De marathon is for pussies

Via het Midden-Oosten, waar we moesten overstappen, vlogen we rechtstreeks naar Durban. Het is een verre reis, en daar houd ik van. Filmpje kijken, boekje lezen, veel meer is er niet te doen als je eenmaal bent opgestegen. Er is ook een groot voordeel aan de verre reis naar Zuid-Afrika: een jetlag is er niet. Wel zijn de seizoenen precies andersom aan de andere kant van de Evenaar: de Comrades zit midden in de winter, ook al is het in de buurt van Durban nooit echt koud:-)

Zoals wij soms de Elfstedentocht hebben, heeft Zuid-Afrika de Comrades. Maar die gaat in principe ieder jaar door, omdat er nauwelijks voorwaarden (voldoende dik ijs) zijn. Er doen duizenden hardlopers mee, de marathon van Rotterdam is er niets bij… Uitzending live op de nationale televisie, uren lang. En een finish als bij de schaatstocht: een onherroepelijke eindtijd en later binnenkomen mag niet, de hekken zijn gesloten (geen kruisje…)

De Comrades werd voor het eerst gehouden in 1921 en is qua deelnemersveld de sterkste ultramarathon in de wereld. En de oudste… ‘The marathon is for pussies’ hoor je in het zuidelijk deel van Afrika, en dan is dit ‘the real thing.’

Blanke held Bruce Fordyce

Ik herinner me een reportage over de wedstrijd, decennia geleden, de Apartheid bestond nog, en Nelson Mandela was nog ‘slechts’ een gevangene op Robbeneiland. De gebeurtenis zonder rassendiscriminatie uit die tijd is de Comrades.

De blanke held Bruce Fordyce rent in het overwegend donker gekleurde deelnemersveld liefst negen maal als winnaar over de finish. Zijn eerste overwinning boekt hij in 1979, en liefst acht keer op elkaar wint hij. Van de huidskleur van de andere sporters trekt hij zich niets aan, sporter onder elkaar is zijn (terechte) motto. Hoewel Fordyce ook Europese marathons won is hij bij ons nauwelijks bekend. Maar deelnemers aan de Comrades kennen hem allemaal en in Zuid-Afrika is hij beroemd, en terecht.

Anno nu is de wedstrijd ontdaan van de meeste politieke lading. Er is geen enkele koppeling meer met een feestdag, en de wedstrijd vindt al jaren niet meer plaats op een vaste datum of feestdag. Zoals de meeste internationale marathons. Jammer, want net als de meeste lopers koester ik tradities.

Wat aan traditie rest is het aantal deelnames. Hoe vaker je de Comrades liep, hoe groter je status. Tot op het startnummer, want na tien keer een medaille (uitvallen telt niet) heb je voor eeuwig een groen nummer. En ik weet dat Hans Koeleman (zes keer gefinished) daar op uit is. Hij liever dan ik, twee keer lijkt me genoeg (ook nog een keer op en een keer neer) en vriend Simon is debutant. Wel een goede loper gelukkig…. We hebben er zin in!

Lees de blog (en reacties) op Losseveter.nl.

De ULTRA

De ULTRA

Maanden geleden schreef ik me in voor de Comrades, een beroemde ultraloop in Zuid-Afrika. Van de kust (Durban) naar het binnenland (Pietermaritzburg), ook bekend als ‘uphill’, in oneven jaren. De omgekeerde weg, inderdaad: ‘downhill’ in even jaren. In 2011 ging ik omhoog, in 2018 omlaag. Althans dat was het voornemen.

Met de Comrades is het volgens mij net als bevallen: tijdens en vlak erna zeg je (of denk je): dit nooit meer! Maar de meerderheid kan na één keer niet stoppen. Vrouwen baren twee of meer kinderen, duurlopers keren terug naar de Comrades.

In 2011 was ik overtuigd van het éénmalige karakter van mijn expeditie, eind 2017 maakte ik mijn vriend en medeloper Simon van Woerkom enthousiast dit ook maar eens te proberen. Al jaren organiseer ik met Simon de cursus runningtherapie, en we maken loopreizen. Eerst marathons (Chicago, Boston) en uiteindelijk verder.

De Two Oceans in Kaapstad is een aanrader voor iedereen die wel eens verder wil dan een klassieke marathon. Jaarlijks op Paaszaterdag, en ‘maar’ 56 kilometer. Voor veel Zuid-Afrikanen een ideale voorbereiding op de Comrades, later in het jaar.

Ruim twee klassieke marathons

De Comrades is bijna 90 kilometer, ruim twee klassieke marathons. Een perfecte reis naar de Two Oceans wordt ieder jaar georganiseerd door Stichting Run4Schools, een goede doelenclub met een project in een locaal township, dat je dan ook direct gaat bezoeken (zie www.run4schools.nl). Simon en ik wilden verder dan in Kaapstad.. Steeds meer Nederlanders gaan in de slipstream van ex-hordenloper Hans Koeleman (en schrijver van de klassieke hardlooproman ‘Het blauwe uur’) richting Comrades. Niet harder, maar verder. De reis als doel, echte duurlopers herkennen dat.

We bevinden ons allemaal in de sporen van Jan Knippenberg, bij wijze van spreken.

De reis is geboekt en betaald, en ik ga ondanks een slechte voorbereiding vanwege een ziekte. Simon weet dat ik desnoods ‘slechts’ zijn supporter ben… maar ik wil toch! Vanuit Durban naar Pietermaritzburg worden gebracht, en dan wel verder zien. De start is vroeg, dus starten ga ik. Als toeschouwer zie ik geen rol voor me weggelegd. De komende dagen houd ik jullie op de hoogte!

Lees de blog (en reacties) op Losseveter.nl.

Meer informatie over Het Blauwe Uur van Hans Koeleman.

Leefstijlgeneeskunde is nodig voor echte trendbreuk in de zorgkosten

Een pleidooi voor leefstijlgeneeskunde, náást conventionele (farmaco)therapie, als recept voor medische en financiële winst.

Opiniestuk in Financieel Dagblad van Martijn van Winkelhof, fiscaal econoom, Hanno Pijl, hoogleraar diabetologie en trendwatcher Adjiedj Bakas.

Ondertekend door o.a. Bram Bakker, Esther van Fenema, Adjiedj Bakas, Casper van Eijck en Ivan Wolffers.

HFD_20180326_0_009_011

 

Oorspronkelijk gepubliceerd in Fd, zie link naar het artikel.

 

De dokter als patiënt (deel 2)

Als psychiater werk ik in een algemeen ziekenhuis en mede daarom verbeeld ik me echt wel iets van onze gezondheidszorg af te weten. Tot ik van de andere kant in het systeem beland, als patiënt…

Sinds ongeveer vijf dagen kan ik niet normaal lopen, en dat is eigenlijk mijn enige klacht. Ik wankel als een dronkenman, maar zonder een drup gedronken te hebben. De dokters die me onderzoeken zijn allemaal ongerust. Een spoed-MRI wordt noodzakelijk geacht, maar in het ziekenhuis waar ik preventief ben opgenomen moet ik er drie dagen op wachten. De dokter daar begrijpt wel dat ik op vrijdagavond van de CVA-afdeling vertrek, omdat wachten geen duidelijkheid oplevert, en ik tot maandag anders alleen maar moet liggen.

Normaal

Op zaterdagochtend app ik de baas van Prescan, omdat ik die toevallig ken. Het is op aanraden van mijn compagnon, die ondertussen zelf probeert mij op zaterdag nog ergens ingeroosterd te krijgen. Binnen drie kwartier krijg ik reactie. Aan het einde van de ochtend kan ik geholpen worden in Rheine in Duitsland, net over de grens bij Hengelo. Ik laat me rijden door mijn oudste zoon. We worden als echte klanten ontvangen, en vertrekken twee uur later, gerustgesteld door de radioloog. Hoe het slechte lopen komt is nog steeds onduidelijk, maar de MRI (met contrast) is normaal en ik ben opgelucht.

Het onderzoek komt me op een hoop commentaar te staan, vanwege de reputatie van Prescan. Ten onrechte, want ik heb een indicatie, betaal zelf (het kost achteraf 600 euro) en bespaar de Nederlandse burger geld door niet onnodig af te wachten in een duur ziekenhuisbed. En iedere andere particuliere instelling die mij die zaterdag een MRI had bezorgd was ook prima geweest. Van omkoping of onterechte reclame is geen sprake. Wel heb ik eigen netwerk aangewend en ben ik een uiterst tevreden consument.

Excuus

Op maandag weet ik nog steeds niet wat ik wel heb. De raad van bestuur van het ziekenhuis waar ik lag maakt telefonisch excuus voor de ongelukkige gang van zaken. Ik regel in mijn eigen netwerk een ervaren KNO-arts, die me uitgebreid onderzoekt. Wat hij ook probeert, duizelig krijgt hij me niet. Maar hij deelt met mij zijn zorg dat ik verontrustend vreemd loop. In mijn oren is ook niets vreemds te zien, dus we komen overeen dat het niet om een KNO-aandoening gaat, en dat retour neuroloog de verstandigste optie is. Maar die heb ik niet meer… Hij (de KNO-arts) overlegt met een ervaren neuroloog, die vrijgevestigd is. Deze raadt zichzelf echter af, omdat hij beperkt is in zijn mogelijkheden om vervolgonderzoek aan te vragen. Een algemeen ziekenhuis, al dan niet academisch, lijkt de beste optie.

Na tien dagen belabberd lopen bel ik een (vrouwelijke) neuroloog in het ziekenhuis waar ik zelf werk, MC Slotervaart. Ik krijg een afspraak op woensdag, eerder lukt echt niet. Een herhaling van zetten volgt: ze is ongerust en wil vervolgonderzoek. Nog diezelfde middag doet ze op de dagbehandeling een zogenaamde lumbaalpunctie, om mijn hersenvocht te onderzoeken op kanker of enge bacteriële infecties. Een paar uur later kan ze me geruststellen: dat is het vrij zeker ook niet, blijkt uit de eerste uitslagen.

Wat dan wel?

Er staan allerlei virussen uit, zowel in bloed als lumbaalvocht. De uitslag kan wel een week duren. Behandeling is er vooralsnog niet, ik loop hooguit slechter.

Wordt vervolgd….

Lees de column (en reacties) op Joop.

Lees hier het eerste deel van De dokter als patiënt

De dokter als patiënt

Als psychiater werk ik in een algemeen ziekenhuis en mede daarom verbeeld ik me echt wel iets van onze gezondheidszorg af te weten. Tot ik van de andere kant in het systeem beland, als patiënt

Het begon met mijn vriendin, die ietwat ongerust opmerkte dat ik vreemd liep, tijdens het uitlaten van het hondje. De dag daarna vroegen mijn kinderen of er iets met me mis was, omdat ik zo onhandig bewoog. Het was ook mijzelf niet ontgaan, maat ik had geprobeerd mezelf gerust te stellen: je bent een topfitte hardloper, het zullen wel naweeën zijn van de griep. Ik voelde me verder ook geheel gezond. Maar de zorgen van mijn dierbaren verontrusten me, dus belde ik maar wel voor een afspraak bij de huisarts. Ik kon direct de volgende ochtend, donderdag, vroeg komen, zei de assistente die mijn verhaal had aangehoord. En als het dezelfde dag nog moest kon dat ook worden geregeld, zei ze er nog achteraan.

Een huisarts in opleiding onderzocht me, de volgende ochtend. Hij schrok duidelijk van mijn dramatische prestaties bij het lopen over een denkbeeldige lijn. Mijn vaste huisarts, zeer ervaren, en hij kent me goed, kwam meekijken. Hij keek zorgelijk. “Het lijkt iets met je cerebellum”, zei hij. Leek ook mij niet onlogisch, want daar worden beweging, balans en evenwicht gecoördineerd. Eerst maar even wat bloedprikken en vanmiddag bellen, spraken we af.

Braaf

Rond halftwee had ik de huisarts aan de telefoon. Hij had overlegd met de neuroloog van een dichtbijgelegen ziekenhuis en het advies was om me daar zo snel mogelijk te melden op de Spoedeisende Hulp. Ik schrok, maar luisterde braaf. Ik maakte me los van een afspraak op mijn werk, en meldde me om twee uur. Ik werd inderdaad verwacht. Na 2,5 uur wachten kwam er een verpleegkundige die excuus maakte en nog meer bloedonderzoek aanvroeg.

Rond zes uur, dus vier uur na mijn spoedmelding, kwam er een vriendelijke arts-assistent, die me onderzocht, maar die er duidelijk ook niets van kon maken. Zij vroeg een CT-scan aan, waar uiteindelijk niets afwijkends op te zien was. Rond halfacht ’s avonds kwam ze terug met een ‘echte’ neuroloog, die bij wat geavanceerde testjes wel wat afwijkingen vond, met name een verschil tussen mijn linker en rechter lichaamshelft. Het woord CVA viel, best eng. Ik moest opgenomen worden op de ‘stroke unit’ en alvast behandeld worden alsof ik een herseninfarct had, uit voorzorg. Vierentwintig uur aan de monitor en drie soorten pillen. “En morgen een spoed MRI, want op een CT zien we onvoldoende.”

Rond tien uur, dus acht uur na binnenkomst van het ziekenhuis, was ik op de afdeling. Tussen twee oudere heren belandde ik, waarvan overduidelijk was dat ze net een beroerte hadden gehad.

Ongerust

De volgende ochtend, vrijdag, nieuwe dokters, die het beleid bevestigden, maar nog niet konden zeggen wanneer de MRI zou plaats vinden. Hoewel ik me nog steeds niet ziek voelde nam de ongerustheid toe. Einde van de middag komen we terug, zei de tweede neuroloog die ik zag. ‘En u bent natuurlijk ook nog een collega’, voegde ze er vriendelijk aan toe.

De hele dag vroeg ik passerende verpleegkundigen of ze al iets wisten over de planning. Zonder uitzondering lieve dames. Maar ook een beetje ongemakkelijk dat ze me een antwoord schuldig moeten blijven.

Om halfzes vrijdagavond kwam een zaalarts melden dat de MRI niet voor maandag ging lukken. Ze zag mijn verbaasde blik, en zei toen: ‘Ik kan het niet helpen, de mensen die de MRI-planning doen zijn om vijf uur al naar huis gegaan. En wij willen zelf ook graag weten of het geen multiple sclerose is’.

Ze begreep wel dat ik niet langer op de afdeling wilde blijven wachten. Ik kreeg recepten mee voor de bloedverdunners en de cholesterolremmer, passend bij de behandeling van een CVA. ‘Omdat u dan poliklinisch bent kan de MRI niet op maandag, u krijgt dinsdag een brief thuis wanneer het dan wel wordt’, waren haar laatste woorden.

In een kleine zesendertig uur was slechts mijn ongerustheid gevoed.

Lees de column (en reacties) op Joop.

 

Dokters kunnen niet afschrijven

Dokters kunnen niet afschrijven

Veel artsen staan met de mond vol tanden als patiënten willen stoppen met pillen. Hoe medicatie moet worden afgebouwd is meestal niet goed onderzocht namelijk.

Een belangrijk onderdeel van de artsenopleiding is het leren voorschrijven van medicatie. Wanneer schrijf je een geneesmiddel voor, waar moet je op letten als je dat doet, en hoe evalueer je het effect? In de opleiding tot medisch specialist leer je vervolgens ook nog heel goed wat de alternatieven zijn als een bepaald middel niet werkt. Er zijn richtlijnen voor de vervolgstappen, en bijna zonder uitzondering vertellen die de dokter welk middel te kiezen als het eerste niet of onvoldoende heeft gewerkt.

cc-foto Jose M Rus. Apotheek De Groote Gaper in Enkhuizen

Kortom: dokters leren heel goed hoe ze medicatie moeten voorschrijven en welke pillen er gebruikt moeten worden, of extra worden toegevoegd, bij onvoldoende resultaat. De wetenschappelijke studies waar de kennis in de richtlijnen op is gebaseerd komt vrijwel altijd van studies die zijn gesponsord door belanghebbende farmaceutische bedrijven. Die financieren graag dat dokters veel medicatie voorschrijven.

Soms willen mensen ook graag weer van de medicatie af: ze voelen zich beter en denken het ook wel zonder pillen af te kunnen, of ze hebben bijwerkingen die ze graag kwijt willen. Op dat moment staan veel artsen met de mond vol tanden. Hoe medicatie moet worden afgebouwd is meestal niet goed onderzocht namelijk.

Hoe kom je van die pillen af?

Een van de grootste onopgeloste problemen in de Nederlandse gezondheidszorg zijn de miljoenen gebruikers van psychofarmaca (slaappillen, kalmeringstabletten, antidepressiva, etc.) en het niet geringe deel daarvan dat wil minderen of stoppen. Hoe moeten we dat aanpakken? Ze zijn in grote meerderheid in zorg bij de huisarts voor de herhaalrecepten, en deze weet zich vaak geen raad met deze vraag. Maar om iemand nu naar de GGZ te verwijzen om medicatie af te bouwen…

We zijn er in de praktijk bijvoorbeeld achter gekomen dat sommige mensen hun antidepressiva heel langzaam moeten afbouwen, omdat het anders niet lukt. Maar de zogenaamde taperingstrips, die daarvoor nodig zijn, worden door de farmaceutische industrie niet gefabriceerd en als een apotheker ze zelf produceert (magistrale bereiding) worden de kosten niet gedekt door de zorgverzekeraar.

Het afbouwen van antidepressiva en andere psychiatrische medicatie vormt in de dagelijkse praktijk van de tegenwoordige huisarts een serieuze uitdaging. De vraag van de patiënten is helder, het antwoord ontbreekt, of is onbereikbaar en/of onbetaalbaar binnen het huidige systeem.

Afbouwpoli

De politiek zou tenminste moeten zorgen dat de geleidelijke afbouw met behulp van taperingstrips wordt vergoed. De zorgprofessionals zouden eens moeten nadenken over een serieus behandelaanbod voor mensen die medicatie willen afbouwen. Duur hoeft dat niet te zijn, omdat het grotendeels in groepsverband zou kunnen en met online ondersteuning.

Je verdient er zelfs geld mee, omdat de niet geringe zorgkosten die te maken hebben met zeer langdurig gebruik van psychofarmaca flink zullen afnemen. Denk aan de kosten van hoge bloeddruk, overgewicht en andere bijwerkingen. Het is nog slechts wachten op de afbouwpoli…

Lees de column (en reacties) op Joop.

Blijf-Beter!Welkomsgeschenk

Bram's tweewekelijkse nieuwsbrief is alweer een paar maanden bezig. Meld je vandaag nog aan en ontvang zijn boek Blijf Beter! (in pdf).

Mis 'm niet!