Levenslust

Ik ben overtuigd dat zin in het leven in iedereen zit, ook al is het soms diep verstopt.

Mijn cerebellum is nog steeds niet geheel hersteld, maar het vordert wel. Ik oriënteer me zelfs op hervatting van mijn werk als psychiater. Psychisch voel ik me ongeveer even gek als voor mijn ziekte, dus dat gaat goed. Ergens tijdens het ziekteproces voldeed ik zelfs aan de criteria van een depressieve stoornis en een post hierover kreeg enorm veel respons.

Ik had veel meegemaakt, dus ik kon er ook nog wel iets mee ook, zo’n DSM-label. Een ‘reactieve depressie’ werd dat vroeger genoemd. Maar toch: ik was nooit levensmoe en dacht niet vaak aan de dood, al helemaal niet als een oplossing voor al mijn problemen. Ik hield nog steeds van het leven en wilde niets liever dan daar van genieten, en dat lukte steeds maar niet.

In augustus ontdekte ik bij toeval CCAS op het internet en ineens viel alles op zijn plek. Ook de mensen in mijn directe omgeving herkenden me moeiteloos. Niks depressie, een ontregeld cerebellum. En juist die levenslust heeft me op de been gehouden de afgelopen maanden, is mijn inschatting.

Zin in het leven

En daar wil ik nu mee door, ook professioneel: ik ga proberen om mensen te helpen om hun zin in het leven weer terug te vinden. Want ik ben overtuigd dat die in iedereen zit, ook al is het soms diep verstopt. Ik wil de mensen die lijden onder gebeurtenissen en personen in hun omgeving helpen om het leven weer leuk te gaan vinden, en zich niet eindeloos te laten gijzelen door gedrag dat ze toch niet kunnen veranderen. Liefde is prachtig, maar het geneest geen kanker, de alcoholist gaat er niet minder door dringen en de dood houd je er ook niet mee buiten de deur. Want het leven is echt de moeite waard, zelfs voor sombere en verdrietige mensen.

Of het nu om partners van psychiatrische patienten gaat of om mensen die rouwen om het verlies van een dierbare: het leven gaat door, ook als is het soms moeilijk.

“Het leven is echt de moeite waard, zelfs voor sombere en verdrietige mensen.

Het eerste project dat ik heb omarmd heet zelfs ‘Levenslust’. Initiatiefneemster Patty Duijn, die dagelijks stervenden en de mensen om hen heen begeleidt, beoogt hiermee de eenzaamheid van veel nabestaanden te doorbreken, door ze iets te laten beleven in het bijzijn van lotgenoten. En dat is de weg die we moeten gaan, ook als professionals: mensen verbinding bieden.

We moeten niet alleen maar al dan niet zieke individuen zien, maar ook de hele context daaromheen. Nu een ondergeschoven kind in de zorg, maar wie zouden we zijn zonder mensen om ons heen? Met hen moeten we het leven vieren!

Lees deze column en reacties op Joop.nl.

 

(Zelf)haat

Veel mensen vinden zichzelf dom, dik en lelijk. En hoe je je best ook doet, zo’n basale overtuiging over jezelf werk je meestal niet weg.

Mijn boek De dokter als patient is af en verschijnt in oktober. Nu ligt het bij een zogenaamde persklaarmaker, en als ik de opmerkingen van haar heb verwerkt volgt een drukproef. Het duurt me veel te lang, net als die cerebellaire ataxie (lees eerdere post: De dokter als patiënt)…

Ondertussen heb ik doorlopend toevoegingen in gedachten: onderwerpen die ook nog in het boek gemoeten zouden hebben, maar die er nu niet in staan. En ik blijf klachten houden, na ruim vijf maanden loop ik nog steeds niet ‘normaal’.

Haat

Ik had nog aandacht moeten besteden aan haat. Een lelijk woord voor de meeste mensen en vrijwel alleen negatief in het nieuws. Haat is een lelijke emotie, zoals het veel meer geaccepteerde (en daardoor ook minder negatief geladen) boosheid. Toch verdient haat veel meer aandacht, als een belangrijk en vaak vergeten motief achter geweld. Ten opzichte van anderen, maar ook ten opzichte van zichzelf (de zogenaamde zelfdestructie). Iemand die voor een trein springt moet zichzelf toch wel haten?

Vanochtend ging ik hardlopen en het ging niet eens slecht. Ik loop harder en verder dan menige gezonde landgenoot, maar toch haatte ik mezelf, oprecht. Of beter nog: mijn ziekte. Nog steeds is die niet over, en ik wil dat niet meer. Ik zou er het liefst het bijltje bij neergooien, maar dat doe ik niet.

‘Zelfmoord is een definitieve oplossing voor een tijdelijk probleem’, zei een vriend ooit treffend. En zo is het. Maar als je lang je best doet en zo weinig vooruitgang boekt word je moe, en wil je soms gewoon even niet meer. ‘Even’ in mijn geval, gelukkig. Ik denk dat het bij de meesten van ons zo gaat, en dat het vaak erger wordt naarmate je harder werkt. Veel mensen zoeken naar compensatie in wat ze doen. Ze vinden zichzelf diep van binnen waardeloos en gaan zich dan gedragen alsof ze geweldig zijn. Zeer vermoeiend, vooral ook voor de omgeving die het niet doorziet. Waarom die uitsloverij, dat geklop op de eigen borst?

“Maar als je lang je best doet en zo weinig vooruitgang boekt word je moe, en wil je soms gewoon even niet meer

Gevaarlijk

Terwijl het echt het minst vermoeiend is om er op te vertrouwen dat je goed genoeg bent. En dat zijn we toch bijna allemaal. Veel mensen worden door heel veel inspanning rijk en beroemd, maar de compensatie die ze zoeken vinden ze niet. Ze vinden zichzelf dom, dik en lelijk. Of te klein, zoals veel bekende mannen. En hoe je je best ook doet, zo’n basale overtuiging over jezelf werk je meestal niet weg. En de haat die dat oproept kan gevaarlijk zijn. Zeker als het lang duurt en niemand het weet…

Kunnen we dan niets doen? Natuurlijk wel: langdurige psychotherapie, om iemands vertrouwen te winnen en het hem/haar mogelijk te maken om deze gruwelijke overtuiging over zichzelf eens met iemand te delen. En daarna wellicht ter discussie te durven stellen. Dat kost tijd en dat is niet effectief volgens kortzichtige economen en zorgbestuurders (zie eerdere post: Ggz-organisaties doen psychiatrie en psychotherapie in de uitverkoop).

Lees de column en reacties op Joop.nl

 

Ook nog een depressie

Ook nog een depressie

Depressie is een eng label. Maar mij helpt het. Begrip voor mijn eigen situatie werkt helend.

Al meer dan drie maanden zit ik ziek thuis. Ik heb cerebellaire ataxie, waarschijnlijk door de griep. En dan ineens valt het muntje: ik voldoe ook nog aan de criteria van een depressieve stoornis. Volgens de classificatie van DSM-5.

Mijn vriendin schrikt als ik het haar vertel, maar ze heeft ook iets van ‘eindelijk’.

Iedere dokter leert dat het risico op een psychische aandoening sterk toeneemt bij lichamelijke ziekte. Omgekeerd trouwens ook. Lichaam en geest zijn tenslotte één. Ik denk dat het in de dagelijkse praktijk vaak over het hoofd wordt gezien. Ik had het zelf eerst niet eens door. Terwijl ik er voor heb doorgeleerd.

Met aanleg heeft het in mijn geval weinig van doen. Na 54 jaar heel druk te zijn geweest is maanden gedwongen niets doen een hele opgave. En mijn psychische gesteldheid is slechts één van de gevolgen…

Inzicht is meer waard

Ik denk dat ik niet aan de medicatie hoef. Alleen al van de mogelijke bijwerkingen word ik angstig. Inzicht is meer waard en in mijn geval al een hele opluchting. Aanmelding bij de GGZ heeft ook weinig zin: aan het einde van de wachtlijst ben ik hopelijk al lang beter. En psychotherapie om vast te stellen dat mijn karakter niet helpt zie ik ook niet zitten.

Ik prijs me gelukkig met een ervaringsdeskundige vriend. Een gepensioneerde coach, die ergens op het platteland woont. Hij werd ooit met elektroshocks van een zware depressie bevrijd en weet dus wel wat een stemmingsstoornis is. Regelmatig reis ik naar hem toe. Hij kent me en stelt tenminste serieuze vragen. Nadenken en tijd helpen me. Een behandelaar in officiële zin ontbreekt, maar ik moet mezelf ook lichamelijk al weer lopen leren.

“Ik word gedwongen tot nadenken over mijn vroegere leven. Dat ik zo druk was beschouw ik nu als onvoorstelbaar.

Depressie is een eng label. Maar mij helpt het. Begrip voor mijn eigen situatie werkt helend. Wel zie ik ineens veel scherper de last die ik al die tijd heb gevormd voor de mensen in mijn directe omgeving. Dat ik de diagnose nu pas stel heeft ook te maken met mijn vooruitgang. Op de bodem van de put weet je niet precies waar je bent.

Louterende werking

De ‘stoornis’ werkt ook louterend. Zoals het overgeven bij een voedselvergiftiging hoort, zo herken ik slecht slapen en een gebrekkige eetlust als logische onderdelen van mijn situatie. En ik word gedwongen tot nadenken over mijn vroegere leven. Dat ik zo druk was beschouw ik nu als onvoorstelbaar.

Ik wil nooit meer meemaken wat me is overkomen en het eigen aandeel zal ik tot in lengte der dagen nemen. De depressie is op termijn een aandenken: zo ver was ik heen en nooit wil ik daar naar terug. Een ‘blessing in disguise’ noemen ze dat toch?

Foto: cc-foto: Darwin Bell

 

 

Het probleem van psychische klachten: diagnose onbekend

Het probleem van psychische klachten: diagnose onbekend

Er zijn steeds meer mensen waarbij er niet één-op-één een oorzaak is aan te wijzen voor de klachten. Burn-out is tegenwoordig een groot probleem in onze samenleving, maar de tijd dat we het enkel koppelden aan hard werken ligt gelukkig achter ons.

Je kunt oorsuizen met een chique medisch woord tinnitus noemen, maar de arts die het woord tinnitus hanteert bedoelt er precies hetzelfde mee als de leek die het heeft over oorsuizen. Oorsuizen of tinnitus is een symptoom, dat soms heel heftig is, maar ook niet meer dan dat. Een dokter wil graag weten wat de oorzaak is van dat symptoom, dus wat het oorsuizen veroorzaakt. Een diagnose is de oorzaak achter een bepaald symptoom, de ziekte die het veroorzaakt.

Zo kan longkanker (een diagnose) het symptoom aanhoudend hoesten verklaren.

Soms is de oorzaak van een symptoom onbekend: voor de ontdekking van het HIV-virus sprak men over AIDS, daarna over een virale infectie die de symptomen veroorzaakte.

“Een duidelijke oorzaak vindt men niet voor de meeste psychische klachten.

Burn-out klachten

Er zijn steeds meer mensen waarbij er niet één-op-één een oorzaak is aan te wijzen voor de klachten. Burn-out is tegenwoordig een groot probleem in onze samenleving, maar de tijd dat we het enkel koppelden aan hard werken ligt gelukkig achter ons. Strikt genomen is het hele begrip ‘werkstress’ onzin, omdat ons lichaam geen onderscheid kan maken tussen ‘werkstress’ en ‘privéstress’. Sterker nog: bij de honderden mensen die ik zag met klachten van een burn-out trof ik nog nooit iemand die buiten het werk alles perfect op orde had. En gelukkig maar, omdat in dat geval verandering van werk tot genezing zou moeten lijden en zo simpel is het helaas nooit…

De meeste aandoeningen zijn met een lelijk woord ‘multicausaal’ bepaald. En een goede hulpverlener helpt je met het vinden van de factoren die het verschil maken.

Psychische problemen zijn vaak complex

Het is geen gewaagde stelling om alle psychische problemen complex te noemen. Zonder een bepaalde aanleg doen de omstandigheden er niet toe, net als bij heel veel aanleg. In sommige families is bijna iedereen manisch-depressief. Paradoxaal genoeg kun je dan bijna niets anders doen dan pogen de omstandigheden zo min mogelijk van invloed te laten zijn. Dat is precies de gedachte achter de ‘rust, reinheid en regelmaat’, die zo vaak wordt geadviseerd aan mensen met (ernstige) psychische problemen.

Het medische model draait om het vinden van de juiste diagnose, waarbij er in principe altijd maar één oorzaak is, en er weinig tot niets zit tussen ‘ziek’ en ‘gezond’. Een objectieve oorzaak legitimeert de ziekte, het ontbreken daarvan plaatst ons voor problemen. Een duidelijke oorzaak vindt men niet voor de meeste psychische klachten. Of het medische model wel het meest geschikte is vraagt men zich niet af, terwijl de oplopende wachtlijsten daar bijvoorbeeld wel een argument voor zijn.

De GGZ lost haar problemen nooit op zonder kritisch na te denken over haar model. Psychische klachten zijn ingewikkelder dan een gebroken been of een ontstoken blindedarm. Wees eerlijk als je er eens goed over nadenkt: ze lijken er niet eens op…

 

Foto: cc-foto: Rodrigo Diaz

Lees column en reacties op Joop.nl

 

 

Bewijs het maar eens

Bewijs het maar eens

Veel mensen met psychische klachten belanden uiteindelijk in het alternatieve circuit. 

In de moderne geneeskunde draait alles om de diagnose. En als die gesteld is dan volgen vooral gemiddelden. Als het goed is wordt je diagnose evidence-based behandeld, gemiddeld dus. Ooit was dit vooruitgang en mocht je blij zijn als een gemiddelde behandeling gegarandeerd was. Minder dan gemiddeld was toen niet abnormaal…

Anno 2018 weet je zeker dat een gemiddelde behandeling voorbij gaat aan specifieke kenmerken: cultuur, opvoeding, arm of rijk, alleenstaand of getrouwd, etcetera. Iedereen begrijpt dat dit er toe doet, behalve de moderne arts (of begrijpt die het stiekem ook wel?). De meeste dokters houden er in hun professionele handelen geen rekening mee zolang het niet evidence-based is (ofwel: wetenschappelijk bewezen relevant)

Magistrale misvatting

‘Niet wetenschappelijk bewezen’ wordt in ons land vaak opgevat als niet-werkzaam. En dat is een magistrale misvatting: de overgrote meerderheid van alle handelingen in de moderne geneeskunde is in het geheel niet evidence-based, en dat vormt (gelukkig) geen enkel bezwaar.

Sterker nog: wat is de waarde van evidence-based precies als je kijkt naar de financiering van het onderzoek? En dat gebeurt steeds vaker, denk bijvoorbeeld ook aan de voedingsindustrie. In de psychiatrie is in verhouding veel pillen-onderzoek gepleegd, met geld van een geneesmiddelenfabrikant.

Wat is de praktische betekenis van een middel dat bij de behandeling van een depressie statistisch significant beter scoort dan een placebo? Als de depressie voornamelijk het gevolg is van bijvoorbeeld relatieproblemen vrij weinig ben ik bang: de prognose heeft veel te maken met de vraag of de relatieperikelen zijn opgelost. En pillen die zorgen voor een stabiele relatie zijn er helaas nog niet. Wel een gat in de markt trouwens, de ‘relatiepil…

Zo kan een depressie ook het gevolg zijn van langdurig het verkeerde werk. Maar leuk werk door een pil te slikken? Dat vinden we te simpel, toch?

Soms zijn medicijnen wèl levensreddend

Bij sommige mensen met depressie zijn medicijnen wèl levensreddend, gelukkig. Waarom? Als ik eerlijk ben heb ik er weinig idee van. Daarom is de psychiatrie ook zo’n interessant vak. En gezien de enorme aantallen mensen met psychische klachten is het nog uiterst relevant ook…

Veel mensen met psychische klachten belanden uiteindelijk in het alternatieve circuit. Omdat de klachten aanhielden ondanks reguliere behandelingen, of omdat men sowieso geen geloof hechtte aan medicatie of cognitieve gedragstherapie.

Waarom alternatieve behandelingen soms wel werken is (nog) niet duidelijk, want (meestal) niet onderzocht. We weten dat de aspecifieke factoren helpen: vertrouwen in de behandelaar, in verhouding veel tijd en aandacht voor de klacht, etcetera…

Veel wordt door wetenschappers weggezet onder de noemer van het zogenaamde placebo-effect: het helpt wel, maar het is onopgehelderd waarom precies.

Placebo-effect

Geheel ten onrechte worden placebo-medicijnen vaak gezien als ‘neppillen’, terwijl ze vaak aanleiding zijn tot echte verbetering. Een witte doktersjas vergroot bijvoorbeeld het placebo-effect en de gewone dokter profiteert daar dankbaar van. Niks mis mee toch, zolang de patiënt er baat bij heeft?

Als je moet kiezen tussen roze en blauwe pillen kun je het beste de roze nemen. Die hebben een groter placebo-effect…

 

Foto: cc-foto zie Bruce Evans.

 

Het Zomerdagboek van Bram Bakker – bij de Ochtenden 6 juli

Het Zomerdagboek van Bram Bakker – bij de Ochtenden 6 juli

Bram Bakker wordt veel gevraagd een praatje ergens te houden. En dat doet hij ook graag, want Bakker is op een missie: ‘het mentale welbevinden’ van Nederland te verbeteren.

En daarom meldde hij zich gister in Assendelft bij de bekende vloerenfabriek Forbo, om daar te praten over verslaving en werkdruk.

Deel vier van het Zomerdagboek van de week met Bram Bakker.