Met mijn ongeneeslijk zieke vriend had ik een mooi gesprek over de blijken van waardering die hij ongevraagd krijgt, nu hij de laatste fase van zijn leven ingaat.
‘Ik ben toch wel van betekenis geweest, hoor ik…’ En uiteraard stemt hem dat dankbaar. Hij was een toegewijde therapeut en heel veel mensen hadden profijt van zijn warme, betrokken en deskundige werkwijze. Waarbij ik het pijnlijk blijf vinden dat er in de verleden tijd wordt gesproken, want hij is er toch nog?! En boven alles: het is zo’n lieve man, nog steeds❤️
Mijn vriend zei dat ik ook die betekenis heb voor mensen waar ik mee werkte. Ik wilde hem wel geloven, maar het lukte me niet goed. Ik heb zeker hard gewerkt en mijn best gedaan voor mijn klanten, maar dat dit speciale vermelding zou verdienen lijkt mij overdreven. Ik vervulde mijn plicht, en deed dat met liefde, veel verder kom ik niet als ik er over nadenk.
“Liefde kun je geven en krijgen en in de ideale wereld is daar een soort balans in.”
Bij mij niet: ik kan het geven wel, best goed ook, denk ik. Maar het ontvangen…
Ik wantrouw de mensen die me liefde geven altijd een beetje, omdat ik stiekem de vraag blijf herhalen: ‘Heb ik dat wel verdiend?’ Het is de motor achter al mijn mateloze gedrag…
Liefde ontvangen, zonder voorbehoud? Een doorlopende uitdaging. Ik weet waar het vandaan komt, mijn oud zeer, en ik weet ook dat iedere verandering begint met onvoorwaardelijk van jezelf houden. Maar hoe ik op dat punt kan komen? Ik voel me vaak iemand die geblinddoekt, midden in de nacht, in een donker bos is verdwaald. En die weet: ergens is de onvoorwaardelijke liefde te vinden, ook al zie ik niets.
Bang in het donkere bos ben ik niet. En ik blijf zoeken, ook in mezelf.
En: ik durf er op te hopen dat ik het ga vinden ook nog, verdiend of niet…
Reacties