Dat mijn jeugd niet werd gekenmerkt door enorme loftuitingen van mijn dierbaren is een soort feit in mijn hoofd.

Een feit waarvan ik weet dat het mijn ontwikkeling op een bepaalde manier heeft gekleurd. Ik weet ook dat ik daarmee iets heb gemist, maar terwijl ik dit schrijf voel ik er niets bij. Behoefte aan complimentjes zit wel in me, denk ik, maar de plek in mijn lichaam waar dat verlangen zich heeft verstopt herken ik (nog?) niet.

Het tegenovergestelde, angst voor afwijzing, kan ik ieder moment van de dag voelen. Het zit in mijn bovenbuik, en meestal staat het uit (gelukkig).

Toch heeft het veel met me gedaan, dat ik niet zo vaak een aai over mijn bol kreeg, want een groot deel van mijn leven zocht ik naar compensatie. Grotendeels onbewust hengelde ik iedere dag naar de expliciete goedkeuring van voor mij belangrijke mensen. Iemand hoger op de maatschappelijk ladder die ‘goed gedaan jongen’ tegen me zou kunnen gaan zeggen, dat vormde mijn brandstof. ‘Kijk mij eens!’

Soms lukte het.

Maar ook dan kwam een compliment toch meestal niet echt lekker binnen. Ik sloofde me vaak uit, en nu, achteraf, vraag ik me af of dat nu echt nodig was. Vooral in het contact met vrouwen waar ik van onder de indruk was betoonde ik me niet zelden een enorme uitslover.

Overdrijf ik nu? Mijn hoofd zegt ja, mijn gevoel nee.

Door mijn ontwikkeling van de afgelopen jaren is mijn behoefte aan complimenten kleiner geworden. Het lukt me steeds beter mijn eigen koers te bepalen, en ik solliciteer minder naar expliciete bevestiging (synoniem met compliment, lijkt me).

Maar toen ik deze week een filmpje (met daarin neutrale beelden van mezelf) aan een leuke vrouw stuurde voelde ik me ineens toch weer een aandachttrekker.

En ik ben nu al weer verbaasd dat ik dat überhaupt heb gedurfd.

Nog veel te ont-wikkelen…

 

 

Blijf-Beter!Welkomsgeschenk

Meld je vandaag nog aan voor Bram's maandelijkse nieuwsbrief en ontvang zijn boek Blijf Beter! (in pdf).

Mis 'm niet!