De eeuwige bron

De eeuwige bron

Hieronder lees je een hoofdtuk uit het boek de Dokter als patiënt.

Bram-Bakker-De-dokter-als-patientIn de zomer van 2018, ik was al geruime tijd uitgeschakeld door mijn klachten, las ik dan eindelijk De eeuwige bron van Ayn Rand. Het boek verscheen in 1943 voor het eerst in haar vaderland, de Verenigde Staten, onder de titel The Fountainhead. Ik wist niets van de schrijfster en ook niets van de achtergronden van deze tijdloze roman.

Rand begon eraan te werken in 1935 en meer dan tien uitgevers weigerden het manuscript te publiceren. Uiteindelijk werd het een wereldwijd succes door de beste promotie die er voor een boek bestaat: mond-tot-mondreclame.

Naderhand hoorde ik dat de schrijfster controversieel zou zijn vanwege rechtse politieke sympathieën. Ik heb ze in de roman niet kunnen ontdekken en ik vraag me serieus af of dit boek er een afspiegeling van is. Het beschrijft een tijdsgeest die nog steeds heerst, los van de opinie die je erover kunt hebben.

Al vele jaren geleden kreeg ik het cadeau van mijn toenmalige zwager, een architect. Hij was razend enthousiast over het boek, maar dat bracht ik vooral in verband met het beroep van de held in het verhaal: de architect Howard Roark. En een speciale interesse in architectuur had ik niet. Het boek bleef ongelezen liggen, en zo hield ik mijn eigen misvatting in stand dat het boek over architectuur ging. Ook de schrijfster zelf heeft naderhand meermaals verklaard dat het haar niet om de architectuur te doen was.

Pas toen ik iemand leerde kennen die in haar (professionele) leven de uitstraling heeft van een Howard Roark, heb ik me achteraf gerealiseerd, die mij ook nog eens verklapte dat The Fountainhead haar favoriete boek was, ging ik het lezen.

Ayn Rand heeft met dit boek een verhaal geconstrueerd waarin ze haar filosofie over de mens vormgeeft. En ik denk dat het succes van het boek alles te maken heeft met de levensechte personages, die zich voor grote vragen gesteld zien worden. Het is goed geschreven (en vertaald), maar de inhoud maakt het tot een tijdloos meesterwerk, niet de schrijfstijl.

De architect Howard Roark gedraagt zich misschien als een hork, maar als lezer houd je direct van hem. Hij staat voor wat hij doet, en daar brengt niemand hem vanaf. Wie zou er nu niet zo willen zijn?

Zijn tegenpool is ook architect, en deze Peter Keating gedraagt zich precies zoals de meeste succesvolle mensen ook nu nog: hij werkt aan een beeld van zichzelf dat hem populair maakt in de kringen van machthebbers. En omdat die meestal ook geld hebben wordt Keating rijk. Hij beheerst de vorm, maar op een originele gedachte valt hij niet te betrappen. Het is fijn voor ons lezers dat hij er uiteindelijk ook niet gelukkig van wordt.

Waarschijnlijk maakt dit het boek ook zo tijdloos: de architectuur, en in mindere mate New York City, zijn enkel een decor voor een cultuur die ook in 2018 nog steeds de ‘moderne’ wereld regeert. En misschien nog wel veel meer dan bijna een eeuw geleden. Roark wil scheppen, koste wat het kost. De rest van de wereld wil dat hij zich voegt naar de heersende spelregels. Dat gebeurt onder regie van een onaangenaam karakter, de publicist Ellsworth Toohey, die als een soort Machiavelli achter de schermen aan de touwtjes trekt. Een vierde hoofdpersoon, de mediamagnaat Gail Wynand, beweegt zich tussen beide polen, Roark en Keating. In de hoop dat je het boek zelf gaat lezen verklap ik hier verder niets.

De eeuwige bron is op dit moment in mijn leven, als herstellend patiënt en op zoek naar mijn identiteit als dokter, zonder twijfel het boek dat me het meest aan het denken heeft gezet. En heeft geraakt. Dat ik het zeer tegen mijn gewoonte in ga herlezen staat nu al vast. Artsen oefenen hun vak uit alsof ze Peter Keating zijn. Maar wie wil nu niet een Howard Roark worden? Ik wel!

Is het een pessimistisch boek? Ik denk van niet. Confronterend is het zeker, maar gelukkig is er ook de liefde, en die geeft hoop. De liefde geeft ons lezers altijd zicht op een mogelijk happy end. Omdat wij mensen het daar uiteindelijk toch altijd van moeten hebben.

Het is vast geen toeval dat ik dit boek uiteindelijk las in een periode waarin ik op zoek was naar een nieuwe koers in mijn leven, als dokter, als patiënt, maar vooral ook als mens. Als een soort Peter Keating was ik in 54 jaar een heel eind gekomen, maar door mijn ziekte werd ik geconfronteerd met de beperkingen van mijn beroep, en ook van mijn leven. Een hedendaagse dokter is vaak niet meer dan een al dan niet geslaagde variatie op de figuur van Peter Keating. We repliceren onze idolen door ons de teksten van hun leerboeken eigen te maken, en we volgen slaafs de protocollen die door een comité van wijze mannen en vrouwen voor ons zijn bedacht. Denk daar nog eens over na als je leest dat Howard Roark altijd samenwerking met andere architecten weigerde, omdat de kwaliteit van zijn eigen schepping daar niet bij zou zijn gebaat. Het poldermodel als hoogste ideaal?

Als ik moet terughalen waarom ik ooit psychiater ben geworden, dan komt het erop neer dat ik mensen in zwaar weer wil proberen te helpen met het construeren van hun persoonlijke verhaal. In de hoop dat een kloppend verhaal helpend is in de rest van hun leven. Een goede therapeut stelt zichzelf daarbij dienend op – en dat is wat me nog steeds het meest trekt in de psychiatrie. Een persoonlijke mening mag je hebben, maar deze inbrengen zonder dat het een functie heeft in het proces van de patiënt beschouw ik als een doodzonde. Psychotherapie is een creatief, scheppend proces, net als het ontwerpen van een gebouw. Wat dat betreft had dit boek ook de psychiatrische wereld als achtergrond kunnen hebben.

Het blind volgen van richtlijnen en protocollen is mijlenver verwijderd van een individueel scheppingsproces. Maar ook als psychiater ben ik liever Howard Roark dan Peter Keating, en voor dat inzicht ben ik Ayn Rand en haar boek dankbaar. Eigenlijk zouden alle artsen er goed aan doen dit boek eens te lezen. En op zich in te laten werken…

Meer informatie over de Dokter als patiënt

Je kan het boek hier bestellen.

Op 16 november is een boekbespreking van De Eeuwige Bron van Ayn Rand in de Nieuwe Boekhandel in Amsterdam. Lees hier meer over de boekbespreking.

 

Moeder van glas

Moeder van glas

Aan liefde geen gebrek in dit boek, maar ook wordt pijnlijk duidelijk dat een bipolaire stoornis er niet van geneest

bram bakker moeder van glas

Laat ik gelijk maar bekennen dat ik haar heb gekend, Emma Schlikker-Carstens, de moeder van Roos Schlikker. En misschien dat het boek dat haar dochter Roos me gaf daarom nog wel meer raakt. Het verscheen een jaar na Emma’s onfortuinlijke dood.

Raken doet het verhaal sowieso, het zou vreemd zijn als dat niet zo was. Omdat het nauwkeurig beschrijft wat een gruwelijke aandoening de bipolaire stoornis is, omdat het de liefde tussen een moeder en haar dochter tastbaar maakt, en een rouwproces zelden zo treffend is omschreven. Roos laat ons voelen hoe moeilijk het leven voor iemand met een bipolaire stoornis moet zijn, zeker als die pas laat wordt ontdekt en steeds erger wordt. ‘Rapid cycling’ trof Emma in de herfst van haar leven, de emoties schoten alle kanten uit, meerdere keren per dag. En de medicijnen die ze daar braaf tegen slikte hielpen niet. Ze viel om onbekende redenen van een trap, en dit werd uiteindelijk haar dood, maar veel mensen die zo ziek zijn kiezen zelf voor de dood. Ze stappen uit het leven of vragen om euthanasie.

De bipolaire stoornis, vroeger vooral bekend als manische depressiviteit, is een vreselijke ziekte. Naar schatting 150.000 mensen lijden eraan, en vaak wordt het niet herkend, of niet goed behandeld. Of in het geheel niet behandeld. Een klassiek antidepressivum kan een vreselijke manie (ontremming) uitlokken, met niet zelden ernstige gevolgen.

Het is een kwaal met een relatief hoog erfelijkheidsgehalte. Emma hoopte lang niet op haar moeder te lijken, die het ook had. Met haar vader Rien en dochter Roos vormde ze een bijzonder trio, dat in doen en laten sterk werd gekleurd door de ziekte van de moeder.

Aan liefde geen gebrek in dit boek, maar ook wordt pijnlijk duidelijk dat een bipolaire stoornis er niet van geneest. Goed dat het er is, die liefde, maar het biedt weinig garanties tegen de vaak gruwelijke stemmingswisselingen. Alleen daarom al zou iedereen met enige interesse in psychische stoornissen dit boek moeten lezen.

De manier waarop de professionele behandeling moeder en dochter in de kou laat staan stemt ook niet vrolijk. Goed dat het nog eens wordt benoemd, maar helaas wisten we dit al.

Het meest getroffen was ik door het verdriet van Roos: iedereen die deze Emma heeft gekend kan haar missen, maar wat een dochter doormaakt die haar moeder ineens verliest werd zelden treffender beschreven. Roos Schlikker wilde geen hagiografie over haar moeder schrijven, en dat is het ook zeker niet geworden. Door de ziekte was deze moeder soms ronduit onuitstaanbaar voor de mensen in haar omgeving.

Maar na het lezen nog een hekel hebben aan deze bipolaire Emma gaat niemand lukken. Dat komt door wie ze was, maar zeker ook door de indrukwekkende omschrijving die haar dochter van haar geeft. Overal in het boek staan de handgeschreven briefjes van Emma, die slechts bijdragen aan het gevoel dat hier sprake was van ernstig psychiatrisch lijden. De liefde doet daar helaas niets aan af.

Bestel het boek bij Bol.com

bram bakker moeder van glas

Je kan het boek hier bestellen

 

 

 

Herziene editie Verademing

Herziene editie Verademing

Verademing Bram Bakker

Nu eindelijk de herziene editie van Verademing. Er zijn inmiddels meer dan 50.000 exemplaren verkocht!

Koen de Jong en ik besloten een ander boek Sporten voor beginners, er geheel in te integreren, en we denken nu weer jaren voorwaarts te kunnen. We zijn vooral trots, want Verademing vormde het vertrekpunt voor Uitgeverij Lucht (naar de website van Uitgeverij Lucht).

 

 

Je kan het boek hier bestellen.

 

Autorijden

We gaan liever met medicatie, drank of drugs achter het stuur dan dat we erkennen dat onze rijvaardigheid is aangetast

Waarschijnlijk ben ik gewoon een typische automobilist: net als de overgrote meerderheid der rijbewijshouders verbeeld ik me dat mijn rijvaardigheden ver boven het landelijk gemiddelde liggen. Iedereen kent de nieuwsberichten waarin die statistieken worden gepresenteerd, maar toch blijft men van mening dat hij of zij zelf duidelijk bovengemiddelde rijkwaliteiten bezit. Ook al is ongeveer de helft van alle chauffeurs per definitie benedengemiddeld.

Nog lastiger wordt het wanneer iemand het waagt om commentaar te leveren op de manier waarop je rijdt. Het voelt vaak minstens even heftig als een aanval op de persoonlijke integriteit. In mijn geval dan, en ik kan het weten: als uiting van een aandoening (cerebellaire ataxie) ging ik ook slechter rijden. Maar dat toegeven was er niet bij. Ik vond sowieso dat er weinig met me aan de hand was, maar dan ook nog vragen of ik niet anders reed dan normaal beschouwde ik als ongepast. Niet minder dan een belediging was het.

“Nog lastiger wordt het wanneer iemand het waagt om commentaar te leveren op de manier waarop je rijdt.

Terwijl ik wel degelijk signalen kreeg dat ik niet reed zoals ik gewend was. Twee weken heb ik helemaal niet gereden, maar dat was omdat de dokter mij het opdroeg. En om haar niet teleur te stellen luisterde ik braaf, terwijl ik ondertussen volhield dat het onterechte bezorgdheid was van de medicus. Het kost me ook nu, een half jaar later, nog moeite om te erkennen dat het hard nodig was. Ongelukken zijn er niet geweest, maar geavanceerde functies van mijn auto als ‘adaptive cruise control’ (automatisch inhouden als je een voorganger te dicht nadert) hebben daar zeker flink bij geholpen. De techniek van mijn auto was een stuk beter dan ik als bestuurder…

Ook hier blijkt hoe terecht het is dat we de auto ook wel aanduiden als ‘heilige koe’. Terwijl autorijden een zeer onnatuurlijke bezigheid is, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het relatief hoge aantal paniekaanvallen in de auto. Er zijn talloze mensen die staan te hyperventileren in de file, die het krampachtig vermijden om per auto over een brug of door een tunnel te rijden en die zelfs de snelweg nooit opgaan. Uit angst om achter het stuur bevangen te worden door een hartaanval of complete gekte. Het is vergelijkbaar met angst voor vliegtuigen, liften of drukke winkels, ook allemaal vrij ongewoon als je er over nadenkt. Maar we houden krampachtig vol dat er niets aan de hand is, zelfs als we slechts met samengeknepen billen mee durven doen.

We gaan liever met medicatie, drank of drugs achter het stuur dan dat we erkennen dat onze rijvaardigheid is aangetast. En waarom? Ook ik begrijp er niks van, en maak me er schuldig aan. Ik heb zonder veel moeite allerlei gênante ziekteverschijnselen durven delen met de mensen om mij heen, maar erkennen dat ik een slechte chauffeur was vind ik pas echt moeilijk. Terwijl ik mijn aandoening nog als excuus had. Misschien ben ik altijd wel een matige chauffeur, ik moet er niet aan denken. Zoals de meeste mensen…

Lees deze column en de reactie op Joop.nl

Start hardlooptheater

Start hardlooptheater

Zaterdag 29 september staan we  in Eindhoven: de start van een nieuwe reeks hardlooptheater optredens. 

Wie zijn we vraag je je dan af? Dan zijn op de foto van links naar rechts: Hans Koeleman, Bram Bakker & Abdelkader Benali

Wat-beweegt-de-hardloper

Bekijk de speellijst in de theaters

Wat beweegt de hardloper?

Bram Bakker, Abdelkader Benali en Hans Koeleman. Drie mannen met een heel verschillende achtergrond. Maar alle drie hebben ze van hardlopen een bezigheid gemaakt die een cruciale plaats inneemt in hun leven. Drie mannen die hardlopen alleen al om het hardlopen zelf.

Bram Bakker  (1963) is psychiater en veelzijdig publicist en schrijver. Hij maakte als auteur naam met de bestseller Te gek om los te lopen. Tot zijn hardloopboeken behoren De halve van Egmond, New York, New York en (samen met Simon van Woerkom) Runningtherapie. Zijn pr op de marathon is 2.46.23

Abdelkader Benali (1975) is literaire schrijver en schrijft romans, verhalen en poëzie, maar ook toneel en journalistiek werk en hij maakt televisieprogrammas. De hardloopboeken Marathonloper en Zandloper zijn succestitels in zijn omvangrijke oeuvre. Zijn pr op de marathon is 2.44.25

Hans Koeleman (1957) is voormalige Olympische topatleet en was deelnemer aan de Olympische Spelen van Los Angeles (1984) en Seoul (1988). Met 8.18.02 op de 3000 meter steeplechase behoorde hij tot de wereldtop. Hij woonde destijds in de Verenigde Staten en studeerde geschiedenis aan universiteiten aldaar. Zijn hardloopboeken zijn Het blauwe uur en de autobiografische roman Olympiërs. Zijn pr op de marathon is 2:52:56.

Sportieve drie-eenheid

Samen vormen ze een sportieve drie-eenheid: de geest, de verbeelding en het lichaam.

Het programma dat ze gaan maken, speelt op die drie-eenheid in. Zoals een gezonde geest in een gezond lichaam een voorwaarde is voor sportieve topprestaties, zo is de zuivere verbeelding een voorwaarde voor literatuur en theater van de bovenste plank.

Bakker, Benali en Koeleman staan garant voor hardlopen als competitie, bewegen in vrijheid en literatuur van formaat.

Ze bieden de theaterbezoeker een negentig minuten durend en buitengewoon inspirerend literair hardloopspektakel vol woorden, gelardeerd met muziek, beeld en beweging. Een meeslepende avond van drie doorgewinterde schrijvende atleten.

 

Bekijk de speellijst in de theaters

 

 

Boekaanbeveling van Rose Mentink

Boekaanbeveling van Rose Mentink

Dit schreef Rose op Facebook over mijn nieuwe boek. Dankje Rose!

 

De dokter als patiënt

Als je me vraagt waarom ik vandaag nog niets anders heb gedaan dan in mijn pyjama zitten lezen, dan kan ik alleen maar met een vinger naar Bram Bakker wijzen.

Hij stuurde me gisteren zijn nieuwste boek – de dokter als patiënt – over hoe zijn leven even helemaal stil stond toen hij op een ochtend ontdekte dat hij niet meer normaal kon lopen. Hoe hij patiënt werd en hoe dat eigenlijk is in de praktijk.

Ik heb mijn versie nog digitaal, want het boek wat nu al te bestellen is, zal pas in oktober geleverd worden.

Ik lees even verder. En ik raad mijn vrienden die ooit met een dokter te maken hebben gekregen of er mogelijkerwijs mee te maken kunnen krijgen aan dit boek te bestellen hoor!

 

Rose Mentink

 

Rose Mentink leest het nieuwe boek van Bram bakker

 

Levenslust

Ik ben overtuigd dat zin in het leven in iedereen zit, ook al is het soms diep verstopt.

Mijn cerebellum is nog steeds niet geheel hersteld, maar het vordert wel. Ik oriënteer me zelfs op hervatting van mijn werk als psychiater. Psychisch voel ik me ongeveer even gek als voor mijn ziekte, dus dat gaat goed. Ergens tijdens het ziekteproces voldeed ik zelfs aan de criteria van een depressieve stoornis en een post hierover kreeg enorm veel respons.

Ik had veel meegemaakt, dus ik kon er ook nog wel iets mee ook, zo’n DSM-label. Een ‘reactieve depressie’ werd dat vroeger genoemd. Maar toch: ik was nooit levensmoe en dacht niet vaak aan de dood, al helemaal niet als een oplossing voor al mijn problemen. Ik hield nog steeds van het leven en wilde niets liever dan daar van genieten, en dat lukte steeds maar niet.

In augustus ontdekte ik bij toeval CCAS op het internet en ineens viel alles op zijn plek. Ook de mensen in mijn directe omgeving herkenden me moeiteloos. Niks depressie, een ontregeld cerebellum. En juist die levenslust heeft me op de been gehouden de afgelopen maanden, is mijn inschatting.

Zin in het leven

En daar wil ik nu mee door, ook professioneel: ik ga proberen om mensen te helpen om hun zin in het leven weer terug te vinden. Want ik ben overtuigd dat die in iedereen zit, ook al is het soms diep verstopt. Ik wil de mensen die lijden onder gebeurtenissen en personen in hun omgeving helpen om het leven weer leuk te gaan vinden, en zich niet eindeloos te laten gijzelen door gedrag dat ze toch niet kunnen veranderen. Liefde is prachtig, maar het geneest geen kanker, de alcoholist gaat er niet minder door dringen en de dood houd je er ook niet mee buiten de deur. Want het leven is echt de moeite waard, zelfs voor sombere en verdrietige mensen.

Of het nu om partners van psychiatrische patienten gaat of om mensen die rouwen om het verlies van een dierbare: het leven gaat door, ook als is het soms moeilijk.

“Het leven is echt de moeite waard, zelfs voor sombere en verdrietige mensen.

Het eerste project dat ik heb omarmd heet zelfs ‘Levenslust’. Initiatiefneemster Patty Duijn, die dagelijks stervenden en de mensen om hen heen begeleidt, beoogt hiermee de eenzaamheid van veel nabestaanden te doorbreken, door ze iets te laten beleven in het bijzijn van lotgenoten. En dat is de weg die we moeten gaan, ook als professionals: mensen verbinding bieden.

We moeten niet alleen maar al dan niet zieke individuen zien, maar ook de hele context daaromheen. Nu een ondergeschoven kind in de zorg, maar wie zouden we zijn zonder mensen om ons heen? Met hen moeten we het leven vieren!

Lees deze column en reacties op Joop.nl.

 

(Zelf)haat

Veel mensen vinden zichzelf dom, dik en lelijk. En hoe je je best ook doet, zo’n basale overtuiging over jezelf werk je meestal niet weg.

Mijn boek De dokter als patient is af en verschijnt in oktober. Nu ligt het bij een zogenaamde persklaarmaker, en als ik de opmerkingen van haar heb verwerkt volgt een drukproef. Het duurt me veel te lang, net als die cerebellaire ataxie (lees eerdere post: De dokter als patiënt)…

Ondertussen heb ik doorlopend toevoegingen in gedachten: onderwerpen die ook nog in het boek gemoeten zouden hebben, maar die er nu niet in staan. En ik blijf klachten houden, na ruim vijf maanden loop ik nog steeds niet ‘normaal’.

Haat

Ik had nog aandacht moeten besteden aan haat. Een lelijk woord voor de meeste mensen en vrijwel alleen negatief in het nieuws. Haat is een lelijke emotie, zoals het veel meer geaccepteerde (en daardoor ook minder negatief geladen) boosheid. Toch verdient haat veel meer aandacht, als een belangrijk en vaak vergeten motief achter geweld. Ten opzichte van anderen, maar ook ten opzichte van zichzelf (de zogenaamde zelfdestructie). Iemand die voor een trein springt moet zichzelf toch wel haten?

Vanochtend ging ik hardlopen en het ging niet eens slecht. Ik loop harder en verder dan menige gezonde landgenoot, maar toch haatte ik mezelf, oprecht. Of beter nog: mijn ziekte. Nog steeds is die niet over, en ik wil dat niet meer. Ik zou er het liefst het bijltje bij neergooien, maar dat doe ik niet.

‘Zelfmoord is een definitieve oplossing voor een tijdelijk probleem’, zei een vriend ooit treffend. En zo is het. Maar als je lang je best doet en zo weinig vooruitgang boekt word je moe, en wil je soms gewoon even niet meer. ‘Even’ in mijn geval, gelukkig. Ik denk dat het bij de meesten van ons zo gaat, en dat het vaak erger wordt naarmate je harder werkt. Veel mensen zoeken naar compensatie in wat ze doen. Ze vinden zichzelf diep van binnen waardeloos en gaan zich dan gedragen alsof ze geweldig zijn. Zeer vermoeiend, vooral ook voor de omgeving die het niet doorziet. Waarom die uitsloverij, dat geklop op de eigen borst?

“Maar als je lang je best doet en zo weinig vooruitgang boekt word je moe, en wil je soms gewoon even niet meer

Gevaarlijk

Terwijl het echt het minst vermoeiend is om er op te vertrouwen dat je goed genoeg bent. En dat zijn we toch bijna allemaal. Veel mensen worden door heel veel inspanning rijk en beroemd, maar de compensatie die ze zoeken vinden ze niet. Ze vinden zichzelf dom, dik en lelijk. Of te klein, zoals veel bekende mannen. En hoe je je best ook doet, zo’n basale overtuiging over jezelf werk je meestal niet weg. En de haat die dat oproept kan gevaarlijk zijn. Zeker als het lang duurt en niemand het weet…

Kunnen we dan niets doen? Natuurlijk wel: langdurige psychotherapie, om iemands vertrouwen te winnen en het hem/haar mogelijk te maken om deze gruwelijke overtuiging over zichzelf eens met iemand te delen. En daarna wellicht ter discussie te durven stellen. Dat kost tijd en dat is niet effectief volgens kortzichtige economen en zorgbestuurders (zie eerdere post: Ggz-organisaties doen psychiatrie en psychotherapie in de uitverkoop).

Lees de column en reacties op Joop.nl

 

Blijf-Beter!Welkomsgeschenk

Bram's tweewekelijkse nieuwsbrief is alweer een paar maanden bezig. Meld je vandaag nog aan en ontvang zijn boek Blijf Beter! (in pdf).

Mis 'm niet!