenzen. De onpersoonlijke benadering die ik als patiënt nu al maanden ondervind, vind ik de gezondheidszorg onwaardig. En omdat ik zelf deel uitmaak van dat systeem, wil ik me daar niet bij neerleggen. En er zijn bovendien tientallen mensen me ongevraagd bijgevallen via e-mails, op sociale media, en op straat zelfs. En ik wil die mensen ook niet in de kou laten staan. ‘Als je een stem hebt, moet je die laten horen’ kreeg ik thuis met de paplepel ingegoten.

Is het feit dat ik zelf een medisch specialist ben relevant? Op zichzelf niet, maar mijn tegenargument wel, lijkt me: ‘Als ik al zo wordt behandeld, hoe gaat het dan met een huisvrouw uit Brabant, of een bouwvakker uit Tiel? Vast niet beter toch?’

Negen maanden lijd ik al aan cerebellaire ataxie, een moeilijke term voor een stel symptomen dat zeer uiteenlopende oorzaken kan hebben. Het heeft te maken met het cerebellum, onze kleine hersenen, zoveel is zeker. Mijn oorzaak is nog altijd onbekend.

Zes maanden zat ik noodgedwongen thuis, ik schreef er een boek over zonder met een beschuldigende vinger naar wie dan ook te wijzen, en ik probeerde in gesprek te komen met de collega’s die duidelijke fouten hadden gemaakt. Alles mislukte, het gesprek is er nooit geweest. Aan de telefoon verschuilt men zich achter procedures en protocollen. Soms zegt iemand dat het heel vervelend voor me moet zijn, en frustrerend. Dat lost niets op, maar het helpt me wel.

De specialist in deze klachten, een neuroloog aan de andere kant van het land, bevestigt dat ik reden van klagen heb. Zijn begripvolle en kundige begeleiding bewijzen mij enkel dat het ook anders kan.

Ik kreeg via de klachtenfunctionaris een vriendelijke, persoonlijke brief toegestuurd van twee betrokken neurologen. Ze maakten excuus voor een deel van hetgeen er was geschied, maar over de bureaucratie in het ziekenhuis en de onterecht gedeclareerde euro’s lieten ze zich niet uit. Een informeel gesprek zonder tussenkomst van de klachtenfunctionaris was volgens de opperbaas van het ziekenhuis, zelf neuroloog ook nog, niet mogelijk. ‘Dien maar een klacht in’, moedigde hij mij slechts aan.

Ik laat het er nog steeds niet bij zitten, maar ik ben wel moe van de vertragingstactieken en de weinig bereidwillige houding waar ik mee ben geconfronteerd. En dus heb ik nu maar een advocaat ingeschakeld, die namens mij gaat communiceren. Hij zit er al direct heel anders in, informeel wordt het nu echt nooit meer. Dat spijt me nog steeds. Net als de collega’s die me onvolledig en onjuist hebben behandeld houd ik van ons vak, en dreigen goede bedoelingen nu ondergesneeuwd te raken. Maar dat is exact het probleem: dit onmenselijke systeem is niemand persoonlijk aan te rekenen. Maar het deugt niet, en daarom wordt het dus nu maar modder gooien…

Oorspronkelijk gepubliceerd op Joop.nl. Lees de column en reacties op Joop.nl.

 

Vroeger liepen we als jager-verzamelaar allemaal een marathon, als je dat niet kon was je ten dode opgeschreven…

Lees meer

Blijf-Beter!Welkomsgeschenk

Bram's tweewekelijkse nieuwsbrief is alweer een paar maanden bezig. Meld je vandaag nog aan en ontvang zijn boek Blijf Beter! (in pdf).

Mis 'm niet!