Steeds meer bedenkingen bij psychiatrische praktijk

Er is iets gaande rond de psychiatrie, en dat is vooral goed nieuws. 

Steeds meer mensen zien de waanzin van het labelen van psychische klachten in. En dat de veel gepromote medicatie en cognitieve therapie niet zaligmakend zijn wordt ook steeds duidelijker. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk…

De vraag of psychische klachten het beste beschouwd kunnen worden als de hersenziekte van een individu wordt ook niet meer standaard met ‘ja’ beantwoord. Dat onze leefwijze een groot probleem vormt, bestrijdt eigenlijk niemand meer. En daarmee staat de samenleving voor een levensgrote uitdaging, veel urgenter dan het leed van de slachtoffers bestrijden. Dat blijft noodzakelijk, maar zonder context zal het aantal uitvallers met een burn-out gestaag blijven toenemen.

“Vooral zorgverzekeraars, GGZ-directies en alle mensen met psychische klachten verdienen het eerlijke verhaal: met goede bedoelingen is een systeem opgetuigd dat totaal niet meer voldoet aan de problemen die de huidige tijd met zich meebrengt.”

Nieuwe wind in de psychiatrie?

Het meest hoopgevend is dat steeds meer psychiaters en psychologen hardop hun bedenkingen durven te uiten over de dagelijkse praktijk. Ook prominenten. In de kwaliteitskranten krijgen vooral de Belgen Dirk De Wachter en Paul Verhaeghe veel aandacht. Niets op tegen, maar het is wel vreemd dat de landgenoten die dezelfde inhoud prediken een beetje worden genegeerd. Ik vind collega’s als Jules Tielens, Jim van Os en Esther van Fenema net zo relevant.

Maar het belangrijkste is natuurlijk de boodschap, en die moet op veel meer plekken dan een zaterdagbijlage aandacht krijgen. Poppetjes zijn daarbij van ondergeschikt belang. Vooral zorgverzekeraars, GGZ-directies en alle mensen met psychische klachten verdienen het eerlijke verhaal: met goede bedoelingen is een systeem opgetuigd dat totaal niet meer voldoet aan de problemen die de huidige tijd met zich meebrengt.

Dus: zeg het voort, wie je ook bent, en hoe je je ook verhoudt tot psychisch leed…

Lees de originele column en reacties op Joop.nl

 


 

 

Mooie zin opgevangen: ‘Ik ga nogal slordig met mijn leven om’

– BB

Lees meer

Tygo in de psychiatrie, ik kan het niet aanzien

De discutabele diagnostiek domineerde in de recensies van het tv-programma Tygo in de psychiatrie.

Het is mij niet gelukt om naar ‘Tygo in de psychiatrie’ te kijken. Goed dat zulke programma’s worden gemaakt, maar zelf word ik er niet goed van. Dat er veel mis gaat in de psychiatrie is geen punt van discussie. De manier waarop er vanuit de beroepsgroep meestal gereageerd wordt maakt het niet beter: ontkennend en/of defensief. En, daar hebben ze een punt: er gaat ook heel erg veel goed. Maar daar haal je de media niet mee…

De discutabele diagnostiek domineerde in de recensies van het tv-programma. Helaas ook niet nieuw: in Nederland heeft men al decennia geleden een Amerikaans systeem omarmd (DSM), waar zelfs prominente constructeurs (Allen Frances) zich van hebben afgekeerd. Maar hier blijven we als beroepsgroep krampachtig de voordelen benadrukken en de zorgverzekeraars zweren er ook bij.

“Het classificeren van psychische klachten met behulp van labels is armoedig, omdat het mensen letterlijk reduceert tot nummers.”

Door DSM voorgeschreven labels armoedig

En als de zorg op vergelijkbaar niveau biedt zullen er heel veel mensen gefrustreerd raken en ontevreden op zoek gaan naar alternatieven. Die zelf betaald moeten worden op gezag van de zorgverzekeraar.

De beroemde schilder Karel Appel zei ooit: ‘ik rotzooi maar wat aan’. Dat viel best mee, want hij had een gedegen vakopleiding genoten en wist vrij precies wat hij deed.

De psychiaters in ons land zouden er goed aan doen zich door hem te laten inspireren: kennis is de basis, maar kunst wordt het in de specifieke vorm die je het geeft. Die wordt bepaald in samenspraak met de mens tegenover je, niet via een voorgeprogrammeerde code…

Lees de originele column en reacties op Joop.nl

 


 

Lees meer over de problemen in de gezondheidszorg.

 

 

‘Collega’s die zeggen dat DSM ‘slechts’ een classificatiesysteem is, sluiten hun ogen voor de dagelijkse praktijk: #labelcultuur’

– BB

Lees meer

‘Mensen met psychische klachten worden in de hulpverlening vaak met zijden handschoentjes  ‘behandeld’, ook waar een stevige, maar oprechte confrontatie meer zin zou hebben’

– BB

Lees meer

Meer salaris maakt geen einde aan desillusies van mensen in de zorg

‘De grootste ziekenhuisstaking ooit’. Leuke kop, en vervolgens gaat het in alle media weer eerst en vooral over geld. Helaas…. De zorg wordt ondertussen alleen maar onpersoonlijker

Geld is belangrijk, maar in de kern heeft zorg daar niets mee te maken. Professionals op de werkvloer in de zorg willen de patiënten iets geven. Natuurlijk hoort daar een fatsoenlijke beloning tegenover te staan, maar daar is het de werkers niet primair om te doen.

Als je eerst en vooral geld wilt verdienen moet je een ander vak kiezen. Goede zorg komt uit het hart, niet uit het hoofd. En geld hoort bij een rationeel product, niet bij een passie of roeping.

De zorg is onpersoonlijker

Het echte drama in onze zorg zijn de desillusies van de mensen aan het bed, en daarmee ook van hen in datzelfde bed. Je kunt wel fantaseren dat een beetje meer salaris dat kan omkeren, maar het is onzin. Werken vanuit je hart lukt niet met enkel geld als drijfveer.

“Protocollen, procedures en richtlijnen hebben de zorg steeds onpersoonlijker gemaakt, en soms zelfs onmenselijk.”

Daar zit de pijn van de mensen op de werkvloer, en daar gaat het mis met alle management daarboven: men spreekt elkaars taal niet echt.

Goede zorg begint en eindigt met een warm gevoel voor de mensen die het nodig hebben. Van zorg een product maken waarbij de vorm de inhoud domineert is de dood in de pot, een doodlopende weg.

Om te beginnen moeten we de passie van alle ‘gewone’ werkers in de zorg behouden of zelfs terugwinnen. Het geld volgt pas daarna. Eerst de inhoud, dan de vorm!

Lees de originele column en reacties op Joop.nl

 


 

Meer blogposts over de ‘zorg’.

 

Burn-out is ook een soort verslaving

Veel mensen die uiteindelijk in een burn-out zijn beland waren ‘workaholics’, ook (en misschien wel vooral) omdat het hen niet lukte om niets te doen

Omdat het maar niet lukt om tot een sluitende definitie van het containerbegrip ‘burn-out’ te komen is het zinvol om te blijven nadenken vanuit welk perspectief de problematiek het beste benaderd kan worden.
Want de impact is enorm, in alle opzichten, en het probleem lijkt eerder te groeien dan te krimpen.

Vanuit het oogpunt van de verslavingszorg, weinig geassocieerd met burn-out, valt er bijvoorbeeld ook wel wat zinnigs over burn-out op te merken.

Het gemeenschappelijke kenmerk van iedere verslaving is het onvermogen van de mensen die er aan lijden om tijdig op de rem te trappen. Gedoseerd, verantwoord gebruik van drank of drugs is de verslaafde niet gegeven. ‘Eentje is te veel, en duizend is te weinig’, zegt men bij de Anonieme Alcoholisten treffend.

“En mateloosheid is een kenmerk van iedere vorm van verslaving.”

In toenemende mate erkennen de deskundigen dat gedragsverslavingen in ernst vaak niet onder doen voor die aan middelen (drank of drugs). Bekende gedragsverslavingen zijn gokken en porno, maar ook gamen, vreetbuien en het gebruik van de mobiele telefoon kunnen ontaarden in een verslaving. Gedrag dat meestal wordt ingezet om emoties te beteugelen, maar waar geen gezonde rem op zit, is potentieel gevaarlijk. En mateloosheid is een kenmerk van iedere vorm van verslaving, of het nu om middelen of gedragingen gaat.

Het onvermogen om niets te doen

Veel mensen die uiteindelijk in een burn-out zijn beland waren ‘workaholics’, ook (en misschien wel vooral) omdat het hen niet lukte om niets te doen. Het onvermogen om even helemaal niets te doen is kenmerkend voor veel hedendaagse jongeren, en niet toevallig zijn in die leeftijdscategorie de percentages waarin burn-out voorkomt het hoogst.

Mensen die in een burn-out belanden kun je zien als mensen die verslaafd zijn aan actie, aan altijd bezig zijn. En die dus tegelijkertijd ook niet in staat zijn om totaal te ontspannen, in volledige rust te geraken, helemaal tot stilstand te komen, enzovoorts. Na korte of langere tijd leidt deze disbalans onvermijdelijk tot problemen, die veel weg hebben van ‘cold turkey’ afkicken: ineens valt de bodem onder het functioneren weg, het middel ontbreekt, of heeft geen effect meer. En het systeem dwingt je tot rust.

Zoals een alcoholist moet leren om te functioneren zonder alcohol, zo moet iemand met burn-outklachten leren om zonder stress te functioneren. Ontspannen en op basis van het eigen gevoel, niet onder invloed van een middel of bepaald gedrag.

Bij een drankprobleem kun je als behandeldoel kiezen voor totale abstinentie: geen druppel meer en ook geen andere middelen. Behandeling van eet- en seksverslaving is vaak lastiger, omdat die nullijn niet haalbaar is. In dit geval moet de verslaafde leren om ‘gezond’ te gebruiken, met mate dus.

Het is geen optie dat de mensen die uitvallen met een burn-out langdurig helemaal niets meer moeten doen. Maar leren doseren, op geleide van het eigen gevoel, is wel iets waarbij professionele ondersteuning zinvol kan zijn. Moeilijk genoeg ook, want net als bij andere verslavingen zien we veel mensen na korte of langere tijd terugvallen…

Lees de originele column en reacties op Joop.nl

 


 

 

Burn-out? De baas is de dupe

Soms duidt een ‘burn-out’ eerder op een zieke omgeving dan op ziekte.

Een 45-jarige man komt me consulteren, vanwege ‘een daverende burn-out’. Hij heeft zich recent ziek gemeld bij zijn baas, en direct aangekondigd dat het wel even gaat duren. Zijn partner, de huisarts en een goede vriend, psycholoog notabene, hebben hem geadviseerd om maar eens een tijdje met een boek op de bank te gaan zitten, na alles wat er is gebeurd.

En dat is inderdaad nogal wat: zijn ex-vrouw, de moeder van zijn twee jonge kinderen, is totaal onverwacht overleden, een dierbaar familielid heeft zichzelf van het leven beroofd en er zijn hoog opgelopen spanningen met zijn zussen vanwege een erfenis, die ontstonden nadat in korte tijd beide ouders overleden. Zelf heeft hij een intensief medisch onderzoekstraject achter de rug, nadat er bij toeval een tumor in zijn buik werd ontdekt. Deze bleek uiteindelijk goedaardig en behoefde geen verdere behandeling. Al weken heeft hij nu moeite met slapen, hij is emotioneel labiel, heeft moeite zich te concentreren en voelt zich doorlopend dodelijk vermoeid.

“Op de vraag waarom hij zich dan ziek heeft gemeld volgt een stilte. ‘Dat heeft iedereen me geadviseerd’, zegt hij uiteindelijk.”

Op verzoek van zijn werkgever spreek ik hem. We zijn het er snel over eens dat hij in korte tijd wel erg veel voor zijn kiezen heeft gekregen, en dat zijn klachten eigenlijk goed te begrijpen zijn vanuit de zeer belastende omstandigheden. Als ik vraag naar zijn werk, hij is verkoopmedewerker, vertelt hij dat dit eigenlijk steeds nog wel redelijk ging, ondanks alles. Hij vond het minder leuk dan gewoonlijk, maar klachten over zijn functioneren heeft hij eigenlijk niet gehad. Dat hij veel heeft moeten verzuimen vanwege alle perikelen nam ook eigenlijk geen collega hem kwalijk. Op de vraag waarom hij zich dan ziek heeft gemeld volgt een stilte. ‘Dat heeft iedereen me geadviseerd’, zegt hij uiteindelijk.

En daar gaat het dus verkeerd. In deze casus (de man in kwestie is vanwege zijn privacy onherkenbaar gemaakt) zie je precies waar het mis gaat in de manier waarop we in onze maatschappij omgaan met burn-out-klachten: het werk (werkgever en collega’s) wordt hier de dupe van problemen waarin het geen enkel aandeel heeft. De man wordt in zijn omgeving bejegend als een slachtoffer van zijn omstandigheden. In plaats van hem aan te moedigen vol te houden op de gebieden waar hij nog wel functioneert, komt vanuit zijn omgeving de suggestie dat hij zich maar ziek moet melden. Dat duidt eerder op een zieke omgeving dan op ziekte bij deze meneer. Sterker nog: hij is niet ziek, hij heeft begrijpelijke klachten ten gevolge van abnormale belasting…

In de begintijd van de burn-outepidemie werd het werk meestal als belangrijkste oorzaak van verzuim gezien. Gelukkig wordt daar door de meeste mensen inmiddels een stuk genuanceerder over gedacht. Steeds vaker zie je dat werkgevers de prijs betalen voor overbelasting op andere levensterreinen dan het werk. Daarom investeren bedrijven in preventie, onder de wat flitsender aanduiding ‘vitaliteit’.

Als over een aantal jaren het aantal burn-outs gaat afnemen, iets wat helaas nog lang niet zeker is, zal dat vermoedelijk vooral de verdienste van het bedrijfsleven zijn…

Lees de originele column en reacties op Joop.nl

 


 

 

‘We zitten veel te veel in ons hoofd, worden constant overprikkeld. Aan alle kanten is disbalans. We móéten van alles, maar zijn vergeten waar we diep in ons hart gelukkig van worden. Dát is het probleem.’

– BB

Lees meer

Blijf-Beter!Welkomsgeschenk

Meld je vandaag nog aan voor Bram's maandelijkse nieuwsbrief en ontvang zijn boek Blijf Beter! (in pdf).

Mis 'm niet!