Wie is van hout?

De psychiatrie was vooral bezig om mensen medicijnen voor te schrijven op basis van veelal gesponsord onderzoek, vertelde Foudraine me

Wie-is-van-hout-Jan-FoudrainePas toen ik afgelopen weekeinde terug kwam van vakantie, en de oude kranten doornam, ontdekte ik dat Jan Foudraine was overleden. De psychiater die in de jaren zeventig één van de oprichters van de antipsychiatrie was, kwam al jaren nauwelijks meer in het nieuws. Terwijl zijn boek “Wie is van hout?” in die jaren een bestseller was van de omvang van “Wij zijn ons brein” van Dick Swaab. En dan heb je ook direct de twee uitersten wel te pakken: de psychiater die iedere vorm van bijzonder gedrag probeerde te begrijpen, en die de maatschappij als een belangrijk oorzaak van psychische problemen zag versus de neurobiologische wetenschapper die gestoord gedrag eerst en vooral koppelt aan afwijkingen in het brein.

In de Volkskrant reageerden twee prominente hoogleraren psychiatrie op het overlijden van Foudraine. Jim van Os, een hedendaagse pleitbezorger voor vernieuwingen in de GGZ, was lovend, en verklaarde dat de ideeën van Foudraine ook nu nog waardevol zijn. Volgens collega René Kahn, een fervent aanhanger van de neurobiologische benadering van psychische stoornissen, hebben de opvattingen van Foudraine juist geen stand gehouden. Kahn stelt in zijn reactie dat Foudraine het vak van de psychiatrie zelf niet heeft beïnvloed. “Foudraines opvatting dat het in de psychiatrie niet ging om het individu heeft de perceptie van het vak geen goed gedaan. Maar ik geloof niet dat hij grote schade heeft toegebracht aan het vak zelf.”

Ik denk dat Van Os een bredere kijk heeft op de psychiatrie dan Kahn, en dat als onderdeel daarvan ook de waarde van Foudraine kan worden gezien. De psychiaters die psychische problematiek enkel en alleen willen zien als de hersenziekte van een individu gaan volledig voorbij aan de invloeden die bij de psychische klachten van ieder individu altijd ook meespelen: partners, kinderen, ouders, familieleden, vrienden, kennissen en collega’s kleuren het beeld waarmee iemand zich presenteert. Maar ook op een abstracter niveau zijn er relevante invloeden: de samenleving verandert, en daarmee ook de psychopathologie.

De komst van het internet bracht bijvoorbeeld nieuwe stoornissen met zich mee, zoals de mateloosheid in gedrag (porno, gamen, gokken, etc.). En op het moment dat je binnen een systeem een specifiek individu labelt als psychiatrisch patiënt heeft dat ook effecten op de interacties binnen datzelfde systeem. Dat de psychiatrie daar de afgelopen decennia steeds minder aandacht voor had, en vooral bezig was om mensen op medicatie in te stellen op geleide van veelal gesponsord onderzoek, heeft het vak nauwelijks vooruit geholpen, vertelde Foudraine me toen ik hem een paar jaar geleden mocht bezoeken. Ik denk dat hij daar een punt heeft: de focus op het individu maakte dat de psychiatrie de context waarin bijzonder gedrag zich voordeed ging veronachtzamen. En op dat punt aangekomen zijn we al bijna terug in 1971, toen “Wie is van hout?” verscheen.

Het boek motiveerde mij ooit om psychiater te worden, het overlijden van Foudraine zie ik als een aanmoediging om te trachten een geïnspireerde houding ten opzichte van hulp aan mensen met psychische problemen te behouden. Jan Foudraine werd 87 jaar.

Lees de column (en reacties) op Joop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *