Bij Sitagre, zonder diagnose (3)

‘Een depressie zal het niet zijn’, denk ik, als ik de jonge vrouw ophaal uit de wachtkamer. Ze lacht me vriendelijk toe, open en ogenschijnlijk volledig op haar gemak. Heel anders dan de meeste mensen, die in deze situatie vaak een beetje beducht zijn voor de deskundige waar ze mee moeten praten.

Zij ziet dit gesprek als een kans, vertelt ze me onomwonden, nadat ze heeft plaatsgenomen. ‘Er is nogal veel gebeurd de afgelopen jaren, en nu trek ik het dus echt helemaal niet meer’, zegt ze. Er volgt een verhaal waar ik al moe van word door er alleen maar naar te luisteren. Vanwege de liefde naar een ver land verhuisd, en daar geprobeerd een zelfstandig leven op te bouwen in de buurt van haar geliefde en zijn familie. Ook nog zorgend voor de jonge kinderen uit zijn vorige relatie. Dag en nacht in touw. Ze zijn uiteindelijk op een goede manier uit elkaar gegaan, hij wilde haar ook niet langer beperken.

Terug in Nederland vond ze snel een nieuwe baan. Dat ging zo goed dat het al direct ook een veel te zware baan werd. Meer managen dan echt met mensen werken. Kwam er een nieuwe liefde bij, van harte welkom natuurlijk, en ook nog een verhuizing.

Ze was weer bij haar ouders ingetrokken na terugkomst, hetgeen hen alle drie niet meeviel, en dan leek samenwonen, hoe snel ook, toch aantrekkelijker. De relatie zit echt goed, verzekert ze me. En begint een oude kinderwens weer op te spelen zelfs.

Drie maanden geleden hield ineens alles op. Van het ene op het andere moment kon ze alleen nog maar huilen, zonder dat ze zich depressief voelde. Fysiek kon ze letterlijk niet meer bewegen. Ze wilde echt wel, maar kon niet. Totale uitputting, geen enkel concentratievermogen, een geheugen zo lek als een vergiet.
‘Je bent overtraind’, zeg ik. Ze kijkt me even verbaasd aan, en knikt dan instemmend. ‘Zoiets is het ja’, antwoordt ze.

‘Dan moet je gaan revalideren: niet nietsdoen, dat helpt niet, maar in hele kleine stapjes werken aan je herstel. Onder professionele begeleiding, want anders ren je jezelf binnenkort weer voorbij.’
Ze zucht. ‘Dat zou wel eens kunnen, ja.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *