Bijsluitertekst

Nog altijd zijn er dokters die hun patiënten adviseren om maar niet de hele bijsluiter te lezen van het medicijn dat ze diezelfde patiënt voorschrijven. “Daar wordt u maar zenuwachtig van, en de meeste bijwerkingen in de bijsluiter zijn zeer zeldzaam” is dan ongeveer de argumentatie.

Vooral bij antidepressiva is dit verleidelijk: het soort klachten waarvoor artsen deze middelen inzetten, verbetert meestal niet door een lange opsomming van alle mogelijke ellende die met gebruik van het antidepressivum gepaard kan gaan. De patiënt twijfelt vaak al over van alles en nog wat, en een beetje doortastende dokter kan men dan wel gebruiken. En dus beperken veel artsen zich tot algemene opmerkingen in de trant van: “U moet wel even aan het middel wennen, de eerste weken voelt u zich waarschijnlijk nog niet beter, maar dat zegt niets. Probeer vooral even door te zetten.” Als er wel expliciete bijwerkingen worden genoemd gaat het meestal om hinderlijke, maar ongevaarlijke neveneffecten als misselijkheid, hoofdpijn, veranderde slaap of overmatig transpireren. Dat je er op lange termijn flink van kan aankomen in gewicht, en dat het vrijen vaak niet of nauwelijks meer gaat, wordt zelden vermeld.

Net als alle serieuze medicijnen hebben antidepressiva ook zeldzame, maar ernstige bijwerkingen. En de aandacht daarvoor was bij de meeste dokters tot voor kort zeer gering. De mogelijkheid dat antidepressiva soms agressie, variërend van ernstige zelfbeschadiging tot zelfs moord en doodslag, kunnen veroorzaken was zelfs bij veel artsen niet bekend. Met name in de eerste weken van de behandeling, de instelfase, kan zich dit voordoen. Hoe vaak het voorkomt is niet duidelijk, betrouwbare cijfers zijn niet voorhanden.

Naar aanleiding van een mogelijke rol van antidepressiva bij een familiedrama en een gruwelijke moordzaak, besloot het consumentenprogramma Radar een enquête op het internet te zetten en er een uitzending aan te wijden.

Er werd meer dan 11.000 keer een enquête ingevuld, en op grond van de uitkomsten mag je veronderstellen dat het aantal mensen dat averechts op een antidepressivum reageert veel groter is dan tot nu toe verondersteld.

Het gaat dan eerst en vooral om de al genoemde instelfase, hoewel ook het afbouwen soms problemen veroorzaakt. Agressie in het verkeer en de neiging zichzelf te pletter te rijden werd opvallend vaak gerapporteerd, net als explosief gedrag in combinatie met alcohol. Toen ik de verhalen las die mensen hadden ingestuurd, vroeg ik me bijvoorbeeld af hoeveel verkeersdoden direct of indirect zijn toe te schrijven aan gebruik van antidepressiva. Het exacte antwoord weet niemand, maar het lijkt wel de moeite waard het nader te onderzoeken als minister Eurelings nog minder verkeersdoden wil. En wat mij betreft wordt iedere patiënt die begint met antidepressiva ontraden om in de eerste weken alcohol te gebruiken. Af en toe een glaasje wijn als het weer goed gaat kan misschien, maar liever geen risico’s in de aanloopfase.

Een collega noemde de uitzending van Radar in een ander televisieprogramma tendentieus, maar de meeste mensen die het programma zagen noemen het vooral verontrustend. Het goede nieuws is dat er voor artsen vele manieren zijn om mogelijke excessen te voorkomen: minder vaak voorschrijven, beter begeleiden als je het toch voorschrijft en expliciet waarschuwen voor de kleine, maar niet te negeren kans op ernstige bijwerkingen.

Bij een bekend antipsychoticum, clozapine, dat al tientallen jaren door psychiaters wordt gebruikt, is een kleine kans op een ernstige, potentieel dodelijke bijwerking door aantasting van de witte bloedlichaampjes. Juist door daar expliciete voorzorgsmaatregelen bij toe te passen, frequente controle van het bloed, doet deze gevreesde bijwerking zich eigenlijk niet voor. Zo zou het met antidepressiva ook moeten, om te beginnen door een ander soort bijsluiter, die iedere gebruiker beslist moet lezen.

Algemeen Dagblad, 6 februari 2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *