Burn-out is ook een soort verslaving

Veel mensen die uiteindelijk in een burn-out zijn beland waren ‘workaholics’, ook (en misschien wel vooral) omdat het hen niet lukte om niets te doen

Omdat het maar niet lukt om tot een sluitende definitie van het containerbegrip ‘burn-out’ te komen is het zinvol om te blijven nadenken vanuit welk perspectief de problematiek het beste benaderd kan worden.
Want de impact is enorm, in alle opzichten, en het probleem lijkt eerder te groeien dan te krimpen.

Vanuit het oogpunt van de verslavingszorg, weinig geassocieerd met burn-out, valt er bijvoorbeeld ook wel wat zinnigs over burn-out op te merken.

Het gemeenschappelijke kenmerk van iedere verslaving is het onvermogen van de mensen die er aan lijden om tijdig op de rem te trappen. Gedoseerd, verantwoord gebruik van drank of drugs is de verslaafde niet gegeven. ‘Eentje is te veel, en duizend is te weinig’, zegt men bij de Anonieme Alcoholisten treffend.

“En mateloosheid is een kenmerk van iedere vorm van verslaving.”

In toenemende mate erkennen de deskundigen dat gedragsverslavingen in ernst vaak niet onder doen voor die aan middelen (drank of drugs). Bekende gedragsverslavingen zijn gokken en porno, maar ook gamen, vreetbuien en het gebruik van de mobiele telefoon kunnen ontaarden in een verslaving. Gedrag dat meestal wordt ingezet om emoties te beteugelen, maar waar geen gezonde rem op zit, is potentieel gevaarlijk. En mateloosheid is een kenmerk van iedere vorm van verslaving, of het nu om middelen of gedragingen gaat.

Het onvermogen om niets te doen

Veel mensen die uiteindelijk in een burn-out zijn beland waren ‘workaholics’, ook (en misschien wel vooral) omdat het hen niet lukte om niets te doen. Het onvermogen om even helemaal niets te doen is kenmerkend voor veel hedendaagse jongeren, en niet toevallig zijn in die leeftijdscategorie de percentages waarin burn-out voorkomt het hoogst.

Mensen die in een burn-out belanden kun je zien als mensen die verslaafd zijn aan actie, aan altijd bezig zijn. En die dus tegelijkertijd ook niet in staat zijn om totaal te ontspannen, in volledige rust te geraken, helemaal tot stilstand te komen, enzovoorts. Na korte of langere tijd leidt deze disbalans onvermijdelijk tot problemen, die veel weg hebben van ‘cold turkey’ afkicken: ineens valt de bodem onder het functioneren weg, het middel ontbreekt, of heeft geen effect meer. En het systeem dwingt je tot rust.

Zoals een alcoholist moet leren om te functioneren zonder alcohol, zo moet iemand met burn-outklachten leren om zonder stress te functioneren. Ontspannen en op basis van het eigen gevoel, niet onder invloed van een middel of bepaald gedrag.

Bij een drankprobleem kun je als behandeldoel kiezen voor totale abstinentie: geen druppel meer en ook geen andere middelen. Behandeling van eet- en seksverslaving is vaak lastiger, omdat die nullijn niet haalbaar is. In dit geval moet de verslaafde leren om ‘gezond’ te gebruiken, met mate dus.

Het is geen optie dat de mensen die uitvallen met een burn-out langdurig helemaal niets meer moeten doen. Maar leren doseren, op geleide van het eigen gevoel, is wel iets waarbij professionele ondersteuning zinvol kan zijn. Moeilijk genoeg ook, want net als bij andere verslavingen zien we veel mensen na korte of langere tijd terugvallen…

Lees de originele column en reacties op Joop.nl

 


 

 

Burn-out? De baas is de dupe

Soms duidt een ‘burn-out’ eerder op een zieke omgeving dan op ziekte.

Een 45-jarige man komt me consulteren, vanwege ‘een daverende burn-out’. Hij heeft zich recent ziek gemeld bij zijn baas, en direct aangekondigd dat het wel even gaat duren. Zijn partner, de huisarts en een goede vriend, psycholoog notabene, hebben hem geadviseerd om maar eens een tijdje met een boek op de bank te gaan zitten, na alles wat er is gebeurd.

En dat is inderdaad nogal wat: zijn ex-vrouw, de moeder van zijn twee jonge kinderen, is totaal onverwacht overleden, een dierbaar familielid heeft zichzelf van het leven beroofd en er zijn hoog opgelopen spanningen met zijn zussen vanwege een erfenis, die ontstonden nadat in korte tijd beide ouders overleden. Zelf heeft hij een intensief medisch onderzoekstraject achter de rug, nadat er bij toeval een tumor in zijn buik werd ontdekt. Deze bleek uiteindelijk goedaardig en behoefde geen verdere behandeling. Al weken heeft hij nu moeite met slapen, hij is emotioneel labiel, heeft moeite zich te concentreren en voelt zich doorlopend dodelijk vermoeid.

“Op de vraag waarom hij zich dan ziek heeft gemeld volgt een stilte. ‘Dat heeft iedereen me geadviseerd’, zegt hij uiteindelijk.”

Op verzoek van zijn werkgever spreek ik hem. We zijn het er snel over eens dat hij in korte tijd wel erg veel voor zijn kiezen heeft gekregen, en dat zijn klachten eigenlijk goed te begrijpen zijn vanuit de zeer belastende omstandigheden. Als ik vraag naar zijn werk, hij is verkoopmedewerker, vertelt hij dat dit eigenlijk steeds nog wel redelijk ging, ondanks alles. Hij vond het minder leuk dan gewoonlijk, maar klachten over zijn functioneren heeft hij eigenlijk niet gehad. Dat hij veel heeft moeten verzuimen vanwege alle perikelen nam ook eigenlijk geen collega hem kwalijk. Op de vraag waarom hij zich dan ziek heeft gemeld volgt een stilte. ‘Dat heeft iedereen me geadviseerd’, zegt hij uiteindelijk.

En daar gaat het dus verkeerd. In deze casus (de man in kwestie is vanwege zijn privacy onherkenbaar gemaakt) zie je precies waar het mis gaat in de manier waarop we in onze maatschappij omgaan met burn-out-klachten: het werk (werkgever en collega’s) wordt hier de dupe van problemen waarin het geen enkel aandeel heeft. De man wordt in zijn omgeving bejegend als een slachtoffer van zijn omstandigheden. In plaats van hem aan te moedigen vol te houden op de gebieden waar hij nog wel functioneert, komt vanuit zijn omgeving de suggestie dat hij zich maar ziek moet melden. Dat duidt eerder op een zieke omgeving dan op ziekte bij deze meneer. Sterker nog: hij is niet ziek, hij heeft begrijpelijke klachten ten gevolge van abnormale belasting…

In de begintijd van de burn-outepidemie werd het werk meestal als belangrijkste oorzaak van verzuim gezien. Gelukkig wordt daar door de meeste mensen inmiddels een stuk genuanceerder over gedacht. Steeds vaker zie je dat werkgevers de prijs betalen voor overbelasting op andere levensterreinen dan het werk. Daarom investeren bedrijven in preventie, onder de wat flitsender aanduiding ‘vitaliteit’.

Als over een aantal jaren het aantal burn-outs gaat afnemen, iets wat helaas nog lang niet zeker is, zal dat vermoedelijk vooral de verdienste van het bedrijfsleven zijn…

Lees de originele column en reacties op Joop.nl

 


 

 

‘We zitten veel te veel in ons hoofd, worden constant overprikkeld. Aan alle kanten is disbalans. We móéten van alles, maar zijn vergeten waar we diep in ons hart gelukkig van worden. Dát is het probleem.’

– BB

Lees meer
Een burn-out is een cadeau aan jezelf

Een burn-out is een cadeau aan jezelf

Bram-Bakker-Opgebrand

© Hollandse Hoogte

Psychiater Bram Bakker (55) staat vanaf morgen op het podium met zijn theatercollege Opgebrand. Bakker, zelf ook uitgeput geraakt, ziet zo’n inzinking als een geschenk.

Een op de zes werknemers – dat zijn ongeveer 1,4 miljoen Nederlanders – heeft last van burn-outklachten. Psychiater Bram Bakker voegde zich in begin 2018 bij dat leger. Na weken op de bank te hebben gelegen, begreep hij dat hij zelf aan de bak moest.

Je maakt je er druk over dat mensen burn-out als een ‘product’ zijn gaan zien. Wat bedoel je?
“Als jij mij kunt vertellen wat een burn-out precies is, ben je de eerste van honderden mensen die ik erover sprak. Niemand weet het, maar inmiddels hebben veel instanties belang bij de kreet. Er is een complete industrie omheen gebouwd, daar gaat het mis. Vraag je mensen of een burn-out een psychische stoornis is, dan zeggen de meesten nee. Maar we behandelen het wel zo. Je gaat naar de huisarts, die verwijst je naar een ggz-instelling waar je op de wachtlijst komt. Ggz-instellingen verdienen er hun geld mee, ook al genezen ze niet echt. Ze verkopen een product en hebben maar één belang: zoveel mogelijk klanten. Zo is een miljardenbusiness ontstaan, gebaseerd op een non-begrip.”

Risicofac­to­ren zijn bevlogen­heid in je werk, een overvolle agenda, een druk sociaal leven, veel hobby’s

Ik weet niet of de tienduizenden mensen met een burn-out dat ook zo zien.
“Ik zeg niet dat een burn-out niet bestaat, ik zeg alleen dat we er anders naar moeten kijken. Diagnose en behandeling zijn gebaseerd op het medische model van ‘wel/niet’. Een cel is kwaadaardig of niet. Een bot is gebroken of niet. Heel helder voor zwart-wit gevallen. Maar een burn-out is, net als alle psychische klachten, grijs gebied. Je kunt geen hersenscan maken en aanwijzen: kijk, daar zit-ie. En toch doen we alsof dat wel zo is.”

Hoe moet je een burn-out dan beschouwen?
“Allereerst moeten we dat medische model achter ons laten. Zie je burn-out maar als een cadeau, een geschenk dat je waarschuwt: de grens is nu echt bereikt. Een burn-out is namelijk niets minder dan het uiterste signaal van je systeem dat de balans ernstig is verstoord. De bedoeling is dan wel dat je het cadeau uitpakt en je afvraagt: waarom is dit bij mij bezorgd? Je zult zelf aan de bak moeten.”

Dus als je totaal uitgeput op de bank ligt, moet je blij zijn en er ook nog mee aan de slag?
“Natuurlijk voelt het op de korte termijn niet zo. Maar vergeet het goede nieuws niet: je gaat er niet dood aan, het is geen kwaadaardige aandoening en een burn-out treft over het algemeen mensen die veel talenten en bezigheden hebben. Risicofactoren zijn bevlogenheid in je werk, een overvolle agenda, een druk sociaal leven, veel hobby’s. Zelf ben ik een schoolvoorbeeld: ik deed allemaal dingen die ik leuk vond, maar wel veel te veel. Toen ik ook nog eens vijf goede vrienden in twee jaar verloor, was ik aan de beurt. Ik kreeg onverklaarbare klachten, waar neurologen niets mee konden. Het deel van mijn hersenen dat met je evenwicht heeft te maken, bleek verstoord, maar niemand wist waardoor. Ineens zat ik thuis en kon ik niks meer. Ik moest op handen en voeten de trap op, donderde steeds om. Daar werd ik behoorlijk depressief van.”

En toen dacht je: wat een cadeau?
“Nee, maar ik wist wel dat ik zélf iets moest verzinnen om weer op te knappen. Al die jaren had ik roofbouw gepleegd op mijn gestel, ik had emotioneel het een en ander te verwerken gekregen: de scheiding van de moeder van mijn kinderen, een nieuwe relatie, het verlies van die vijf vrienden in korte tijd. Het heeft anderhalf jaar geduurd en het ging soms heel slecht, maar met kleine stapjes kwam ik vooruit. Ik trainde in de sportschool, sliep ’s middags twee uur, dat hielp. En, heel belangrijk: ik moest accepteren dat ik niet alles kan doen wat ik zou willen. Ik heb veel goede ideeën, maar ik heb leren aanvaarden dat de meeste niet de moeite van het uitvoeren waard zijn. Voor iedereen met een burn-out is de vraag: waar zit de ruimte om dingen anders te doen? Die ruimte is er, altijd.”

Jongeren gaan voor het eerst in de geschiede­nis láter met elkaar naar bed, omdat ze liever aan hun telefoon zitten dan aan elkaar. Dat is toch gestoord?

Een burn-out komt toch altijd door werkstress?
“Nog zo’n misvatting. Mensen branden niet af vanwege hun werk, maar omdat ze het te druk hebben. Je kunt al opgebrand raken als je het nieuws probeert te volgen. Dat is toch niet te doen? We zitten veel te veel in ons hoofd, worden constant overprikkeld. Aan alle kanten is disbalans. We móéten van alles, maar zijn vergeten waar we diep in ons hart gelukkig van worden. Dát is het probleem.”

Leuk, dat luisteren naar je hart, maar de hypotheek moet worden betaald.
“Mensen gijzelen zichzelf met dat soort ideeën. Als je baas echt zo vreselijk is, waarom zit je daar dan al twintig jaar? Ga iets anders doen. Rationeel nadenken is prima, maar alles begint met gevoel. Dat is evolutionair verdedigbaar: dieren blijken net zo veel te voelen als mensen. Het enige wat ons onderscheidt is dat wij er vervolgens over kunnen nadenken. Verder verschillen we niet zoveel van bavianen. Dankzij onze hersenschors dringen we niet iedereen de geslachtsdaad op, dat is fijn.

Maar ook wij kunnen niet zonder onze soortgenoten en zouden meer naar ons gevoel moeten luisteren. Ga met de billen bloot, onderzoek: wat wil ik nou echt? Dan wordt het gemakkelijker om je gedrag te veranderen.”

Hoe blijf ik weg bij een burn-out?
“Diep van binnen weten we allemaal best wat goed voor ons is: voldoende bewegen, gezond eten, vaker nee zeggen, genoeg tijd nemen om te ontspannen. Klinkt simpel, maar zoals Johan Cruyff zei: iets wat simpel is heel goed doen, is het moeilijkste wat er is.

Begin met die telefoon weg te leggen. Jongeren gaan voor het eerst in de geschiedenis láter met elkaar naar bed, omdat ze liever aan hun telefoon zitten dan aan elkaar. Dat is toch gestoord? Of neem Apple, dat je gaat helpen door het blauwe licht van je telefoon om tien uur ’s avonds te dimmen, zodat je makkelijker kunt slapen. De echte vraag is natuurlijk: wat doe je ’s avonds laat nog met een telefoon in je handen?

Het allerbelangrijkste: kom uit die slachtofferrol. Je moet zelf iets veranderen. Een moeilijke jeugd is geen excuus. Die heeft iedereen gehad.”

Oorspronkelijk gepubliceerd in het Algemeen Dagblad (22 oktober 2019)

 

‘Het enige model in de gezondheidszorg waar patiënten en de hele samenleving in de toekomst bij gebaat zijn is: preventie!’

– BB

Lees meer

We zijn een psychiatrisch ontwikkelingsland

De boeren hebben er geen moeite mee om te protesteren, maar waar blijven de psychologen en psychiaters die hun woede ventileren over de achterlijke praktijken van de GGZ?

Misschien heeft het met de herfst te maken, maar van alle kanten krijg ik weer hulpverzoeken van mensen die zijn vastgelopen in de GGZ. De overgrote meerderheid heeft invoelbare, begrijpelijke klachten, die vooral gaan over een gebrek aan daadkracht en een bureaucratische mentaliteit bij de diverse instellingen.

‘Men overlegt heel veel, maar doet heel weinig’, zei de partner van een mevrouw die in een nare crisis is beland. ‘Ze vinden dat ze moet worden opgenomen, maar ze hebben zelf geen plek. We hebben gebeld naar een privékliniek, waar we fors voor moeten betalen, maar pas over drie weken kunnen we daar een intake krijgen. De criteria voor een gedwongen opname ontbreken.’

Columniste Roos Schlikker, die ruime persoonlijke ervaring heeft middels haar bipolaire moeder, schreef er zeer recent nog een vlammende column over.

Soms probeer ik tussen mijn gewone werk door te bemiddelen, en dat heeft ook weleens enig effect. Maar nog veel vaker haalt het helemaal niets uit: mensen in zware psychiatrische crisis worden ‘gewoon’ afgewezen, omdat ze te moeilijk zijn. Op basis van papieren informatie, niet na een persoonlijk gesprek. Ik vraag me echt af waarom je hulpverlener bent geworden als je die instelling voor laat gaan op de ouderwetse ‘menselijke maat’.

“Terwijl ieder mens het eigen geestelijk welbevinden zo’n beetje het belangrijkste vindt, maken we ons druk om het milieu. In de GGZ gaat het over het interne milieu van mensen. Kunnen we daar wat prioriteit aan geven?”

Psychologen en psychiaters zijn niet boos genoeg

Waar is in deze sector de moed gebleven? Waar is de bereidheid om iets te proberen, met inbegrip van de mogelijkheid dat het niet werkt? Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zo gek was dat welwillende pogingen om te helpen niet werden gewaardeerd. Mensen begrijpen prima wat je wel en niet kunt bieden, als je het zorgvuldig uitlegt. Maar werken in de GGZ impliceert toch ook dat je de hulpvragers begeleidt naar de plek waar ze moeten zijn? En ‘crisis’ en ‘wachtlijst’ zijn toch onvergelijkbare grootheden? Dat je altijd vol zit betekent nog lang niet dat je het werk goed doet…

Nog steeds leven we in een van de meest welvarende landen in de wereld. Geld kan ‘dus’ het probleem niet zijn, lijkt me. Maar in plaats van eindeloos vergaderen moet er eens wat daadkracht getoond worden. De boeren hebben er geen moeite mee om te protesteren, maar waar blijven de psychologen en psychiaters die hun woede ventileren over de achterlijke praktijken van de GGZ?

Het moet nog wetenschappelijk worden bewezen, maar ik denk dat onbehandelde psychiatrische problematiek flink bijdraagt aan een te hoog stikstofgehalte. Dat schijnt een goed argument te zijn om er iets aan te doen… Terwijl ieder mens het eigen geestelijk welbevinden zo’n beetje het belangrijkste in zijn/haar bestaan vindt, maken we ons druk om het milieu. In de GGZ gaat het over het interne milieu van mensen, kunnen we daar wat prioriteit aan geven s.v.p.?

Lees de originele column en reacties op Joop.nl

 


 

 

‘Trainen voor een marathon is soms taai: ruim drie uur in de regen op de vroege ochtend, maar wel voor het eerst sinds héél lang meer dan 30 km gesjouwd… En nog steeds zonder klachten!’

– BB

Lees meer

‘Zolang andere zaken belangrijker zijn dan je herstel, zul je nog veel verliezen.” Ik gebruik deze graag bij mensen die zeggen dat hun behandeling niet ten koste mag gaan van hun werk.”

– BB

Lees meer

Tegen zelfdoding, maar er toch door bezweken

Bij een beroemdheid die zichzelf het leven beneemt is er vaak angst voor een soort besmettelijk effect. Bij de dood van Viktor Staudt vrees ik dat nog meer.

Het overlijden van Viktor Staudt heeft een aantal mensen diep geraakt. Dat is meestal zo als er iemand dood gaat, maar in dit geval betreft het veel zeer kwetsbare mensen. Die al regelmatig twijfelen of het leven nog wel zin voor ze heeft…

Viktor was niet heel beroemd of zo, maar veel mensen kennen toch zijn verhaal: hij reed ooit naar een treinstation, wierp zich voor de trein, maar overleefde op wonderbaarlijke wijze. Zijn benen bleven achter op de rails, hij zat sindsdien in een rolstoel. Jaren later schreef hij er een boek over, ‘Het verhaal van mijn zelfmoord’ en er volgden indrukwekkende mediaoptredens, onder andere bij De Wereld Draait Door.

 

Viktor werd zodoende een belangrijke stem in het koor dat bepleit dat zelfdoding geen oplossing is, en dat je altijd zou moeten proberen om te praten over je gevoel dat het leven de moeite niet meer waard is, dat iedereen beter af is als jij er niet meer bent, enzovoort.

“Als een expliciete tegenstander van zelfdoding het zelf wel doet, wat moeten de twijfelaars dan?”

Viktor gaf talloze lezingen, en was achter de schermen zeer actief in online contacten met lotgenoten. Hij ondersteunde het werk van een organisatie als 113Preventie, veel meer anoniem dan in het publieke domein. Veel mensen die kampen met suïcidale gedachten ontleenden veel steun aan hem. Hij was een rolmodel, zonder dat dit expliciet benoemd werd.

Praten en luisteren

En nu heeft hij zichzelf toch het leven benomen. Voor de meeste mensen totaal onverwacht. De reden kennen we niet, en de details doen er ook eigenlijk niet toe. We zijn hem kwijt, terwijl hij nog zo nodig was.

Bij een beroemdheid die zichzelf het leven beneemt is er vaak angst voor een soort besmettelijk effect. Bij de dood van Viktor Staudt vrees ik dat nog meer: als een expliciete tegenstander van zelfdoding het zelf wel doet, wat moeten de twijfelaars dan? Het antwoord komt van Viktor zelf, die er een behartenswaardig stuk over schreef: praat erover!

Nu het niet meer met hem kan moet er een ander luisterend oor gevonden worden. En geloof het, of niet: dat is er, hoe moeilijk het zoeken ook kan zijn…

Wanhopig? Zoek contact met 113: www.113.nl of 0900-0113

 

Lees de originele column en reacties op Joop.nl

 


 

 

Blijf-Beter!Welkomsgeschenk

Meld je vandaag nog aan voor Bram's maandelijkse nieuwsbrief en ontvang zijn boek Blijf Beter! (in pdf).

Mis 'm niet!