Dokters kunnen niet afschrijven

Dokters kunnen niet afschrijven

Veel artsen staan met de mond vol tanden als patiënten willen stoppen met pillen. Hoe medicatie moet worden afgebouwd is meestal niet goed onderzocht namelijk.

Een belangrijk onderdeel van de artsenopleiding is het leren voorschrijven van medicatie. Wanneer schrijf je een geneesmiddel voor, waar moet je op letten als je dat doet, en hoe evalueer je het effect? In de opleiding tot medisch specialist leer je vervolgens ook nog heel goed wat de alternatieven zijn als een bepaald middel niet werkt. Er zijn richtlijnen voor de vervolgstappen, en bijna zonder uitzondering vertellen die de dokter welk middel te kiezen als het eerste niet of onvoldoende heeft gewerkt.

cc-foto Jose M Rus. Apotheek De Groote Gaper in Enkhuizen

Kortom: dokters leren heel goed hoe ze medicatie moeten voorschrijven en welke pillen er gebruikt moeten worden, of extra worden toegevoegd, bij onvoldoende resultaat. De wetenschappelijke studies waar de kennis in de richtlijnen op is gebaseerd komt vrijwel altijd van studies die zijn gesponsord door belanghebbende farmaceutische bedrijven. Die financieren graag dat dokters veel medicatie voorschrijven.

Soms willen mensen ook graag weer van de medicatie af: ze voelen zich beter en denken het ook wel zonder pillen af te kunnen, of ze hebben bijwerkingen die ze graag kwijt willen. Op dat moment staan veel artsen met de mond vol tanden. Hoe medicatie moet worden afgebouwd is meestal niet goed onderzocht namelijk.

Hoe kom je van die pillen af?

Een van de grootste onopgeloste problemen in de Nederlandse gezondheidszorg zijn de miljoenen gebruikers van psychofarmaca (slaappillen, kalmeringstabletten, antidepressiva, etc.) en het niet geringe deel daarvan dat wil minderen of stoppen. Hoe moeten we dat aanpakken? Ze zijn in grote meerderheid in zorg bij de huisarts voor de herhaalrecepten, en deze weet zich vaak geen raad met deze vraag. Maar om iemand nu naar de GGZ te verwijzen om medicatie af te bouwen…

We zijn er in de praktijk bijvoorbeeld achter gekomen dat sommige mensen hun antidepressiva heel langzaam moeten afbouwen, omdat het anders niet lukt. Maar de zogenaamde taperingstrips, die daarvoor nodig zijn, worden door de farmaceutische industrie niet gefabriceerd en als een apotheker ze zelf produceert (magistrale bereiding) worden de kosten niet gedekt door de zorgverzekeraar.

Het afbouwen van antidepressiva en andere psychiatrische medicatie vormt in de dagelijkse praktijk van de tegenwoordige huisarts een serieuze uitdaging. De vraag van de patiënten is helder, het antwoord ontbreekt, of is onbereikbaar en/of onbetaalbaar binnen het huidige systeem.

Afbouwpoli

De politiek zou tenminste moeten zorgen dat de geleidelijke afbouw met behulp van taperingstrips wordt vergoed. De zorgprofessionals zouden eens moeten nadenken over een serieus behandelaanbod voor mensen die medicatie willen afbouwen. Duur hoeft dat niet te zijn, omdat het grotendeels in groepsverband zou kunnen en met online ondersteuning.

Je verdient er zelfs geld mee, omdat de niet geringe zorgkosten die te maken hebben met zeer langdurig gebruik van psychofarmaca flink zullen afnemen. Denk aan de kosten van hoge bloeddruk, overgewicht en andere bijwerkingen. Het is nog slechts wachten op de afbouwpoli…

Lees de column (en reacties) op Joop.

Goed voornemen

Goed voornemen

Na een serieuze wedstrijd neem ik altijd graag een paar weekjes vrijaf. Ik loop dan minder, en ben ook wat gemakzuchtiger in mijn zelfzorg: ik drink wat vaker een wijntje of biertje, let niet op wat ik eet, en kom dan ook zomaar een paar kilo aan.

Niet lopen is geen optie, maar met twee keer in de week heb ik het dan wel even gehad.

Mijn benen kunnen herstellen, en ondertussen laad ik me op voor de volgende wedstrijd. Ergens prik ik dan een datum waarop mijn voorbereiding begint

En toevallig is dat nu 1 januari. Ik heb na de marathon van Valencia, zes weken geleden, niet zo heel veel meer gedaan, en me alles met de feestdagen goed laten smaken.

Zo goed dat ik ook weerstand op voelde komen tegen dit luie leven, de behoefte weer wat meer gestructureerd te gaan leven werd steeds sterker.

“Hoe meer goede voornemens, hoe groter de kans dat ze allemaal mislukken.”

Ik schakel naar drie trainingen per week vanaf nu, ik drink nog maximaal drie avonden per week een geringe hoeveelheid alcohol en ik ga weer koud afdouchen.

Dat laatste vooral om mijn wilskracht te trainen, want dat ik er sneller van ga lopen lijkt me onwaarschijnlijk. Maar toen ik twee jaar geleden meedeed met de ‘cool challenge’ voelde ik me super fit. Gewoon douchen, alleen een toetje ‘twee minuten koud’ er achteraan. Je wordt er in ieder geval wakkerder van, alerter. En het risico om ziek te worden neemt ook af, en dat is wel prettig met over vijfenhalve maand die ultra in het vooruitzicht.

Ik heb nog meer plannen, maar weet dat je niet alles tegelijk moet doen. Hoe meer goede voornemens, hoe groter de kans dat ze allemaal mislukken.

De halve marathon van Egmond

Mijn eerste meetpunt is de halve marathon van Egmond over twee weken. Een toptijd zal het niet worden, omdat ik nu al ben gestopt om op snelheid te trainen. Meer dan drie keer per week ga ik ook niet trainen, tot aan die wedstrijd, enkel de afstanden van de trainingen zal ik gestaag opvoeren.

Terwijl ik dit zo formuleer bekruipt de wedstrijdspanning me al een beetje: als het allemaal maar goed gaat, als ik maar heel blijf. De kans op ongelukken is het kleinst als je niet teveel overhoop haalt, dus ik beheers me. Vandaag ruim dertien kilometer ontspannen gelopen, morgen rustdag.

Nou ja: alleen een koude douche…

Lees de column (en reacties) op Sportrusten.

Trio’s

Trio’s

Het is nog geen officieel erkend genre in de journalistiek, het driegesprek. Maar als je de stukken leest die journaliste Nathalie Huigsloot daar de afgelopen jaren voor HP/De Tijd over schreef, dan begrijp je dat het dat wel zou moeten worden.

De interviewer neemt een veel bescheidener plaats in als er drie mensen in gesprek gaan over een onderwerp dat hen bindt. Natuurlijk heeft de journalist een belangrijke rol, als verslaglegger. Ook in het maken van de selectie van de fragmenten uit het gesprek die uiteindelijk gepubliceerd worden.

Huigsloot kan dat als geen ander. Ze schetst tussen de regels de sfeer van het gesprek, laat je als lezer voelen hoe de geïnterviewden zich tot elkaar verhouden. Of ze elkaar aardig vinden (vaak), of stiekem toch een beetje irritant (soms).

Het mooiste is dat je de mensen uit de driegesprekken anders leert kennen. De meesten van hen zijn bekend, en al vaak geïnterviewd. Maar door de feedback die ze elkaar geven, en de vrijpostigheid waarmee ze elkaar vragen stellen ontstaat een beeld dat je vaak nog niet kende. En dat vermoedelijk voor iedere lezer weer anders zal zijn.

Veertien lange driegesprekken zijn nu in boekvorm verschenen. Ze zijn zonder uitzondering behoorlijk tijdloos, maar handelen wel over actuele thema’s en kwesties die van alle tijden zijn. Het is het perfecte cadeauboek, voor iedereen die ze niet allemaal al gelezen heeft in HP/De Tijd, en dat zijn er vast niet zo veel…

Lees hier meer over het boek Trio’s.

“Gerrit”

“Gerrit”

Inmiddels heb ik van drie bekende en door mij zeer gewaardeerde mannen prachtige quotes gekregen mbt mijn boek ‘Gerrit’.

Het gaat volgende week naar de drukker en is dan vanaf 9 januari verkrijgbaar. Leuk, maar ook spannend, veel persoonlijker kan een boek van mij niet worden…