Ultra, de inleiding

Ultra, de inleiding

Een voorpublicatie uit het nieuwe boek van Bram: Ultra

 

Ultra de marathon voorbij Bram Bakker

Inleiding

Ik ben een duurloper, waarom weet ik zelf ook niet precies. Maar dat ik van duurlopen opknap hoef je mij na bijna veertig jaar lange afstanden lopen niet meer uit te leggen. En de mensen in mijn omgeving ook niet. Ik had een partner die met enige regelmaat verzuchtte dat ik misschien maar een eindje moest gaan rennen alvorens we gezellig samen een wijntje zouden drinken. We kenden elkaar toen drie weken, tot dat moment vond ze het vooral ongezellig dat ik geen wijntje wilde drinken als ik niet eerst gerend had.

Er was een tijd dat ik iedereen adviseerde om ook te gaan hardlopen. En nog steeds zie ik in runningtherapie een kansrijke (en onderschatte) behandeling van psychische klachten. Je hoeft het echt niet leuk te vinden om er toch van te kunnen profiteren, zeg ik altijd. En dan trek ik graag de vergelijking met de afwas: van tevoren vindt bijna niemand het leuk om hem te moeten doen, maar achteraf is iedereen blij dat hij gedaan is. En men voelt zich daardoor ook beter, of minder slecht.

Mensen zonder psychische klachten hoeven van mij geen duurlopen te doen. Voldoende lichaamsbeweging is erg belangrijk, maar je mag ook de racefiets pakken als dat je beter past. En zo zijn er nog talloze vormen van bewegen op te noemen, maar dit boek is geschreven voor en door een hardloper.

Bijna iedere duurloper stelt zich doelen: tien kilometer, tien Engelse mijl, een halve of zelfs een hele marathon. Of nog gekker: een triatlon, of trailrunning, eendaagse ultralopen of meerdaagse hardloopevenementen over immense afstanden.

Naarmate ik ouder werd boette ik aan snelheid in, en wat was er dan logischer dan de focus te leggen op nog langere afstanden dan de tweeënveertig kilometer van de marathon? Althans, zo zag ik het. In sommige culturen is dit zogenaamde ultralopen veel geaccepteerder dan bij ons. Dus toog ik na de halve marathon van Egmond en de hele marathon van New York City naar Zuid-Afrika, het land waar het ultralopen hoog in aanzien staat. In dit boek lees je wat me daartoe bewoog en wat ik eraan heb gehad.

 

Ultra

Je kan het boek hier bestellen.

 

Verslaving en pillen

Het is een onomstreden feit dat er geen wetenschappelijk bewijs bestaat dat verslaving te genezen zou zijn door een pil te slikken.

Vol enthousiasme ben ik onlangs gestart met een nieuwe baan als psychiater in een relatief kleine verslavingsinstelling. Tot mijn taken behoren onder meer medicatieconsulten, werd me meegedeeld. In mijn agenda trof ik verzoeken om mensen te bellen die onlangs waren begonnen met een antidepressivum, enkel en alleen om te checken of alles goed ging. Op zichzelf niets mis mee natuurlijk, want de eerste weken dat je een antidepressivum gaat gebruiken zijn meestal ook direct de pittigste, zeker qua bijwerkingen.

Maar wat dit met de behandeling van verslaving te maken heeft is mij eerlijk gezegd volstrekt onduidelijk. En ik begrijp daardoor ook niet waarom ik dit soort telefoontjes zou moeten doen. Bijna altijd gebeurt het instellen op antidepressiva door huisartsen tegenwoordig.

“..‘gedoseerd gebruik’ is op termijn eigenlijk altijd een illusie. Als je niet tegen kiwi’s kunt ga je toch ook niet iedere dag een stukje kiwi eten?”

Het is een onomstreden feit dat er geen wetenschappelijk bewijs bestaat dat verslaving te genezen zou zijn door een pil te slikken. Was het maar zo… De kans dat het medicijn dat verslaving geneest binnenkort wordt ontdekt of uitgevonden is ook vrij zeker erg klein. Eerlijk gezegd kun je er maar beter niet op rekenen.

Als je verslaafd bent moet je op zoek naar de sleutel die toegang geeft tot de zogenaamde ‘totale abstinentie’, het enige kansrijke doel van iedere behandeling: helemaal geen drank of drugs meer, want ‘gedoseerd gebruik’ is op termijn eigenlijk altijd een illusie. Als je niet tegen kiwi’s kunt ga je toch ook niet iedere dag een stukje kiwi eten?

De reden dat er toch veel medicatie wordt voorgeschreven aan verslaafden heeft te maken met de zogenaamde comorbiditeit: veel mensen die verslaafd zijn lijden daarnaast ook aan angsten of een sombere stemming. Zo zijn er ADHD-ers die coke snuiven, maar die beter Ritalin zouden kunnen slikken, dat weet ik ook wel. En veel psychiaters bestrijden alle psychische klachten, niet alleen ADHD, graag met pillen.

Los van het feit dat twijfelachtig is of antidepressiva wel werken als je er veel alcohol naast gebruikt is het dubieus of pillen wel helpen bij de behandeling van de comorbide stoornissen van verslaving. Veel verslaafden geven een depressie of angststoornis graag de schuld van hun mateloosheid, maar dat is ook weer kenmerkend voor verslaving: de oorzaak ligt altijd buiten de verslaafde zelf. Hij of zij zet zichzelf graag neer als een slachtoffer van belastende omstandigheden. Dat lost niets op, helaas. Je eigen aandeel nemen, dat kan helpen. ‘Doe wat je kan, en doe niet wat je niet kan’ zeggen de verslaafden die in herstel zijn vaak tegen elkaar.

Er bestaan geen pillen die zorgen voor een andere opstelling tegenover de verslaving.

De behandeling met medicijnen houdt de illusie dat je er niets aan kunt doen in stand, en werkt daarmee eerder averechts. Eerst de verslaving onder controle krijgen, en dan pas overwegen om andere psychische klachten wel met medicatie te bestrijden. Maar dat hoeft volgens mij niet in een verslavingsinstelling te gebeuren. Wat mij betreft schrappen we de medicatieconsulten in mijn nieuwe werk.

Lees de originele column en reacties op Joop.nl

 

‘Als ik loop voel ik me beroerd, maar als ik niet loop nog beroerder’

– Ron Teunisse (in Ultra)

Lees meer

Frustratie

Ik heb de samenleving bergen geld gekost het afgelopen jaar. En als ik heel eerlijk ben heb ik er niets anders voor terug gekregen dan het bericht dat ik vrij zeker niet dood zal gaan aan cerebellaire ataxie.

Precies een jaar geleden begon ik ineens raar te lopen, alsof ik dronken was. Omdat het ook de mensen in mijn omgeving opviel besloot ik maar snel naar de huisarts te gaan. Die dacht aan iets aan mijn cerebellum, ook wel bekend als de kleine hersenen. Logisch, want dat is de plek in ons brein waar ons evenwicht wordt bewaakt. Als het goed is, maar dat was het bij mij niet. Nog steeds niet…

“Het had veel weg van een burn-out, wat er gebeurde. Ik kon ineens niet meer werken en mijn oude leven kon voorgoed in de prullenbak.”

Ik schreef een boek over mijn ervaringen in het eerste halfjaar van mijn ziekte, die te boek staat als ‘cerebellaire ataxie’. Het was geen vrolijk verhaal, over een gezondheidszorgprofessional die zelf patiënt wordt. En die aan den lijve ervaart hoe onpersoonlijk onze zorg is geworden. Dat veelgehoorde klachten van patiënten ook daadwerkelijk voorkomen. Het opende mijn ogen, en in die zin was het winst.

Het had veel weg van een burn-out, wat er gebeurde. Ik kon ineens niet meer werken en mijn oude leven kon voorgoed in de prullenbak. Ook niet erg.

De gespecialiseerde neuroloog die ik na veel omzwervingen had gevonden ontsloeg me een paar maanden geleden uit zijn controleschema’s. ‘Kom maar terug als het nodig is’ sprak hij mij vriendelijk toe. In het afschrift van de brief die hij mijn huisarts stuurde las ik dat hij niet meer uitging van een zeldzame complicatie van de griep, zoals ik zelf steeds had gedacht.

We waren het erover eens dat behandeling onmogelijk was, omdat we de oorzaak nooit hadden ontdekt. In de brief stond iets over PACA, maar zelfs als ik dat google vind ik niets. Dat het zeldzaam is, wellicht een auto-immuunziekte, en met een onvoorspelbaar beloop, vinden mijn arts en ik allebei ook. De afgelopen weken gaat het ineens minder, waarom weet ik niet. Mijn evenwicht is minder, maar ik twijfel ook over het evenwicht in mijn emoties. Daar speelt het cerebellum ook een rol in namelijk (het heet CCAS, heb ik zelf opgespoord).

Ik heb de samenleving bergen geld gekost het afgelopen jaar: onder andere dure ziekenhuisopnamen en talloze onderzoeken. En als ik heel eerlijk ben heb ik er niets anders voor terug gekregen dan het bericht dat ik vrij zeker niet dood zal gaan aan cerebellaire ataxie. Ze hadden het wat mij betreft ook ‘gekke koeienziekte’ mogen noemen…

Ik ben ondertussen bijna wanhopig, vanwege het uitblijven van duidelijkheid. Ik heb nog geen psychische stoornis als complicatie, maar daarmee is het goede nieuws wel verteld. Ik ga een nieuwe afspraak maken bij de neuroloog en maar eens vragen over er geen experimentele behandeling te verzinnen is. Dan doen we tenminste iets. Ondertussen denk ik aan de duizenden mensen die in een vergelijkbare situatie zitten, en vind ik dat ik niet mag klagen. Het chronische vermoeidheidssyndroom is nog veel erger…

Ik houd van het leven, en zou er graag weer eens alles uithalen wat er in zit. Dat de Westerse geneeskunde mij niets te bieden had blijft een bron van frustratie, en ik denk dat we daar iets mee moeten. Vooral vanwege al die andere ‘onbehandelbare’ patiënten …

 

Meer over het boek De Dokter als patiënt

 

Een psychiater is een lijfarts

Iedere keer een nieuwe behandelaar doet de vraag rijzen wat behandeling dan nog inhoudt. Een vertrouwd gezicht is wel het minste wat je mensen in psychische nood gunt.

Het personeelstekort in de GGZ vormt heden ten dage een van de grootste problemen waar we in dit land tegenaan lopen. Vooral de psychiaters, maar ook klinisch psychologen en GZ-psychologen, kiezen steeds vaker voor ‘uurtje-factuurtje’ in plaats van een vast dienstverband. Er worden moeiteloos uurtarieven van 150 euro aan psychiaters betaald, en bij een weekinkomen van zo’n 6000 euro kan deze zzp-er dan lekker veel vakantie nemen. De kinderen hebben ook twaalf weken per jaar vrij tenslotte… Vrijheid-blijheid voor de professional in een wereld vol personeelstekort. En het einde lijkt nog lang niet in zicht.

Vertrouwd gezicht

Los van deze tendens is er een inhoudelijk argument om toch vooral wel op de loonlijst te gaan staan, als je mensen wilt helpen met psychische problemen: het vak kan het beste worden uitgeoefend middels duurzame contacten. Jaren op dezelfde plek werken komt de patiënten ten goede. In de GGZ worden patiënten nog steeds eufemistisch cliënten genoemd, maar te kiezen valt er steeds minder. Iedere keer een nieuwe behandelaar doet de vraag rijzen wat behandeling dan nog inhoudt. Een vertrouwd gezicht is wel het minste wat je mensen in psychische nood gunt. Zodat ze niet iedere keer opnieuw hun hele verhaal hoeven te doen, of tegenover een professional komen te zitten die vooral op een beeldscherm naar het elektronische dossier staart.

“Dat zou iedere dokter moeten doen: langdurig contact onderhouden met zijn of haar patiënten.”

De beoordeling van iemands psyche valt of staat met eerdere observaties. Uit het vergelijk daarmee kunnen conclusies worden getrokken. En daar kan weer het behandelbeleid op worden afgestemd. Wat een voorganger heeft opgeschreven kan behulpzaam zijn, maar is het heel vaak ook helemaal niet. Smaken verschillen, en zo…

Ook in loondienst verdien je nog altijd ruim bovenmodaal als psychiater. En de onvermijdelijke diensten, want een crisis houdt zich nooit aan kantoortijden, worden ruim gecompenseerd. En horen toch bij de keuze voor het vak. Ik begin ‘gewoon’ weer met een baan, in de door mij zo geliefde verslavingszorg, na een lange periode van ziekte.

Langdurig contact

De bijna vergeten schrijver Gerard Reve schreef over zijn lijfarts, de dokter die hem vele jaren lang terzijde stond, in lichamelijke en mentale kwesties. Dat zou iedere dokter moeten doen: langdurig contact onderhouden met zijn of haar patiënten. Als je iemand goed kent weet je beter wat er wel of niet moet gebeuren, en dat is vrij zeker een stuk goedkoper dan iedere keer een nieuwe professional inhuren.

Om puur inhoudelijke redenen zouden psychiaters weer lijfartsen moeten worden, met een stabiele werksetting en duurzame binding met hun cliënten (die dan ook weer echt iets te kiezen hebben). En nog steeds is er dan heel veel keuze: vrijgevestigd, met een focus op psychotherapie, of in een kliniek, in teamverband. Vooral somber, of juist ernstig verward. Jong of oud, dement of autistisch. Maar hoe dan ook: ouderwets in dienstverband. En dan kunnen we nog steeds strijden tegen administratieve rompslomp en onnodige vergaderingen. We zijn als zorgprofessionals opgeleid in het behandelen van mensen. Laten we daar de focus leggen, niet op randzaken als bureaucratie of geld.

Lees de originele column en reacties daarop op Joop.nl

 

Burn-out onder jongeren groeiend probleem

Burn-out onder jongeren groeiend probleem

Burn-out jongeren Jacobine Bram Bakker

Bram was te gast bij het praatprogramma van Jacobine Geel.

De toename van stress in onze samenleving is een actueel onderwerp. Met name jongeren bezwijken op steeds jongere leeftijd onder de stress. Uit een onderzoek onder studenten op de Christelijke Hogeschool Windesheim bleek dat een kwart van de ondervraagde studenten last heeft van burn-outklachten, vaak veroorzaakt door prestatiedruk.

Hoe groot is de druk op jongeren, waar komt die druk vandaan en hoe kunnen we jongeren weerbaarder maken? In Jacobine psychiater Bram Bakker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Arie Slob en studente Sanne Touw, die recent een burn-out kreeg.

Bekijk het programma hier terug

 

‘Als je de uitdrukking ‘Ruwe bolster, blanke pit’ beter wilt begrijpen moet je het boek van Marcel van Roosmalen over Theo Janssen lezen. Aanrader, gaat nauwelijks over voetbal…’

– BB

Lees meer

Anticiperende rouw

Juist in een tijd waarin we steeds meer levens weten te behouden wordt duidelijk dat daar soms een hoge prijs voor moet worden betaald door het verlies dat daarbij evengoed optreedt.

Een van de meest indrukwekkende anekdotes die ik me herinner uit mijn opleiding ging over een verloren gewaande Amerikaanse soldaat, die na maanden zwerven door de jungle van Vietnam ineens weer opdook. Hij ging terug naar het dorp in de zuidelijke staat waar hij vandaan kwam, in de hoop en de verwachting dat hij het gewone leven daar weer op zou kunnen pakken, samen met zijn jonge vrouw. Nog maar een paar weken voor zijn uitzending naar Vietnam was hij met haar getrouwd. Ze hadden zich toen voorgenomen een gezin te stichten, zodra hij terug was. Dat had veel langer geduurd dan gepland, maar hij was het nooit vergeten.

Nieuwe liefde

Bij thuiskomst was zijn vrouw natuurlijk blij dat hij toch nog in leven was. Zij, en iedereen in haar omgeving, was er vanuit gegaan dat hij waarschijnlijk was omgekomen. En dat zij dus een jonge weduwe was geworden. Dat had haar wel wat tijd gekost, daar aan wennen. Maar sinds enkele weken was er voorzichtig een nieuwe liefde in haar leven verschenen, een oude bekende van de middelbare school. En nu stond ineens haar dood gewaande echtgenoot weer voor haar… De mensen in haar omgeving waren verbaasd dat ze niet alleen maar heel blij was. Maar tegenstrijdige gevoelens streden om voorrang in haar hele lijf…

In de opleiding tot psychiater leerde ik de vakterm die bij deze anekdote hoort: ‘anticiperende rouw’. Hoewel de partner in kwestie nog in leven was, had het rouwproces in het leven van zijn dierbaren al wel een aanvang genomen. Los van hun hoop dat hij nog ‘gewoon’ in leven zou blijken te zijn, waren ze al wel begonnen afscheid van hem te nemen. Vooral in hun hoofd. Dit psychologische proces wordt aangeduid als ‘anticiperende rouw’.

“Men gaat misschien minder snel dood, maar het leven wordt in toenemende mate gekenmerkt door onherstelbaar verlies tijdens dat steeds langere leven.”

Dementie

Al tijdens iemands leven moet afscheid worden genomen van de gezonde eigenschappen of kenmerken die iemand had, maar die onomkeerbaar verdwenen zijn. Het komt veel meer voor dan we ons realiseren. Denk bijvoorbeeld aan chronisch zieke mensen die hulpbehoevend worden en nooit meer de rol van gelijkwaardige partner kunnen vervullen. Door uiteenlopende handicaps verandert het leven van een zieke, maar ook dat van de mensen er direct omheen. Een veel voorkomend voorbeeld is dementie: iemand verliest bij deze ziekte onder meer het geheugen, maar de mensen in zijn/haar omgeving verliezen vooral een gezond persoon. De impact daarvan is vaak niet duidelijk zichtbaar of voelbaar, maar daarom niet minder. Het is ook een taboe, omdat er al snel wordt gedacht dat je klaagt als je te kennen geeft dat je iemands gezonde kanten mist.

Juist in een tijd waarin we steeds meer levens weten te behouden wordt duidelijk dat daar soms een hoge prijs voor moet worden betaald door het verlies dat daarbij evengoed optreedt. Men gaat misschien minder snel dood heden ten dage, maar het leven wordt in toenemende mate gekenmerkt door onherstelbaar verlies tijdens dat steeds langere leven. Om te beginnen bij de persoon in kwestie natuurlijk, maar laten we de omgeving ook vooral niet vergeten. ‘Anticiperende rouw’ is geen ziekte, maar wel van grote invloed op onze levens.

Oorspronkelijk gepubliceerd op Joop.nl. Lees de column en reacties op Joop.nl.

 

 

Blijf-Beter!Welkomsgeschenk

Bram's tweewekelijkse nieuwsbrief is alweer een paar maanden bezig. Meld je vandaag nog aan en ontvang zijn boek Blijf Beter! (in pdf).

Mis 'm niet!