Kom ook naar het Depressiegala!

Kom ook naar het Depressiegala!

Depressiegala 2019

Drie jaar geleden organiseerden we voor het eerst een Depressiegala.

Onze bedoeling was om mensen met psychische klachten ook eens op een positieve manier in beeld te brengen. Dus niet alleen een focus op alles wat er niet kan, op de klachten, maar juist op de positieve eigenschappen die iedereen, en dus ook iemand met psychische problematiek, altijd ook nog heeft.

Er traden bekende en minder bekende artiesten op, die veelal uit eigen ervaringen konden tappen. Het waren altijd bijzondere avonden, gekenmerkt door intimiteit en kwetsbaarheid, maar niet op een treurige manier. Kwetsbaarheid was kracht bij de drie gala’s die tot nu toe werden georganiseerd. Het was zelfs een keer op de televisie, maar dat gedoe met camera’s kwam de sfeer in de zaal niet ten goede.

Maandag aanstaande, 21 januari, is het weer zo ver. Dan hopen we de grote zaal van Tuschinski te vullen met lotgenoten en sympathisanten die iedereen met een psychische stoornis een hart onder de riem komen steken. Iets eerder en vlakbij (in het Betty Asfalt Complex) speelt cabaretière Marjolijn van Kooten gratis, voor de mensen die het gala niet kunnen bekostigen. Het geheel levert de organisatie geen cent op, ondanks suggesties daarover op sociale media.

Dit jaar willen we de omgeving van de mensen met psychische klachten centraal stellen: als je partner een depressie heeft of je kind verslaafd is, dan lijdt je hoe dan ook mee. En moet je toch blijven proberen om het leven van een positieve kant te bekijken.

We krijgen vaak de vraag of ‘depressie’ en ‘gala’ geen onvergelijkbare grootheden zijn. Op het eerste gezicht lijkt dat te kloppen. Maar waarom zou iemand met een depressie of andere psychische aandoening eigenlijk niet naar een gala kunnen? Je hoeft je niet uit te dossen als een filmster om toch getuige te zijn van een bijzondere avond?

We hebben ook nooit gehoord dat iemand spijt had van zijn of haar bezoek aan de avond, of dat een deelnemende artiest zich misplaatst voelde. En dus gaan we door, op Blue Monday, de dag die de reputatie heeft de somberste dag van het jaar te zijn. Wetenschappelijk is dat nergens op gebaseerd, maar de derde maandag in januari is wel een uitgelezen moment om eens even stil te staan bij het psychische lijden van duizenden mensen om ons heen.

Maar bij het Depressiegala doen we dat wel op een positieve manier.

Ik zou zeggen kom ook naar het Depressiegala!

 

Egmond

Egmond

Bram Bakker De halve van Egmond

In 2006 schreef ik voor het eerst een boek over hardlopen, De halve van Egmond.

Het evenement is enkel gegroeid sindsdien. Ik schreef later nog over de marathon van New York, New York New York (2009), en mijn eerste goede voornemen van dit jaar is het voltooien van een derde (en laatste) boek over hardlopen, Ultra, dat afstanden langer dan een halve marathon als onderwerp heeft.

Maar Egmond blijf ik altijd lopen, als het enigszins kan. Voor menig hardloper begint het nieuwe jaar daar pas echt. Of het nu heel slecht weer is, of juist opvallend mooi, het is altijd bijzonder in Egmond. Zoals de keer die werd afgelast vanwege een tekort aan hulptroepen. Er was natuurijs, en dat ging voorbij ambulances en ziekenauto’s. Wij liepen toch, stiekem. Zoals bij de marathon van New York, die werd afgelast vanwege een storm, een paar dagen eerder.

Bij de inschrijving vraagt men altijd hoe vaak je hebt meegedaan, maar ik ben serieus de tel kwijt. Zeker meer dan twintig keer, schat ik. Al in de tijd dat we over het strand terug renden was ik erbij. Ooit zelfs met meewind en een zonnetje demonstratief in de blote bast over dat strand…

Egmond is gegroeid, maar ook geprofessionaliseerd. De massale start die ik me herinner is er niet meer. We vertrekken gespreid, afhankelijk van de kleur van je startnummer. Als je geen wedstrijdloper, VIP, lid van Le Champion of deelnemer aan de businessrun bent loop je zeker over een omgeploegd strand. De prijs van de vooruitgang, zou ik zeggen.

De terugweg door het duingebied is er echter alleen maar mooier op geworden, en als je nog niet kapot bent als je vanaf het strand komt kun je daar flink gas geven. De tijden zijn trouwens altijd een stuk minder langzaam dan gevreesd: het is natuurlijk geen snel parkoers, door dat zand, maar het is verder niet uitgesproken bochtig of heuvelachtig.

Omdat het nogal lastig is om met duizenden hardlopers Egmond te bereiken, duurt het wel even voor je er bent, en voor je weer thuis bent. De pendelbussen vanaf Alkmaar werken perfect, maar vragen wel extra tijd. En toch zijn de meeste lopers verknocht aan dit evenement, en hoor je eigenlijk nooit iemand afsluiten met ‘eens, maar nooit meer’.

Sterker nog: na korte of langere tijd komen we allemaal weer terug, voor ons nieuwjaarsfeestje!

 

p.s. De halve van Egmond was al jaren uitverkocht, tot er onlangs drie dozen tevoorschijn kwamen bij een verhuizing. Die zijn hier exclusief te bestellen, zolang de voorraad strekt….

 

 

Sta stil bij waar je bent in je leven

We doen graag alsof we in balans zijn, zolang ons grote tegenslagen bespaard blijven, maar zijn we het ook?

Aan het einde van het jaar wil iedereen ineens ‘de balans opmaken’. Ook in de media is het een favoriet onderwerp. Vele jaren deed ik er ook braaf aan mee. Wat was er goed gegaan, wat had er beter gekund? En waar zouden we op basis van deze analyse het komende jaar eens de focus op moeten hebben? Om de opbrengst te vergroten en/of fouten te vermijden.

Mijn afgelopen jaar wordt gekenmerkt door disbalans. Dat klinkt niet fijn, maar ik was letterlijk en figuurlijk uit mijn evenwicht. Wat ik onder evenwicht verstond tenminste. Bijna tien maanden geleden begaf mijn cerebellum (‘de kleine hersenen’) het, het deel van ons brein dat ook wel bekend staat als het hersengebied waar het evenwicht wordt bewaakt. Het is nog steeds niet volledig hersteld, en ieder moment van de dag voel ik dat er balans mist. Dat klinkt sneu en frustrerend, en dat is het ook vaak, maar nu voel ik het tenminste. Mijn aandoening heeft me ook geholpen, doordat ik ben gaan voelen wat het is om niet in balans te zijn. Dat ik jaren heel veel ballen tegelijk in de lucht hield had helemaal niets met evenwicht of in balans zijn te maken. We doen graag alsof we in balans zijn, zolang ons grote tegenslagen bespaard blijven, maar zijn we het ook? Is een jaarsalaris ver boven modaal een bewijs van gezond evenwicht?

Leerzaam

Door maanden onvrijwillig thuis te zitten werd ik gedwongen een heel andere balans op te maken, en los van alle ellende die het met zich meebracht, was het ook leerzaam. Net zoals een burn-out tot nieuwe en diepgaande inzichten aanleiding kan geven, leerde ik het leven anders waarderen. Kreeg ik een afkeer van de vluchtigheid die ons bestaan steeds meer kenmerkt. En als er iemand zo druk was dat hij nergens tijd voor had, dan was ik het.

Gelovigen verzekerden me dat mijn kwaal (cerebellaire ataxie heet het officieel) een geschenk van God was. Een heel ander soort gelovigen, de spirituelen, benadrukten dat dit ‘op mijn weg lag.’ De neurologen die geen objectieve lichamelijke afwijking konden vinden om het mee te verklaren, suggereerden dat het dan wellicht psychisch was. Wat mij betreft heeft iedereen gelijk: een gezonde balans ontbrak, en dat weet ik sinds ik het aan den lijve heb ervaren.

Er is geen enkel bezwaar tegen ‘de balans opmaken’. Sterker nog: ik raad het iedereen aan, iedere dag. Het betekent stilstaan bij waar je bent in je leven, en jezelf die ene kritische vraag stellen waar het uiteindelijk allemaal om draait: ‘Ben ik echt daar waar ik wil zijn?’

Steeds meer mensen moeten bekennen dat ze deze vraag ontkennend moeten beantwoorden, als ze eerlijk zijn. Ze hebben goede redenen waarom het zo ver heeft kunnen komen. De vraag is echter: zijn het geen smoezen? Of: wanneer worden excuses nietszeggende stoflappen, om toch vooral niets te hoeven veranderen?

Balans is iets individueels, de uitkomst van een moeilijke zoektocht bij jezelf, van binnen. Of je het ooit zult vinden weet niemand, maar de zoektocht is de moeite waard. En de troostprijs is enorm: iedereen die je werkelijk liefhebt profiteert er van mee!

Oorspronkelijk gepubliceerd op Joop.nl. Lees de column en reacties op Joop.nl.

 

Modder gooien

Dit onmenselijke systeem is niemand persoonlijk aan te rekenen. Maar het deugt niet

‘Waarom laat je het niet rusten?’

‘Denk nu toch alleen aan je eigen gezondheid!’

‘Zo’n systeem verander je toch niet’

Dat kan allemaal waar zijn, maar er zijn grenzen. De onpersoonlijke benadering die ik als patiënt nu al maanden ondervind, vind ik de gezondheidszorg onwaardig. En omdat ik zelf deel uitmaak van dat systeem, wil ik me daar niet bij neerleggen. En er zijn bovendien tientallen mensen me ongevraagd bijgevallen via e-mails, op sociale media, en op straat zelfs. En ik wil die mensen ook niet in de kou laten staan. ‘Als je een stem hebt, moet je die laten horen’ kreeg ik thuis met de paplepel ingegoten.

Is het feit dat ik zelf een medisch specialist ben relevant? Op zichzelf niet, maar mijn tegenargument wel, lijkt me: ‘Als ik al zo wordt behandeld, hoe gaat het dan met een huisvrouw uit Brabant, of een bouwvakker uit Tiel? Vast niet beter toch?’

Negen maanden lijd ik al aan cerebellaire ataxie, een moeilijke term voor een stel symptomen dat zeer uiteenlopende oorzaken kan hebben. Het heeft te maken met het cerebellum, onze kleine hersenen, zoveel is zeker. Mijn oorzaak is nog altijd onbekend.

Zes maanden zat ik noodgedwongen thuis, ik schreef er een boek over zonder met een beschuldigende vinger naar wie dan ook te wijzen, en ik probeerde in gesprek te komen met de collega’s die duidelijke fouten hadden gemaakt. Alles mislukte, het gesprek is er nooit geweest. Aan de telefoon verschuilt men zich achter procedures en protocollen. Soms zegt iemand dat het heel vervelend voor me moet zijn, en frustrerend. Dat lost niets op, maar het helpt me wel.

De specialist in deze klachten, een neuroloog aan de andere kant van het land, bevestigt dat ik reden van klagen heb. Zijn begripvolle en kundige begeleiding bewijzen mij enkel dat het ook anders kan.

Ik kreeg via de klachtenfunctionaris een vriendelijke, persoonlijke brief toegestuurd van twee betrokken neurologen. Ze maakten excuus voor een deel van hetgeen er was geschied, maar over de bureaucratie in het ziekenhuis en de onterecht gedeclareerde euro’s lieten ze zich niet uit. Een informeel gesprek zonder tussenkomst van de klachtenfunctionaris was volgens de opperbaas van het ziekenhuis, zelf neuroloog ook nog, niet mogelijk. ‘Dien maar een klacht in’, moedigde hij mij slechts aan.

Ik laat het er nog steeds niet bij zitten, maar ik ben wel moe van de vertragingstactieken en de weinig bereidwillige houding waar ik mee ben geconfronteerd. En dus heb ik nu maar een advocaat ingeschakeld, die namens mij gaat communiceren. Hij zit er al direct heel anders in, informeel wordt het nu echt nooit meer. Dat spijt me nog steeds. Net als de collega’s die me onvolledig en onjuist hebben behandeld houd ik van ons vak, en dreigen goede bedoelingen nu ondergesneeuwd te raken. Maar dat is exact het probleem: dit onmenselijke systeem is niemand persoonlijk aan te rekenen. Maar het deugt niet, en daarom wordt het dus nu maar modder gooien…

Oorspronkelijk gepubliceerd op Joop.nl. Lees de column en reacties op Joop.nl.

 

Zoek het in preventie, niet behandeling

We moeten de portemonnee gaan trekken om te voorkomen dat we ziek worden.

De vuistregel die ik als dokter leerde was: ‘Preventie is even duur als behandeling, maar vele malen lucratiever’. Vooral door spelregels zijn we in een systeem beland waar mensen pas een arts raadplegen als ze een ziekte vermoeden. De eventuele behandeling wordt dan in principe vergoed door een zorgverzekeraar. ‘Daar betalen we premie voor, toch?’ hoor ik al jaren zeggen, ook door rijke en beroemde mensen. We vinden dat we recht hebben op behandeling en maken onszelf ook nog wijs dat het gratis is. Terwijl de ziektekostenpremie gestaag oploopt en er steeds minder door zorgverzekeraars wordt vergoed.

Cultuurverandering

De tijd is rijp voor een cultuurverandering: we moeten de portemonnee gaan trekken om te voorkomen dat we ziek worden. Want of behandeling nu wordt vergoed of niet: ziekte is niet fijn en kost op uiteenlopende terreinen vaak veel: naast de behandeling zijn er veel verborgen kosten, bijv. arbeidsverzuim, maar ook de impact die een zieke heeft op de mensen in de omgeving is vaak enorm: relaties sneuvelen, partners meldden zich ook ziek, etc.

Bijna iedereen die een burn-out krijgt verkeerde altijd in de veronderstelling dat het hem of haar niet ging overkomen. Maar nadat het vonnis zich voltrok moesten de meesten toegeven dat ze al langere tijd klachten hadden proberen te onderdrukken vanwege drukte. Vaak onschuldige zaken als een verkoudheid of diarree. Maar wel met een boodschap: de druk loopt op, de marges worden smaller, het lichaam waarschuwt dat het zo niet langer gaat.

Onder ogen zien

Waarom niet geïnvesteerd in het onder ogen zien van de risicofactoren: te weinig lichaamsbeweging, te veel stress, te veel alcohol nodig om te kalmeren en een ongezond voedingspatroon. En wellicht de belangrijkste: stug volhouden met werk dat je hart niet heeft, met een relatie die je al lang niet meer opwindt, met vrienden die jouw energie opgebruiken in plaats van dat ze je voeden. Het is niet heel ingewikkeld om dit onder ogen te zien en daarmee te voorkomen dat je je ziek moet melden.

Bezield

Neem een paar dagen vrijaf en stel je zelf dan de vraag of je nog wel goed bezig bent. Of je nog bezield in het leven staat, in je werk en/of je relatie. Zorg dat de telefoon niet rinkelt en dat je op een aangename plek bent, liefst ver verwijderd van de dagelijkse sores. Laat je kritisch ondervragen door mensen die het zelf aan den lijve hebben ondervonden, en tegelijkertijd professioneel geschoold zijn in goed luisteren en doorvragen. Het kan om een (psycho)therapeut gaan, maar ook de onvermijdelijke coach is een optie, mits uit het goede hout gesneden.

Je kunt blijven wachten tot de ziektekostenpremie astronomisch hoog is en/of er nauwelijks nog een behandeling wordt vergoed. Maar je kunt ook zelf de beurs trekken en daarmee zelf de regie houden. Preventie is ook psychologisch gezien lucratief…

 

Oorspronkelijk gepubliceerd op Joop.nl. Lees de column en reacties op Joop.nl.

 

Slaapproblemen leiden tot grote maatschappelijke kosten

Steeds meer mensen hebben een slechte nachtrust en de behandeling daarvan laat te wensen over

Hoe je het ook wendt of keert: ieder lichamelijk probleem is altijd ook psychisch. Dat zal ook niemand ontkennen, maar in de praktijk houden we er weinig rekening mee: kanker hoort bij de oncoloog en een gebroken been bij de chirurg. Of deze specialisten ook de psyche betrekken in hun werk is eerst en vooral een kwestie van persoonlijke smaak. Zeer gewaardeerd als ze het wel doen, maar het hoeft niet. Het is een cadeau, geen harde eis.

Voor steeds meer gezondheidsklachten geldt dat ze niet duidelijk het domein van een bepaalde expert betreffen, maar dat ze een ‘multidisciplinaire’ aanpak behoeven. Zo zijn er nu slaapexperts met uiteenlopende achtergronden, hoorde ik onlangs op de radio. Een somnoloog, zo heet het dan, vertelde enthousiast dat psychische complicaties van slaapstoornissen wellicht beter te voorkomen zouden zijn. Zoals een depressie. Maar ik heb juist geleerd dat slecht slapen een symptoom is van depressie, en dat doeltreffende depressiebehandeling leidt tot betere slaap.

Door mijn cerebellaire ataxie, waarvan na negen maanden nog steeds niet duidelijk is wat de oorzaak is, slaap ik al maanden heel slecht. Ik word altijd eerder wakker dan ik zou willen, en ook als ik de tijd heb voor de ooit vertrouwde acht uur eindigt het meestal na zes uur slaap. Dat er een verband is met een disfunctionerend cerebellum heb ik trouwens zelf moeten bedenken. Maar los daarvan: als reactie op emotionele gebeurtenissen slaap ik direct nog slechter. Maar dat zou ik ook gedaan hebben met een cerebellum in topvorm. Een hoeveel van mijn slaapgebrek aan wat ligt weet niemand, ook de experts niet.

Een van de belangrijkste remmers op een multidisciplinaire aanpak zijn de kosten: hoe meer experts, hoe duurder. Dan is er maar één oplossing: professionals leren om breed te kijken. Om niet alles door te verwijzen naar de expert aan de andere kant van de schutting, maar zelf ook eens over die schutting te kijken.

Ik ken een KNO-arts die vanwege de opbrengsten voor de maatschap een polispreekuur ‘tinnitus’ (oorsuizen) begon. Het liep vanaf het begin als een dolle, cijfermatig. Hoeveel mensen nu echt tevreden waren met de opbrengst in termen van minder klachten dan voor het polibezoek wist hij niet. Oneerbiedig noemde hij het tegen mij zijn ‘psychiatrisch spreekuur’ en dat lijkt me veelzeggend genoeg.

Toename slaapprobleem

Steeds meer mensen hebben problemen met slapen en de kosten die er door worden veroorzaakt nemen gestaag toe: medische consumptie uiteraard, maar ook arbeidsverzuim, onnodige ongelukken, etc. Je kunt doen wat je wilt, en sommige slaapproblemen worden uitstekend behandeld door bevlogen professionals, maar zolang je niet ziet dat de toename verband houdt met onze leefwijze is het dweilen met de kraan open. En aan wie adviseer je dat nu?

 

Oorspronkelijk gepubliceerd op Joop.nl. Lees de column en reacties op Joop.nl.

 

Dokter, het systeem is ziek

Dokter, het systeem is ziek

Bram Bakker Dokter het systeem is ziek HP deTijd

Steeds meer onbegrepen klachten, steeds meer macht voor de verzekeraars en de farmaceutische industrie, nauwelijks aandacht voor de sociale omgeving van de patiënt. De symptomen liegen er niet om – het huidige medische model loopt op zijn laatste benen. Het moet anders.

Een artikel van Bram in HP/De Tijd van 24 oktober 2018; illustratie Johan Kleinjan

Als medisch specialist heb ik in veel uiteenlopende plekken in de gezondheidszorg gewerkt. In GGZ-instellingen, maar ook in algemene ziekenhuizen, waar ik als consulent over de verschillende afdelingen liep. In mijn traditionele doktersopleiding stond het zogenaamde medische model centraal. Als publicist heb ik me hier de afgelopen jaren al kritisch over uitgelaten, maar toen ik zelf ziek werd en aan de andere kant van het bureau belandde, ervoer ik ook aan den lijve de beperkingen die de manier van werken van artsen met zich meebrengt. Ik had behoefte aan begrip, contact, een professioneel vertrouwenspersoon; het was er niet en leek sowieso niet beschikbaar. En als men dit al niet biedt aan een assertieve collega, hoe is het dan voor een bouwvakker uit Roosendaal of een huisvrouw uit Tiel?

Zeven symptomen van het huidige tekortschietende medische model.

1. Er zijn steeds meer onbegrepen klachten

Als je je ziek voelt, ga je naar de dokter, en die behandelt je in ons land nog altijd behoorlijk goed. De dokter probeert van je lichamelijke klachten een ziekte te maken door middel van de anamnese, een gesprek waarbij de arts vragen stelt die van belang zijn voor het stellen van een diagnose.

Maar soms weet de dokter de klachten niet te vertalen in een medische aandoening. Dokters spreken dan over ‘onbegrepen klachten’. Er zijn nog veel meer formuleringen waarmee ze het niet-weten verhullen. Bij ‘essentiële hypertensie’ bijvoorbeeld weet men de reden van de hoge bloeddruk niet. ‘Idiopathisch’ is een chic bijvoeglijk naamwoord, maar betekent ook niet veel meer dan dat men de oorzaak niet weet. En onbegrepen klachten zijn er veel: hoofdpijn, spierpijn, gewichtsverlies, jeuk, huiduitslag.

Een collega van me dacht dat klachten die zij niet begreep, te maken hadden met de beperkte intelligentie van een patiënt. Ze vroeg zich niet af waarom zij de klachten niet begreep, maar gaf de veronderstelde domheid van de patiënt de schuld. En daarmee waren de klachten voor haar niet meer onbegrepen… “Het IQ is kleiner dan de schoenmaat,” sprak ze dan zuchtend.

De realiteit is dat het aantal mensen dat met ‘onbegrepen klachten’ – een restcategorie – wordt gediagnosticeerd in de reguliere geneeskunde gestaag toeneemt. Jaarlijks horen we via diverse wegen dat het aantal werknemers dat verzuimt met een burn-out, de meest voorkomende ‘onbegrepen klacht’, blijft groeien – ondanks alle aandacht ervoor en de inspanningen om het verschijnsel terug te dringen.

De toename van ‘onbegrepen klachten’ tref je aan bij ieder medisch specialisme. Behandeling ervan is moeilijk en maar zelden ‘evidence-based’ (gebaseerd op wetenschappelijk bewijs), zoals men in de geneeskunde zo graag wil. Mensen die in deze restcategorie vallen, worden dikwijls verwezen naar een GGZ-instelling, maar ook daar weet men zich vaak geen raad met de mensen die lijden. Het aantal mensen dat een beroep doet op de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) groeit ook, en vermoedelijk houdt dit verband met de toename van ‘onbegrepen klachten’.

Niet zelden wordt de man of vrouw met onbegrepen gezondheidsproblemen uiteindelijk uitgeboekt als psychiatrisch geval, wanneer men geen objectieve, lichamelijke oorzaak voor de klachten heeft kunnen vinden. En soms roept deze gang van zaken veel weerstand op. Neem bijvoorbeeld de diagnose CVS (chronisch vermoeidheidssyndroom). Deze mag pas worden gesteld als een aantal bekende oorzaken van vermoeidheid (zoals bloedarmoede) is uitgesloten. CVS wordt door de meeste artsen beschouwd als een psychische ziekte, en de aanbevolen behandeling is dan vaak cognitieve therapie, een vorm van psychotherapie. Ik geloof oprecht dat sommige mensen met CVS lijden aan een onduidelijke fysieke medische aandoening, en dat de opgelegde psychotherapie daarom ook nooit gaat werken. Dat mensen met CVS grote moeite hebben met deze gang van zaken, en zich ertegen verzetten, mag dan ook eigenlijk geen verbazing wekken. Ik geef ze zelfs gelijk.

2. Wat als ziekte geldt, is vaak arbitrair

Wat zijn nu precies de uitgangspunten van het medische model? Een ziekte wordt gezien als een verzameling verschijnselen die allemaal uiting zijn van eenzelfde oorzaak. Een ziekteverschijnsel of klacht is een eigenschap die we (artsen en leken) over het algemeen als ‘nietnormaal’ beschouwen. Over de vraag wat ‘niet-normaal’ is, verschillen deskundigen, in dit geval artsen, steeds vaker van mening. Een voorbeeld: er zijn steeds meer mensen die veel wegen (de ‘obesitas-epidemie’). Onlangs hoorde ik op de radio dat de kledingindustrie in stilte alle broeken iets wijder heeft gemaakt. De vraag zou weleens gesteld mogen worden welk lichaamsgewicht nu eigenlijk nog als ‘niet-normaal’ beschouwd zou moeten worden. Bij welk gewicht is het ziekelijk en moet je naar de dokter? Ofwel: wanneer is er sprake van mogelijke pathologie? In de wetenschap leerde ik het principe dat slechts de uiterste vijf procent aan beide kanten van de ‘normaalverdeling’ (de zogeheten bell curve) van een eigenschap als abnormaal moet worden beschouwd. Dat zijn de zogenaamde ‘outliers’ (uitschieters).

In de psychiatrie staan alle mogelijke ziekten in een van origine Amerikaans systeem, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). Aan dit classificatiesysteem wordt een groot geloof gehecht, onder meer door zorgverzekeraars, die er hun vergoedingen op baseren. Maar er is een belangrijk verschil tussen de psychische aandoeningen die in de DSM beschreven worden en de meeste lichamelijke aandoeningen. De meeste fysieke ziekten zijn namelijk ‘ontdekt’, terwijl de meeste aandoeningen uit de DSM niet meer zijn dan labels die we plakken op ogenschijnlijk samenhangende psychische symptomen.

De bacterie die tuberculose veroorzaakt wordt ontdekt, en daardoor kan met terugwerkende kracht worden vastgesteld dat sommige mummies moeten hebben geleden aan tuberculose. De ontdekking vanhet virus dat verantwoordelijk is voor de ziekteverschijnselen van aids heeft ertoe geleid dat medici nu formeel spreken over een hiv-infectie.

Maar tot op de dag van vandaag worden de meeste psychiatrische diagnosen uitgevonden. Denk eens aan de mensen die vinden dat ze ‘hoogsensitief’ zijn en dat het om een (psychische) stoornis zou gaan. Of aan een hoogleraar psychiatrie die eerst een ‘ziekte’ als misofonie (slecht tegen bepaalde geluiden in de omgeving kunnen) uitvindt, daarover publiceert in een wetenschappelijk tijdschrift en er vervolgens onderzoek naar gaat doen. Wetenschappers moeten toch ontdekken, en niet uitvinden?

Er wordt in de psychiatrische wetenschap veel onderzoek gedaan met moderne scans. Het is fijn dat er een steeds beter beeld kan worden gevormd van de hersenen. Maar de scan die je kunt gebruiken om een psychiatrische diagnose te stellen (“We zien op de foto dat u lijdt aan…”) is nog lang niet beschikbaar, en ik vrees dat dat nog lang zo zal blijven. En is ‘burn-out’ eigenlijk wel een ziekte? Misschien is het wel een normale reactie op een abnormale belasting. Zijn alle mensen met klachten van een ‘burn-out’ op hun plek in de GGZ, waar de wachtlijsten alleen maar toenemen? De meerderheid van de mensen vindt van niet, als ik het ze voorleg, maar wij als samenleving gaan wel akkoord met een afhandeling van burnoutklachten als waren het ziekteverschijnselen…

Nog een voorbeeld: mensen die last hebben van smetvrees laten als groep een statistisch significant verschil zien ten opzichte van een ‘gezonde’ controlegroep. Dit betekent: gemiddeld zijn mensen met smetvrees anders. De vraag is natuurlijk of we dat al niet wisten. Over een individu uit een medische onderzoeksgroep zegt een gemiddelde heel erg weinig. Binnen het medische model regeert ‘evidence-based’: wetenschap waarin groepen met elkaar worden vergeleken.  De specifieke, unieke kenmerken die een individu definiëren worden daarin niet gezien.

3. Zorgverzekeraars hebben te veel macht

De Nederlandse zorgverzekeraars werken met zogenaamde DBC’s (diagnose-behandelingcombinaties). Voor de psychische aandoeningen worden ze gebaseerd op de DSM, waar men een rotsvast vertrouwen in heeft. Ook gefundeerde kritiek van ingewijden op de DSM, zoals van de bekende Amerikaanse psychiater Allen Frances, die als een soort klokkenluider en met goede inhoudelijke argumenten het systeem de rug toekeerde, maken hier geen indruk op de beleidsmakers. Frances merkt bijvoorbeeld zeer terecht op dat de farmaceutische industrie handig profiteerde van de labels: lastige jongetjes zijn er altijd geweest, maar sinds we het label ADHD hebben, moeten ze allemaal aan de Ritalin.

Veel collega-psychiaters hebben ons zien meegaan in de (medische) vaart der volkeren, waarbij de DSM steeds meer werd gezien als een noodzakelijk en onvermijdelijk kwaad. Dat de behandeling van een veelvoorkomende DSM-diagnose als de aanpassingsstoornis op gezag van de zorgverzekeraars niet wordt vergoed, heeft er in de dagelijkse klinische praktijk toe geleid dat deze diagnose nog maar zelden wordt gesteld. Bij een aanpassingsstoornis kun je een tijdje angstig of somber zijn in reactie op ingrijpende gebeurtenissen. Dat is niet zo raar, en vaak een goede aanleiding om eens met een professional te gaan praten. Depressiebehandelingen worden daarentegen wél vergoed door de zorgverzekeraar en dat heeft er mede toe geleid dat de medische diagnose ‘depressie’ veel vaker ten onrechte wordt gesteld dan gemist. En deze overdiagnosticering dient geen ander doel dan het kunnen financieren van een behandeling via de zorgverzekeraar…

4. Het ziektemodel reduceert de patiënt tot zijn klachten.

Bij een ziekte draait alles om klachten. Die worden dan ook grondig uitgevraagd door een arts (de anamnese). Artsen vragen in dit verband weinig naar iemands capaciteiten (ofwel ‘wat wel goed gaat’). Terwijl een uitkomst van een psychotherapeutische behandeling ook kan zijn dat er meer aandacht moet komen voor alles wat wél goed gaat. Het ziektemodel focust op het negatieve, de klachten. Dat is geen probleem bij pakweg een gebroken been. Of iemand een verdienstelijk schilder of een profwielrenner is, om willekeurige voorbeelden te noemen, maakt voor de chirurg in principe niet uit; dat been moet toch opgelapt worden. Er wordt blind van uitgegaan dat dit voor een psychiater precies zo geldt, maar dat waag ik te betwijfelen. Er is in ieder geval nooit wetenschappelijk vastgesteld dat het centraal stellen van een medische diagnose bij beide specialismen dezelfde voordelen biedt… De mens achter de diagnose, met allerlei individuele kenmerken (woonplaats, inkomen, burgerlijke staat, enzovoort) speelt bij een depressie immers een veel grotere rol dan bij een gebroken been. De voordelen van een onpersoonlijke diagnose zijn er ook zeker, maar medici houden zich blind voor de nadelen, die evenzeer bestaan.

 

5. Er is te veel aandacht voor fysieke oorzaken van psychische ziekten, te weinig voor de omgevingsfactor.

Een ziekte is per definitie het resultaat van een ongelukkige combinatie van aanleg en omstandigheden. Soms gaat het vooral om aanleg (longkanker bij iemand die nooit een sigaret heeft gerookt), een andere keer spelen juist omstandigheden een hoofdrol (dertig jaar twee pakjes sigaretten zonder filter roken wordt algemeen beschouwd als de duivel verzoeken en longkanker ‘dus’ ook als een logisch gevolg).

In de wetenschappelijke psychiatrie kreeg de factor aanleg naar mijn overtuiging veel te veel aandacht de afgelopen jaren. Dit is onmogelijk los te zien van de neurobiologische benadering van psychische stoornissen die in deze tijd het hele vak domineerde, en dus ook de wetenschap. Zo is een verstoorde balans in de serotoninehuishouding de belangrijkste verklaring voor het optreden van een angststoornis. Natuurlijk zijn er omstandigheden vereist waaronder dit zich openbaart, maar de abnormale serotoninespiegel werd beschouwd als de kern van de aandoening, aan de hand waarvan er een onderscheid kon worden gemaakt tussen patiënten en gezonde controles (mensen met vergelijkbare kenmerken die de stoornis niet hebben).

Ook het onderzoek met uiteenlopende apparaten waarmee de hersenen in beeld kunnen worden gebracht, zoals de MRIscan, krijgt veel aandacht in de wetenschap. Er wordt in het brein gezocht naar de locatie van de psychische stoornis, en soms is men hier behoorlijk in geslaagd, zoals bij de obsessief-compulsieve stoornis (OCD) die redelijk nauwkeurig gelokaliseerd kan worden in de hersenen. Op het moment dat de balans van de zogenaamde neurotransmitters (boodschapperstoffen, zoals serotonine en noradrenaline) in het brein hersteld is, zou er ook geen sprake meer moeten zijn van klachten.

Maar zijn alle psychische klachten dan te herleiden tot een fysieke oorzaak? Dat zou een veel te eenvoudige voorstelling van zaken zijn. De omgevingsfactoren – bijvoorbeeld een zeer belastende leefstijl – verdienen veel meer aandacht en onderzoek.

6. Partijen met zakelijke belangen financieren het meeste onderzoek.

Dat de dominantie van de neurobiologie in de gehele psychiatrie, en dus ook het wetenschappelijk onderzoek, niet los gezien kon worden van de zakelijke belangen van de farmaceutische industrie, werd pas de laatste jaren goed duidelijk. De bulk van het onderzoek wordt gefinancierd door partijen met een duidelijk zakelijk belang. Nu krijgt dit relatief veel aandacht, maar het werd heel lang niet gezien, en daarom niet meegewogen. Dit zie je overigens ook terug op andere terreinen, zoals de voedingswetenschap. Een artikel waarin zogenaamd werd bewezen dat suiker niet of nauwelijks schadelijk is voor onze gezondheid wordt met veel meer scepsis beoordeeld als blijkt dat het gefinancierd werd door een fabrikant van cola. Er hoeft uiteraard geen verband te zijn tussen de verstrekker van de financiële middelen van een onderzoek en de uitkomsten van een wetenschappelijke studie, maar het is ook niet geheel uit te sluiten. Enige invloed zou op zijn zachtst gezegd niet vreemd zijn. Zeker omdat de beslissing van de industrie om een studie al dan niet mogelijk te maken niet los is te zien van haar (geldelijk) belang bij het onderwerp van het onderzoek

7. Ziekte wordt gezien als een individueel probleem.

Ziekte geldt in het huidige medische model als een probleem van het individu. Dat is zelfs in de wet verankerd. Ogenschijnlijk ‘normale’ mensen kunnen namelijk eisen dat betrokkenen uit de spreekkamer worden geweerd. Bij wet is er slechts de overeenkomst tussen het individu en de geconsulteerd  arts. Bij ziekte is er sprake van samenwerking tussen arts en patiënt; meer vereist de wet niet. In het geval van kanker zal dit niet tot grote problemen leiden, vermoed ik, omdat de behandeling geen rekening houdt met de sociale context waarbinnen de patiënt opereert. Dat hoeft ook niet, want de werkzaamheid van chemotherapie is grotendeels onafhankelijk van bijvoorbeeld de burgerlijke status van de patiënt.

Bij andere ziekten kan de sociale context echter wel van groot belang zijn. Het negeren hiervan kan onbedoelde effecten hebben. Zo houdt het bezoek aan alternatieve genezers gelijke tred met de toenemende tekortkomingen van het medische model. Als bepaalde behoeften door medische professionals worden genegeerd, of zelfs geheel over het hoofd gezien, nemen steeds meer patiënten hun toevlucht tot alternatieve genezers. Die steken immers veel meer tijd in iemand en besteden vaak ruim aandacht aan de leefomstandigheden.

Mensen zijn nu eenmaal van nature geen individuen, maar maken deel uit van een breder sociaal verband. Alternatieve genezers danken een groot deel van hun populariteit hieraan. We willen tenslotte allemaal graag als uniek worden gezien en in een bredere context worden geplaatst, en in de medische wereld is dit steeds minder het geval. Een alternatief voor het medische model, waarin onze context wel wordt meegewogen en op waarde geschat, is dringend gewenst. Dit vraagt wel veel meer tijd van de dokter, en die verbeeldt zich dat die er niet is. Maar in een puur individualistisch model verzuipen we, met zijn allen. Ik was al langer kritisch over de gangbare medische benadering van gezondheidsklachten.

Het huidige medische model biedt zeker voordelen, maar de nadelen krijgen steeds meer de overhand, zeker waar het psychische klachten betreft. Artsen kunnen zich niet blind en doof houden voor de schaduwkanten van het model, waar meer en meer mensen tegenaan lopen. Nu ik er als patiënt zelf mee te maken heb gekregen, realiseer ik me dat nog veel beter…

 

Meer informatie over de Dokter als patiënt

Je kan het boek hier bestellen.

 

 

Lopen in de Dordogne

Lopen in de Dordogne

Voorpublicatie uit mijn derde hardloopboek  ‘Ultra’  voorgedragen bij het jubileum van triatlonvereniging IZGS in Haarlem.

We gaan een weekeinde op bezoek bij vrienden die sinds een paar weken een sfeervol buiten in de Dordogne hebben betrokken. In Nederland heeft de herfst na een lange en hete zomer vol toegeslagen: het is fris, het waait en er valt meer regen dan je lief is. Vanaf Zestienhoven vliegen we in iets meer dan een uur naar Bergerac, waar we overstappen in een huurautootje dat ons in een uur bij hun nieuwe onderkomen brengt.

Uiteraard zijn de hardloopschoenen wel mee. Vriend Theo heeft in de zes weken dat ze hier zijn geen meter meer gerend, terwijl hij in Nederland de reputatie had een uitstekende hardloper te zijn. Hij was zelfs de trainer van een kleine, fanatieke groep atleten op het Waddeneiland waar hij decennia woonde. De verbouwing ging nu voor, en ook daarin was hij succesvol geweest: we worden gastvrij ontvangen in een grotendeels gerenoveerd woonhuis dat al vier eeuwen oud is.

Ik heb Theo voor het weekeinde al lopen opjutten dat we wel moesten gaan rennen, en hij had gelukkig weinig aansporing nodig. Op zaterdag lopen we een rondje om het huis van ongeveer zes kilometer. Over ruige paden en kleine asfaltweggetjes, te midden van prachtige herfstkleuren aan de bomen waar we onderdoor lopen. We gaan op en af, geen meter is vlak. En we lopen een stuk harder dan we zonder elkaar zouden doen. Mannen als Theo en ik kunnen moeilijk hardlopen en er geen wedstrijdje van maken. In het begin babbelen we nog vrolijk, maar tijdens de lange steile slotklim horen we niets anders dan elkaars ademhaling, steeds sneller… Na ongeveer een half uur zijn we weer terug. Bettine, de vrouw van Theo, is verbaasd dat we alweer zo snel terug zijn, maar ze ziet ook dat het lang genoeg is geweest om elkaar af te matten.

De zondag brengt een nog veel grotere uitdaging, op hardloopgebied. Vlakbij het stadje Thiviers begint de zogenaamde ‘Voie verte’, een oude spoorroute tot aan het stadje Saint-Pardoux-la-Rivière. De rails zijn gelukkig weggehaald, en er is een prachtig breed en vlak pad overgebleven, onverhard, maar ideaal om overheen te rennen. Dwars door het schitterende landschap voert het, er is geen auto te zien (af en toe in de verte wel, moet ik eerlijk toegeven). Geen meter is vlak, maar omdat het vroeger een spoorlijn was klim en daal je zeer geleidelijk. Uiteindelijk klimmen we zo’n 180 meter, Theo en ik. Ondanks zijn gebrek aan training en het snelle rondje gisteren is hij er wel weer bij, en ondanks het nog altijd niet lage tempo blijft hij aan mijn zijde. Talent verloochent zich ook in de Dordogne niet…

De route wordt aanbevolen voor wandelaars en fietsers, over hardlopers heeft men het niet. Onderweg zien we af en toe wat wandelaars, meestal een tweetal, maar ook een enkel gezin. Fietsers zijn niet te bekennen, laat staan hardlopers. De route is volstrekt logisch, maar is ook nog eens omgeven met bankjes en een soort kunstwerken, bijvoorbeeld bij iedere gemeentegrens. We passeren een aantal prachtige voormalige stationsgebouwen tijdens onze tocht. We lopen vrijwel doorlopend onder de bomen, zelfs in warmere jaargetijden loop je hier nooit in de brandende zon. Onze dames, die ons hebben afgezet bij het begin van de route, moedigen ons onderweg nog een keer aan bij het prachtige plaatsje Saint-Jean-de-Cole, alvorens koers te zetten naar de finishplaats, waar ze in de enige horecagelegenheid die wel open is cappuccino gaan drinken (hier nog met slagroom bereid, zoals op veel plaatsen in Frankrijk).

De route, die ons was aangekondigd als achttien kilometer lang, blijkt in werkelijkheid een kilometer korter. De vernietigende eindsprint die ik in gedachten had blijft Theo bespaard, maar vermoedelijk had hij zich toch wel in mijn kuiten vastgebeten. Wat een mooie tocht was dit, wat een welbestede zondagmiddag. In de auto op de terugweg, ruim twintig kilometer lang, realiseren we ons pas echt dat we ver hebben gerend. De volgende ochtend herinneren onze bovenbenen er ook nog aan, maar wat hebben we genoten. Een trend is gezet. Volgens de registratie op de mobiele telefoon hebben we 16,8 kilometer afgelegd in 1.27.42. De volgende keer ga ik die tijd aanvallen, en reken maar dat er nog vele volgende keren zullen komen.

Ik zal hier regelmatig stukken plaatsen uit Ultra..

 

Mijn laatste strijd?

Een kop koffie drinken met de neurologen die me onjuist behandelden is niet zomaar mogelijk.

Inmiddels ben ik gelukkig bijna beter na negen maanden cerebellaire ataxie. Maar ik ben er nog niet klaar mee. Het boek dat ik over mijn ziekteperiode schreef werd geen bestseller, maar dat hoeft ook niet: de opbrengst is voor het prachtige project van mijn vriend Sander de Kramer (‘Chief Ouwe Dibbes’) in Sierra Leone.

En om de aandacht is het me ook niet meer te doen, ik geef toe dat dit in het verleden wel eens anders is geweest, maar de toestanden in de medische wereld die ik aantrof vragen om aandacht. Ook vanwege alle wildvreemde mensen die zich uit herkenning bij me hebben gemeld. Niemand wil een nummer zijn in dit leven, en veel te vaak worden we wel als zodanig behandeld in onze gezondheidszorg. En nog zonder noodzaak ook. Dat er fouten zijn gemaakt in mijn behandeling vind ik geen punt, we zouden ons nog veel meer moeten realiseren dat die er bij horen. Artsen zijn ook maar mensen, ook al gedragen sommigen zich alsof ze god zijn.

“Ineens is de gezondheidszorg een log en bureaucratisch systeem dat iedere bedreiging van buitenaf doeltreffend ongedaan maakt”.

Pijn

De pijn zit vooral in de manier waarop we er mee omgaan. Een kop koffie drinken met de neurologen die me onjuist behandelden is niet zomaar mogelijk. Ik kan pas met ze in gesprek komen als ik een formele klacht deponeer bij de klachtenfunctionaris. Dat klagen mijn doel niet is interesseert de voorzitter van de Raad van Bestuur niet. ‘Dien maar een klacht tegen de behandelend specialist in’, zegt hij ferm. In een vorig leven was hij zelf neuroloog… Een telefonisch verzoek om een informeel onderhoud met iemand van de Inspectie voor de Gezondheidszorg wordt formeel afgehandeld: ook hier zegt een functionaris volgens voorschrift: ‘Dien eerst maar schriftelijk een klacht in’.

Onze gezondheidszorg is me dierbaar, en er werken duizenden lieve mensen, die ook inhoudelijk zeer bevlogen zijn. Er gebeuren met grote regelmaat kleine wondertjes gelukkig. Maar waag het niet om kritiek te hebben. En dat je je verbeeldt dat alle kritiek opbouwend is bedoeld maakt ook niet uit: ineens is de gezondheidszorg een log en bureaucratisch systeem dat iedere bedreiging van buitenaf doeltreffend ongedaan maakt. Door niet in te gaan op details, maar vooral door altijd onpersoonlijk te blijven. Door ontevreden klanten middels regels en procedures weg te houden bij de medewerkers, hoe aardig deze ook zijn.

Mensenwerk

Ik ben tot in mijn vezels overtuigd dat gezondheidszorg mensenwerk is, maatwerk ook. En dat richtlijnen en procedures weliswaar onvermijdelijk zijn, maar niet meer dan een noodzakelijk kwaad. En dat het menselijk contact moet en zal winnen van de regeltjes.

Ik heb geen zin meer in strijd. Zelfs aandacht boeit me nauwelijks nog. Maar deze strijd moet nog wel even worden gevoerd: het behoud van de menselijke maat, met alles wat daar bij hoort, in de mij zo dierbare gezondheidszorg. Daar horen helaas ook fouten bij, maar om die nou taboe te verklaren en achter procedures te verstoppen…

Oorspronkelijk gepubliceerd op Joop.nl. Lees de column en reacties op Joop.nl.

Chief Ouwe Dibbes Sander de Kramer

 

Meer over het boek Chief Ouwe Dibbes vind je hier.

 

 

 

Seksverslaving

Hoeveel het precies voorkomt weten we niet, het behoort tot de minst toegankelijke problemen die een mens kan hebben, omdat het zo gênant is voor veel mensen die er aan lijden.

foto: Michael Fassbender in Shame

Iedereen die het bestaan van seksverslaving betwist raad ik altijd aan om de film ‘Shame’ van Oscarwinnaar Steve McQueen te kijken. Het is een van de indrukwekkendste films die ik ooit zag. Hoeveel mensen mijn advies hebben opgevolgd weet ik niet, maar ik heb nooit gehoord dat iemand na het zien van deze film dacht dat het wel meeviel, met die seksverslaving.

Het is een zogenaamde gedragsverslaving, die seksverslaving. Hoeveel het precies voorkomt weten we niet, het behoort tot de minst toegankelijke problemen die een mens kan hebben, omdat het zo gênant is voor veel mensen die er aan lijden. De naam is ook nog eens verwarrend: het wordt ook wel pornoverslaving genoemd en er is veel overlap met de eveneens betwiste liefdesverslaving, die in verhouding veel vrouwen hebben: tot in het extreme/gestoorde doorgaan met relaties die al heel lang niet meer gezond zijn en jezelf daarmee ook nog eens ernstig tekort doen en in de problemen brengen.

Zelfs de mogelijkheid dat je mateloos bent in je gedrag wordt onder meer door zorgverzekeraars betwijfeld. Je kunt verslaafd zijn aan alcohol en/of drugs en de behandeling daarvan wordt dan in principe vergoed. Ook gokken is inmiddels erkend als probleem. Maar een verslaving aan seks of porno moeten we eerst van een nietszeggend label voorzien (‘stoornis in de impulscontrole’) alvorens we declarabele behandeling kunnen inzetten. En dan hebben we door het gebrek aan consensus ook nog eens het probleem dat een wetenschappelijk verantwoorde aanpak niet bestaat, omdat geen enkele onderzoeker geld krijgt om er meer over te weten te komen. Het bestaat formeel immers niet?

Als je in de verslavingszorg werkt weet je wel beter. En kun je je ook niet aan de indruk onttrekken dat het toeneemt. Maar je belandt dan in de persoonlijke opinies, en daar houden we niet van in dit land, als het over psychische stoornissen gaat. Omdat het ook tot de realiteit behoort zal ik er aandacht voor blijven vragen zolang ik in de verslavingszorg werk. Dan maar een zoveelste opinie, doodzwijgen is erger…

Doordat er steeds meer porno wordt gekeken, en de toegang tot dit product steeds makkelijker wordt (jongetjes op de basisschool kijken het tegenwoordig al op hun mobiele telefoon) neemt automatisch ook het aantal mensen dat er door in de problemen komt toe. Misschien zijn porno en seks wel niet zo verslavend, maar als honderdduizenden mensen het kijken is het toch niet verwonderlijk dat een groeiende groep er geen maat in kan houden?

Ik ben niet tegen het product, maar aandacht voor de uitwassen lijkt me niet meer dan logisch. Ik rijd auto en neem soms het vliegtuig, maar mijn ogen sluiten voor de CO2-uitstoot wil ik niet. De kern van het probleem, en dat kun je in ‘Shame’ zo pijnlijk goed zien en voelen, is dat er geen verbinding meer is tussen seks/porno en intimiteit.

Wat voor de meeste mensen seks tot iets bijzonders maakt is de intimiteit, en dat is juist wat de hoofdpersoon in die film (een glansrol van Michael Fassbender) niet lukt. Over de oorzaken laat de regisseur zich wijselijk niet uit, dat hulp geboden is lijdt geen twijfel…

Oorspronkelijk gepubliceerd op Joop.nl. Lees de column en reacties op Joop.nl.

 

‘Ik was een modelpatiënt’

‘Ik was een modelpatiënt’

Bram Bakker foto door Nout Steenkamp

Psychiater Bram Bakker over de zorg. Als rechtgeaard recalcitrant type doet hij nogal eens controversiële uitspraken, die leiden tot heftige kritiek, óók van beroepsgenoten. Dat weerhoudt hem er niet van medici een spiegel voor te houden in zijn nieuwste boek, De dokter als patiënt. Gelukkig is ook zelfspot psychiater Bram Bakker (55) niet vreemd. “Ik ben raar ja, maar niet in psychiatrische zin.”

Oorspronkelijk gepubliceerd in Arts & auto.
Tekst: Marjan Enzlinfoto genomen door: Nout Steenkamp

Vijf minuten te laat komt hij aan het einde van de werkdag een Haags etablissement binnenlopen. Regelrecht vanuit het ministerie van Defensie, waar hij de boekpresentatie van generaal buiten dienst Mart de Kruif bijwoonde. Hip ruitjespak, vermoeid hoofd, drukke bewegingen en een mond die niet stilstaat. Binnen 20 seconden slobbert hij (met een rietje) luidruchtig een glas verse jus d’orange leeg en dan begint hij te vertellen. Psychiater en auteur Bram Bakker is niet iemand aan wie je veel vragen hoeft te stellen om hem iets te laten zeggen. Eentje is genoeg.

Het is de week nadat de partner van de door suïcide om het leven gekomen vriend van Bakker, Joost Zwagerman, in Volkskrant Magazine kritiek op de psychiater uitte vanwege uitspraken die hij na Zwagermans dood deed over diens depressie. Ook toen al vielen die niet goed en nu valt ‘de hele wereld’ opnieuw over hem heen. Die ene vraag dus. Hoe is het met je, gezien de hernieuwde ophef over je uitspraken rond de depressie van Joost Zwagerman?

“Onder het motto ‘stilzitten als je geknipt en geschoren wordt’ heb ik het destijds laten gaan”, zegt Bakker geladen. “Maar dat doe ik deze keer niet. Om te beginnen was ik niet Joost zijn psychiater, maar zijn vriend, en om te vervolgen: ik ben destijds verkeerd geciteerd. Ik vertelde tijdens het interview iets over depressie en over hoe personen die depressief zijn de neiging hebben overal enorm tegenop te zien. De journalist legde in dat verband en tijdens het interview zélf de link met de zwangerschap van Joosts partner en ik heb vervolgens gezegd dat zo’n verandering inderdaad een voorbeeld kan zijn van iets waar iemand die depressief is buitenproportioneel tegenop kan zien. Dat dat dan wordt opgeschreven alsof die zwangerschap volgens mij de oorzaak van zijn zelfmoord was, is de verantwoordelijkheid van de schrijver. Er is maar één echte oorzaak van suïcide, namelijk depressie. Maar die nuance valt weg in zo’n artikel. Dat Maaike daar niet gelukkig mee was, begrijp ik, maar haar interview in Volkskrant Magazine heeft alle symptomen van een wraakpoging en ik vind dat ik dat niet verdien.”

Het is niet voor het eerst dat Bakker om zijn uitspraken of daden in opspraak komt. Hij neemt nooit een blad voor de mond en is inhoudelijk opmerkelijk openhartig. Over zichzelf, over anderen, over het gezondheidszorgsysteem en ook over hoe hij zijn vak en collega’s ziet. Jaren geleden was hij al onderwerp van hoon onder beroepsgenoten omdat hij zijn (mobiele) telefoonnummer aan patiënten en cliënten gaf en daarover niet eens geheimzinnig deed. Psychiaters rolden over elkaar heen, roepende dat Bakker te weinig professionele afstand hield en toen hij óók nog een cliënte in contact bracht met een vriend van hem – hetgeen hem op een waarschuwing van het medisch tuchtcollege kwam te staan – werd dat als bekrachtiging van die stelling gezien en uitgedragen.

‘We laten ons als beroepsgroep veel te veel domineren door protocollen en regels’

“Veel beroepsgenoten hebben een hekel aan me”, zegt Bakker. “Ik doe ook echt wel onhandige dingen. Desondanks zeg ik altijd dat ik mezelf als psychiater tóch het rapportcijfer 7 geef. Geen 8, geen 9 en zeker geen 10. Het probleem is dat ik mijn beroepsgroep als totaal gemiddeld een 3 geef en daarom hebben veel collega’s een hekel aan me.

Toch blijf ik roepen dat we ons als beroepsgroep veel te veel laten domineren door protocollen en regels. En ook dat we totaal zijn doorgeschoten in alle labels die we opplakken. Het contact met cliënten wordt volledig gedomineerd door procedures. Geneeskunde moet ook geneeskunst kunnen zijn. Zeker in ons vak. Je moet als dokter behalve op richtlijnen óók op je gevoel af kunnen gaan. Aanvoelen of je met een patiënt/cliënt linksaf dan wel rechtsaf moet. Dat pakt doorgaans verrassend goed uit en soms ook niet. Zo is het nou eenmaal.

Met een beetje pech kom je als dokter – zeker als psychiater – in zo’n geval bij het medisch tuchtcollege terecht. Dat vinden álle dokters verschrikkelijk. Het overkwam mij zes keer en ik liep twee keer tegen een maatregel aan. Heel naar, maar ik hang ook het idee aan dat dokters die nooit voor het tuchtcollege zijn gedaagd, waarschijnlijk niet de beste dokters zijn. Je moet volgens mij voor je patiënt altijd de rand van je kunnen opzoeken en dan maak je ook weleens brokken. Ik onderschrijf de principes van het medisch tuchtrecht, maar ik heb wel het idee dat het in een aantal opzichten is losgezongen van de werkelijkheid.”

Formeel versus informeel

Dat de medische stand dreigt te verdrinken in het woud van procedures en onder meer daardoor niet langer in staat is de patiënt ook informeel te bejegenen, merkte Bakker aan den lijve toen hij in maart van dit jaar ineens ernstige, neurologische symptomen ontwikkelde en naast zijn huisarts en een kno-arts ook tien verschillende neurologen zag. “Ik wist dat het erg was, maar dat het zó erg was, merkte ik pas toen ik zelf patiënt werd”, vertelt hij. “Ik kwam geen onwil, maar wel enorm veel onvermogen tegen. Afgezien van mijn huisarts en de kno-arts, die zich allebei betrokken opstelden, vroeg bijvoorbeeld niemand me naar mijn beleving.

Mijn ‘collega-dokters’ stelden zich in hun behandeling uiterst formeel op, terwijl het toch heel ingrijpend en beangstigend is als je ineens niet meer over een rechte lijn kunt lopen. Ik was plotseling een patiënt en heb me heel bewust als een modelpatiënt opgesteld. Niet dwars of eigenwijs. Ik liet ze kritiekloos hun onderzoeken doen, maar ik had het heel fijn gevonden als een van die neurologen me had gevraagd hoe het voelt als je van de ene op de andere dag niet meer kunt lopen, niet meer kunt typen en niet meer kunt werken. En het was ook prettig geweest als men gewoon gezegd had dat men geen flauw idee had van de oorzaak van mijn symptomen.

Laten we als medici ophouden met moeilijk doen over wat we niet weten en dat gewoon zeggen in plaats van per definitie (subtiel) te verwijzen naar een oorzaak die tussen de oren ligt. Daardoor voelen mensen met niet-begrepen lichamelijke klachten zich weggezet als psychiatrisch patiënt. Zelfs als er ook een psychische oorzaak is, is dat niet wat helpt.”

‘Ik kwam als patiënt geen onwil, maar wel enorm veel onvermogen tegen’

Raar en afwijkend

Dat Bakkers symptomen geen psychische oorzaak hadden, bleek toen hij na veel omzwervingen en diverse ziekenhuisopnamen bij een doorgespecialiseerde specialist terechtkwam. Die kwam tot de conclusie dat de klachten, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, een neurologische reactie zijn op de felle griep die Bakker doormaakte voordat de eerste verschijnselen zich openbaarden. Oftewel: geen conversieverschijnselen dus.

Bakker: “Ik ben raar en afwijkend ja, maar ik ben – en was nooit – psychiatrisch ziek. Niet dat het een schande is om dat wel te zijn trouwens en het is goed om fysieke klachten ook altijd in hun onderlinge samenhang met de psychodynamiek te zien. Dat gebeurt naar mijn idee te weinig. Medisch specialisten begeven zich veel te weinig buiten de lijnen van hun eigen vakgebied, terwijl elke dokter weet dat de manier waarop de patiënt zijn of haar klachten beleeft, bepaalt hoeveel last die patiënt ervan heeft. In ons doen en laten houden we te weinig rekening met die factor. Depressie is bijvoorbeeld een bekende en veelvoorkomende complicatie van een hartaanval, maar cardiologen vragen maar zelden de symptomen van een depressie uit. En psychiaters doen dat omgekeerd ook te weinig. Jammer, want het zou de patiënt en de schatkist veel opleveren als we niet allemaal steeds opnieuw zouden beginnen binnen ons eigen specialisme. Wat dat betreft moet de gevestigde orde het hebben van de co-assistenten. Die kijken nog over de schotten heen en zijn nog niet bedorven door het systeem.”

‘Medisch specialisten begeven zich veel te weinig buiten de lijnen van hun eigen vakgebied, terwijl elke dokter weet dat de manier waarop de patiënt zijn of haar klachten beleeft, bepaalt hoeveel last die patiënt ervan heeft’

Over schotten gesproken; de staat van de huidige ggz baart Bakker ernstige zorgen en dat is vriendelijker gezegd dan de woorden die hij gebruikt om aan te geven hoezeer hij oploopt tegen de macht van zorgverzekeraars en de rol die de koepel GGZ Nederland “niet!” oppakt in het aanpakken van de problemen. Zoals de wachtlijsten die “onverantwoord lang” zijn. “Je meldt als psychiater iemand aan bij de crisisdienst en hoort dan dat hij nummer 29 op het lijstje is”, zegt hij, zichtbaar gefrustreerd. Onder tafel bewegen zijn benen, ogenschijnlijk ongecontroleerd, mee op de golven van opvlammende en weer afnemende boosheid. “Nee, geen restless legs”, beantwoordt hij de vraag erover. Om er spottend aan toe te voegen: “Gewoon onbehandelde adhd.”

Brij aan procedure

“Ik ben zo klaar met het systeem en de macht van de zorgverzekeraars”, vervolgt Bakker zijn verhaal. “Een paar jaar geleden had ik een dronken dokter tegenover me zitten. Eindelijk had hij de beslissing genomen om zich te laten behandelen tegen zijn verslaving. Het is belangrijk om op zo’n moment door te pakken, maar dat kan niet, want je moet eerst door een brij aan procedures heen, voordat je iemand op kunt nemen. Of de bekende voorbeelden van psychiaters die vruchteloos het hele land afbellen om een bed te regelen voor een suïcidale patiënt. Om over psychotische mensen op straat nog maar te zwijgen.

Een jaar geleden, bij het aantreden van het kabinet, had Paul Blokhuis het al over urgentie met betrekking tot het aanpakken van de wachtlijsten, maar ze zijn nog even lang en er gebeurt ondertussen niks. Ook niet bij GGZ Nederland. Echt schandalig hoe we met de psychiatrische patiënt omgaan in dit land. De ggz, en in het verlengde daarvan de verslavingszorg, is binnen een toch al verrot systeem, het stiefkindje. Het kind waar niemand wérkelijk iets om geeft. Zó ondoordacht, zo slecht ook voor de alsmaar oplopende zorgkosten.

Het lijkt wel of niemand begrijpt dat je een enorme investering doet in de hele samenleving als je bijvoorbeeld een jonge verslaafde helpt de verslaving af te schudden. Op het moment dat de tijd daarvoor rijp is en niet drieënhalve maand en tien toestemmingsformulieren later. Soms moet je de dingen gewoon doen. Maar dat kan dus nauwelijks. Daarom hebben we met een paar mensen onlangs, volledig volgens de spelregels van de zorgverzekeraars, Naast GGZ opgericht. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Bij Naast GGZ ga ik twee dagen per week mantelzorgers met psychische of psychiatrische problemen behandelen. Want dat is ook zo’n groep die over het hoofd gezien wordt. En hoewel ik de gezondheidszorg achter me wilde laten, kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan. Daarom wil ik mijn registratie behouden en naast mijn bezigheden voor onze uitgeverij ook mijn vak uit blijven oefenen.”

‘De ggz, en in het verlengde daarvan de verslavingszorg, is binnen een toch al verrot systeem, het stiefkindje. Het kind waar niemand wérkelijk iets om geeft’

Als hij na het interview buiten staat, laat Bakker nog even zien dat hij al veel heeft gewonnen sinds hij in maart ineens niet meer normaal kon lopen. Voorzichtig loopt hij over een denkbeeldige rechte lijn op de Haagse straat. Nog steeds alsof hij te veel gedronken heeft, maar dat komt doordat het een drukke dag was en de vermoeidheid toeslaat, meldt hij desgevraagd. Bij de auto heeft hij nog een boodschap voor vriend en vijand onder de dames en heren medici. “Het is de hoogste tijd dat we de regie over de gezondheidszorg terugpakken. Ik zeg altijd: tussen negen en vijf doen we gewoon ons werk, maar wat we buiten de officiële werktijd doen, bepaalt of we ook werkelijk goede dokters zijn.”

Oorspronkelijk gepubliceerd in Arts & auto. Lees het artikel daar.

 

Blijf-Beter!Welkomsgeschenk

Bram's tweewekelijkse nieuwsbrief is alweer een paar maanden bezig. Meld je vandaag nog aan en ontvang zijn boek Blijf Beter! (in pdf).

Mis 'm niet!